WANDELEN: Weerterbos

Kempen-Broek is een grensoverschrijdend landschap met een mozaïek van natuurgebieden, ruwweg tussen het Nederlands-Limburgse Weert en het Belgisch-Limburgse Maaseik, met een piepklein deel in Noord-Brabant rond Budel.


Vandaag, dinsdag 31 oktober 2023, een wandeling in het Weerterbos, waar ik wel eens vluchtig doorheen ben gefietst (‘Kempen-Broek’. In: 1000110, 2019). Vriend Roel vergezelt me zodat ik weer een gelegenheid heb om enige floristische twijfels opgehelderd te krijgen. Bloei is er nauwelijks nog, dus zal het vooral gaan om herkenning van vegetatieve delen, veelal kiemplanten. Volgens de buienradar hebben we een droog ‘window’ tussen tien uur in de ochtend en vier uur in de middag.


We starten om tien uur bij het treinstation Maarheeze aan de Brabantse kant van de provinciegrens. De aanlooproute gaat langs een industrieterrein, waar langs de omheining een mij vaag bekend plantje nog wel bloeit: het eenjarige tweehuizige tuinbingelkruid, in dit geval een mannelijke plant. Een naaste verwant is het overblijvende tweehuizige bosbingelkruid. Het vóórkomen van twee gedaanten bij soorten in dit geslacht (mannelijke en vrouwelijke planten) leidde rond het jaar 1700 tot de ontdekking van de seksualiteit van planten.  


We wandelen eerst door Landgoed Kamersven, waar de bodem onder de naaldbomen opvallend dicht bezaaid is met rozetten van vingerhoedskruid en waar bekermos groeit op dood hout en humus.


Twee veelvoorkomende mossen kan ik dankzij specialist Roel herkennen – haarmos en groot laddermos –  en hier komt thujamos erbij. Die moet ik kunnen onthouden, want de habitus doet erg aan het blad van de ‘levensboom’ Thuja denken.


Een mooi ven op de Hugterheide wordt omzoomd door gagelstruiken, struikheide en dopheide. Op de heide af en toe plukken rendiermos (een korstmos). Onder de paddenstoelen is de gewone zwavelkop het meest frequent, als ook de gele aardappelbovist en enorme parasolzwammen.


Een zeer algemene varen is de brede stekelvaren met drievoudig geveerd blad. Hier staat ook de mannetjesvaren met tweevoudig geveerd blad. En ook nog de wijfjesvaren met twee-tot-drie-voudig geveerd blad. Ik vind het maar een subtiel verschil, maar je moet het natuurlijk combineren met andere kenmerken, zoals de verschillende vormen van de sporenhoopjes en hun dekseltjes.


We bereiken het grenspad tussen Noord-Brabant en Limburg bij de uitkijktoren over een voormalige landbouwontginning (Boerderij De Grashut), waar een paar jaar geleden edelherten zijn uitgezet. Maar de herten zijn inmiddels al uitgeburld en laten zich niet zien.


Tijdens een plaspauze denk ik onder een wintereik te staan, want het blad heeft toch een aardig bladsteeltje, maar Roel is niet overtuigd. Hij denkt eerder aan een kruisingsprodukt van de zomer- en de wintereik, op veel plekken algemener dan de oudersoorten.


Langs dit grenspad, vijf meter over de grens op Limburgs grondgebied, ligt het Grenskerk Monument. Op het eind van de Tachtigjarige Oorlog in 1648 werd de katholieke eredienst in Noord-Brabant (onderdeel van de Republiek) verboden. Katholieken konden echter terecht bij grenskerkjes net over de grens in Limburg (Spaanse Nederlanden). Hier zijn de fundamenten van zo’n kerkje opgegraven en is een openluchtkerkje in ere hersteld. Omgekeerd staken protestanten uit het Limburgse Weert de grens over om in het Brabantse Budel ter kerke te gaan.


Rankende helmbloem bloeit maar door in het bos, terwijl langs de paden veel jonge planten van ‘groot’ nagelkruid staan, die ik waarschijnlijk in het verleden voor iets anders heb versleten. ‘Gewoon’ nagelkruid is een algemene soort in de bossen, maar ‘groot’ nagelkruid is een exoot die de inburgeringscursus met succes heeft doorlopen. Hij breidt zich razendsnel uit. Goed te herkennen aan het samengestelde blad met een topblaadje dat heel veel groter is dan de andere deelblaadjes.


We wandelen door het Hugterbroek. Terwijl aan de Brabantse kant drogere naaldbossen overheersen, streeft men aan Limburgse kant naar moerasbos met vennen. Bij zo’n ven gebruiken we de lunch op een bankje van Het Limburgs Landschap met zwammen die uit de kieren in het hout groeien (gevolg van al dat gezwam op zo’n bankje). Op de oevers van het ven staat veel uitgebloeide grote wederik en kruipt de gewone waternavel. In de drassige weide eromheen groeit veel veenmos.


We zien een boomklever en een groepje staartmezen en horen de geluidsoverlast van JSFs, die een ommetje vanaf vliegbasis Volkel maken, als ook continu geweervuur van militair oefenterrein Weerterheide.


In het natte Weerterbos een mooi bospad van een kilometer lengte langs grote populaties van verdorde adelaarsvarens. Ook enkele enorme planten van de koningsvaren tussen de meer algemene brede stekelvaren. De verhoging van het grondwaterpeil bevalt een aantal bomen duidelijk niet. Ze zijn erbij gaan liggen met enorme, maar zeer oppervlakkige wortelkluiten die hoog de lucht insteken.


Horeca Peerkesbosch is gesloten op dinsdag. Daar gaat onze koffie met Limburgse vlaai. Ook de achteringang door de bijbehorende paardenweides zit dicht. Omlopen vergt een extra kilometer.

We steken de provinciegrens weer over naar Brabant, lopen een flink stuk verkeerd (tot de uitkijktoren), maar keren om en wandelen via een prachtig kronkelend bospad van vier kilometer lengte door de Hugterheide terug naar Maarheeze. Helaas begint het te regenen, waardoor het genieten wordt verstoord. Ons droge ‘window’ is iets korter dan voorspeld.


We staan nog wel even stil bij een flink aantal exemplaren van de brede wespenorchis met vruchtjes, die echter hun piepkleine zaden al hebben laten waaien. En een mooi groepje van de witte parelstuifzwam is ook een foto waard.                        


De teller wijst tweeëntwintig kilometer aan, een fikse tocht waar we zes uur over hebben gedaan.

 


[Beeldverhaal]


Gepost: 18 November 2023

 

Mooisteroutes.nl: Grensgeval met edelherten (17 + 5 km)