WANDELEN: Appel

Donderdag, 22 februari 2024. Mijn laatste dagtocht is alweer drie weken geleden, gedwongen door fysieke ongemakken (phpd). Maar het leed is geleden en de wandel- en fietsagenda weer op orde.


Ruim twee jaar geleden maakte ik met fietsmaat Jan een barre tocht door de Gelderse Vallei om ‘hoofdstad’ Barneveld heen, die begon in Terschuur bij de Sionskerk en eindigde tegenover de kerk in Restaurant De Tolboom (‘Gelderse Vallei’. In: Paradijs, 2022). Het eerste gedeelte, vooral Landgoed Appel, maakte een zodanige indruk dat een wandeling de moeite waard lijkt. 


Vandaag start ik bij Dorpshuis De Belleman – de bellenman was een middeleeuwse omroeper – in Zwartebroek. Terschuur en Zwartebroek liggen vlakbij elkaar en worden vaak samen aangeduid als Terbroek, gelegen in een laag veenontginningsgebied. Het is dan ook de vochtminnende zwarte els die in Zwartebroek heerst onder de bomen. Langs de boerensloten wordt de els zelfs geknot net als de knotwilg zodat er meerdere nieuwe uitlopers worden gevormd. Naast de elzenpropjes van vorig jaar en de volop bloeiende katjes van dit jaar beginnen de bladknoppen te zwellen; ze zijn paarsachtig van kleur.


Op weg van Zwartebroek naar Terschuur eerst een hobbyboerderij met een schare alpaca’s in diverse kleuren en vervolgens een huis met vijverpartij, bewoond door mandarijneenden, brandganzen en een bijzondere gans met zwarte strepen over de kop. Er gaat me niet meteen een lichtje branden. Maar wanneer het de Indische gans (streepkopgans) blijkt te zijn, dan besef ik dat ik één keer eerder heb opgeschreven dat ik Indische ganzen heb gezien. En jawel, tien jaar geleden, tijdens een fietstocht in NP De Maasduinen, bij Natuurpark Well, zag ik een flinke verwilderde groep ronddobberen in de nevengeul van de Maas (‘Maasduinen Zuid’. In: Tjiftjaffen, 2014).


Langs de weg staat een Prunus volop te bloeien, hoogstwaarschijnlijk de vroege kerspruim. Een gebouwtje met de spreuk ‘Jezus, Verlosser van de wereld’ wordt bijna gewurgd door de uitbundig geelbloeiende mahoniestruiken eromheen. Aan de rand van Terschuur passeer ik de Hoevelakense Beek, de meest noordelijke van de Barneveldse Beken, die van de Veluwe afstromen en uiteindelijk samenvloeien met het Valleikanaal bij Leusden en Amersfoort.


In weerwil van de slechte weersvoorspelling breekt om half tien de zon door, sein voor speenkruid om zijn gele bloemen voorzichtig te openen.    


Een toegangskaartje kopen voor Landgoed Meerveld, zoals vermeld op een wandelbordje, is niet meer nodig. Ik volg een glibberig, smal pad langs boerensloten met knotwilgen vol grijze katjes en bloeiende kruipende boterbloem op de bodem. Kwelwater van de Veluwe komt hier aan de oppervlakte. De waterplassen lijken bedekt met een oliespoor, maar het zijn kolonies ijzerbacteriën, die het ijzer in het kwelwater oxideren, waardoor het water een roestbruine kleur krijgt. Twee reeën laten zich door mij verrassen en verstoppen zich ijlings in een houtwal.


Ik bereik Landgoed Appel dat ligt op de overgang van de hoge Veluwse zandgronden naar de lage veenontginningen rond Terbroek. Eigenaar Jonker Frits Schimmelpenninck (1918–1991) liet veel bij het oude, zodat op het landgoed een mooi coulisselandschap bewaard is gebleven met een onregelmatige verkaveling, verspreide pachtboerderijen, bolle essen, broekbosjes, houtwallen en heide. Nieuwe eigenaren hebben grootse plannen om het gebied als zodanig op te nemen in een ecologische verbindingszone tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug.


Door het gebied stroomt de Appelse Beek, een zijarm van de Hoevelakense Beek, waarvan de loop prachtig terug te vinden is in de Beken Atlas Veluwe van de Bekenstichting.   


Het is zonnig. De vogeltjes fluiten. Spechten dienen elkaar van repliek. De klimmer kamperfoelie heeft overal toefjes jong blad en begint welgemoed aan een opmars richting de zon. De kleine veldkers en paarse dovenetel staan al in bloei. Plukken lichtgroene veldzuring zien er appetijtelijk uit, goed te gebruiken als frisse component in salades. De Italiaanse aronskelk ontvouwt zijn ‘gemarmerde’ bladeren, maar bloeit nog niet.


Op het verste punt van de wandeling bereik ik de natte Appelse Heide met een paar vennen. Op Landgoed Appel liggen enkele kleine schaapskooien, die niet meer als zodanig in gebruik lijken. De heide met pijpenstro wordt tijdens het seizoen wel begraasd door schapen en geiten, maar die worden van buiten ingehuurd. Om een overstroomd heidepad te vermijden wil ik een klein omweggetje maken, maar struikel over een afscheidingsdraad, die laag boven de grond hangt. Als een blok beton val ik op mijn linkerzij (met linker gezichtshelft) vol in de modder, gelukkig modder en geen stenen ondergrond. Dit soort onhandigheden gebeuren me de laatste tijd vaker, en dat geeft te denken. De schade blijft gelukkig beperkt, maar ik zie er niet uit. En ik moet nog zo ver!


Open plekken in houtwallen worden her en der herbeplant met jonge bomen. Deze zijn allemaal behangen met een flinke pluk schapenwol. Waarschijnlijk zo gemarkeerd om ze niet uit het oog te verliezen.


In het middeleeuwse buurtschap Appel ligt Landwinkel De Maaneschijn. Omdat ik op het kampeerterrein een klein stukje verkeerd loop, krijg ik zicht op een weide met een kudde edelherten, die hier worden gehouden voor het vlees in plaats van koeien. Uitermate schuw wanneer ik mijn fotocamera op hen richt. Halfwild wild, zullen we maar zeggen.


Op de terugweg is het in het lage veengebied van Zwartebroek af en toe even soppen door een schraallandje, maar vanwege mijn modderige vermomming beperk ik me tot de korte versie van deze Mooisteroute.nl.       

 


[Beeldverhaal]


Gepost: 26Februari 2024

 

Mooisteroutes.nl: Diepenrust en Maaneschijn (16 km)