WANDELEN: Hemelrijkse Waard

Tussen Lithoijen en Oijen, aan de Brabantse kant van de Maas, is sinds 2017 de Hemelrijkse Waard opengesteld, een nieuw natuur- en waterbergingsgebied. De dorpsnamen geven al aan dat ze in een Maasbocht bij het water zijn gelegen (zoals alle namen met ‘ooi’). Voor de naam ‘Hemelrijk’ kan ik geen verklaring vinden, maar het belooft in elk geval veel.

Op donderdag, 8 september 2022, start ik bij de Oijense Wachter, een uitkijktoren over het gebied. Ik heb geen routebeschrijving, alleen een overzichtskaartje, voldoende om lekker te gaan struinen. Er zijn een aantal nevengeulen gegraven en ik zie meteen een klein groepje lepelaars op een oever staan. Ik loop eerst in de Maasuiterwaarden oostelijk richting dorp Oijen. Langs de waterkant een gemengde vegetatie van wilgenroosjes, kattenstaart, pitrus, watermunt, Canadese fijnstraal, heelblaadjes, wolfspoot, moerasandoorn, wilde bertram, zwart tandzaad en heel veel naaktslakken tussen een opslag van wilg en zwarte els. Op de stengels van de akkerdistel zie ik hele stevige groene gallen. Het blijkt de behuizing te zijn van de distelgalboorvlieg. Op de paaltjes die het struingebied begrenzen zit warempel een koppeltje van de tapuit.

Tussen de Maas en de nevengeul zijn restanten zichtbaar van de oude oeverwal, soms bestaande uit een ‘bomenrif’, soms kleine eilandjes met volwaardige bomen, die prachtig weerspiegelen in het water. Groepjes kieviten rusten uit op de boomstronken.

Ik bereik de Veerweg van het pontje Alphen–Oijen, waar ik vanochtend aan de overkant met de auto voor het blok werd gezet omdat het pontje tijdelijk uit de vaart is genomen (onbekend bij de routeplanner). Gelukkig voer een paar kilometer stroomafwaarts bij Lith het pontje wel, zodat ik zonder al te veel vertraging aan mijn wandeling kon beginnen.

Ik vervolg mijn weg door de uiterwaarden en kom weer eens een grote dooie vis tegen op het droge. Omdat ik recentelijk een snoekbaars heb ‘gedetermineerd’ van ongeveer dezelfde afmetingen en toen de verschillen tussen snoek, snoekbaars en baars heb opgezocht, kom ik tot de conclusie dat dit een baars moet zijn.

Twee enorme Hercules transportvliegtuigen met vier propellers, begeleid door een tweetal kleinere vliegtuigen, vliegen laag over. Waarschijnlijk onderdeel van de oefening ‘Falcon Leap’ met parachutisten en droppings van goederen. De Russen kunnen hun borst nat maken. Of oefent Defensie voor humanitaire droppings in hongersnoodgebieden? 

De nevengeulen van de Maas worden tot mijn verbazing overwoekerd door de grote waternavel. Ik weet dat het riviertje de Dommel grote problemen heeft met deze exotische waterplant (‘Dommel’. In: Eigen land laatst!, 2021). De Dommel komt stroomafwaarts via de Dieze uit op de Maas, dus misschien is dat de oorzaak.

Ik wandel via dorp Oijen binnendijks terug naar de Oijense Wachter. De toren van de Sint Servatius kerk in Oijen heeft duidelijk een bijbaantje, gezien alle antennes en zenders op de stompe spits. Het kleine kerkplein is ook al verhuurd voor de kermis, waar slechts ruimte is voor botsauto’s en een snoeptent.

In de weilanden jodelen en foerageren een aantal wulpen. Maar ze worden bijna een uur overstemd door het gebulder van enkele JSFs, waarschijnlijk opgestegen van vliegbasis Volkel. 

Vanaf de uitkijktoren maak ik een nieuwe westelijke lus door de uiterwaarden. Op de boomstronken die boven het water uitsteken rusten vooral aalscholvers en wilde eenden. In het water dobberen krakeenden, kuifeenden en meerkoeten. Als de JSFs even geland zijn, hoor je het zwiepen van de vleugels van opstijgende zwanen.

De vegetatie moet hier nog verder tot ontwikkeling komen. Canadese fijnstraal overheerst, met verspreid ertussen zomerfijnstraal.   

Bij het uitzichtpunt over een waterplas in de Alphense Waard (voorheen liggend bij Alphen in Gelderland, maar door Maaskanalisatie verhuisd naar Noord-Brabant) verblijft een populatie van wel vijftig lepelaars, deels rustend op één poot, deels stofzuigend langs de oevers. Ze hebben me al gauw in de gaten en kiezen massaal het luchtruim, samen met een aantal luidruchtige Canadese ganzen. De Nijlganzen zijn niet zo bang aangelegd en gaan onverstoord hun gang.

Ik wil hier weg, want er zitten me te veel dazen. De landing op je huid voel je niet. Pas als ze prikken en bloed zuigen word je ze gewaar. Koolwitjes, citroenvlinders en atalanta’s vliegen rond, maar alleen het icarusblauwtje poseert even voor een foto. Watersnippen vliegen vlak voor mijn voeten al piepend en zigzaggend op uit de begroeiing.

Bij de gigantische Rioolwaterzuivering Oijen verlaat ik de uiterwaarden en steek over naar het Boveneind van Oijen. Ik passeer de Burgthoeve, zorgboerderij en paardenmelkerij. Ja, dat is waar ook, paarden kunnen ook gemolken worden. Melkmerries!

De sloten langs deze Lutterweg staan vol met enorme sigaren van de lisdodde. En vlakbij Kasteel van Oijen staat op een erf een prachtige bos papegaaienkruid.

Kasteel van Oijen is nu een hotel en alleen toegankelijk voor hotelgasten. Er is overigens van het kasteel niet veel over, behalve twee ronde hoektorens die in de nieuwbouw zijn verwerkt. In de bosschages die het gebouw aan het zicht onttrekken beklimt de bosrank in volle bloei andere struiken. En bij de oprit staat een zwarte nachtschade vol glimmende zwarte bessen.

Ik loop terug langs de Maas (die trouwens weer aardig op niveau en bevaarbaar is) naar Oijen en zie een vreemd vaartuig langs komen, een woonark op eigen kracht: “Neem uw huis mee en vaar!

In het centrum van Oijen staat een imposant huis Anno MCMVIII met de gevelspreuk ‘Est! Est!! Est!!!’. Dat zoeken we op. En die fles wijn ook! Driemaal ‘Est’ blijkt namelijk een Italiaanse witte wijn te zijn uit Montefiascone. Ik hoop dat het geen fiasco is. De betekenis van ‘Est!’ is ‘Hier is het!’. De legende vertelt dat een Duitse bisschop op weg naar Rome zijn ‘misdienaar’ opdracht gaf vooruit te gaan om een geschikte herberg te vinden en dit aan te geven met het woordje ‘Est!’ op de deur. En twee keer ‘Est’ als de wijn ook nog goed was. Toen de bisschop driemaal ‘Est’ op de deur zag staan, begreep hij dat de wijn van uitzonderlijke kwaliteit moest zijn. De bisschop bleef drie jaar in Montefiascone en dronk zich daar dood. Zijn reis naar Rome mondde in elk geval uit in een fiasco. Zijn graf in Montefiascone vermeldt de doodsoorzaak: Est! Ik hoop dat de bewoner van dit huis in Oijen zijn voorbeeld niet navolgt.                

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/453256294]

 

Gepost: 20 September 2022

 

Struinen tussen Oijen en Lithoijen (17 km)