WANDELEN: Trynwâlden

Laat ik vandaag maar eens de chauvinistische koers volgen, en plaatsnamen in het Fries weergeven, waaraan de Nederlandse namen in kleine lettertjes zijn toegevoegd.

De Trynwâlden (voor meerdere uitleg vatbaar, maar ik houd het bij Driewouden) is een zandrug iets ten noordoosten van Leeuwarden met drie zeer oude dorpen: Aldtsjerk (Oudkerk), Oentsjerk (Oenkerk) en Gytsjerk (Giekerk). Een gebied mij grotendeels onbekend.

Aldtsjerk (Oudkerk) ligt op de route van de Elfstedenschaatstocht en ook de Elfstedenfietstocht, die ik in 2015 in vier dagen(!) heb gereden (In: It giet oan!, 2016). Pas toen ik in 2015 door Aldtsjerk (Oudkerk) reed besefte ik dat ik eenmaal eerder in het dorp was geweest, in 2006, toen we drie rondjes om het kerkje liepen met de kist van Jan Dirk Ferwerda (1917–2006), mijn Wageningse hoogleraar Tropische Landbouw en promotor, die in zijn geboortestreek begraven wilde worden.

Door onbekende reden – waarschijnlijk een verkeerde afslag, verdoofd door de oververmoeidheid van die barre vierdaagse fietstocht! – heb ik tijdens mijn Elfstedentocht de beroemde Tegeltjesbrug gemist over de Moark (Murk), de laatste brug die de schaatsers passeren vóór de finish op de Bonkevaart. Vandaag een herkansing!

Mijn wandeling op donderdag, 18 augustus 2022, begint in Oentsjerk (Oenkerk) bij Stania State, een stins waarvan de geschiedenis teruggaat tot de zestiende eeuw. Rond het landhuis een mooi park met heuveltjes, vijvers en daarover houten bruggetjes. In het voorjaar bloeien hier de stinsenplanten, maar daar heb ik nu niks aan.

Het zal niet verbazen dat alle drie de dorpen van Trynwâlden, hoe dicht ze ook bij elkaar liggen, een eigen tsjerke (kerk) hebben. De romaanse Mariakerk van Oentsjerk (Oenkerk) dateert van ongeveer 1230, maar er is in de loop der tijden flink aan gesleuteld. Zo is er tegen de voorkant van de toren een nieuwe gevel gemetseld. Het is kwart over tien, maar de torenklok geeft half drie aan. Ik gun Friesland van harte een eigen tijdzone.

Via een graspad door de Oenkerker polder met opvallend veel perzikkruid, korenbloem en kamilles, bereik ik het Martinuskerkje van Gytsjerk (Giekerk). In aanleg gebouwd rond 1100, behoort het tot de oudste kerkjes van Friesland.

De berm van de doorgaande Canterlandseweg is tot Vlinderberm bestempeld, maar er is recent gemaaid en er zijn dus weinig bloeiende planten over. Wel een beetje duizendblad, wilde bertram, gewone rolklaver en knoopkruid, maar geen vlinders. Het is vandaag ook niet echt mooi vliegweer, behalve voor de straaljagers van vliegbasis Leeuwarden die met veel lawaai oefenen om Russen te verjagen.    

Daar is hij dan, de Tegeltjesbrug over de Moark (Murk). Het is de bedoeling om iedereen die de Elfstedentocht heeft uitgereden te vereeuwigen op een Delfts Blauw tegeltje. Inmiddels zijn de noordkant en de binnenkanten helemaal betegeld. De zuidkant zal volgen nadat er voldoende meldingen en foto’s binnen zijn. Blijkbaar telt de Elfstedenfietstocht niet mee, want ik kan mijn tegeltje niet vinden. Wel die van W.A. van Buuren, alias Z.K.H. de Prins van Oranje, die de schaatstocht in 1986 uitreed. 

De omgeving is uiteraard een mooie plek voor boerenprotest. Gestapelde hooibalen in plastic met een beschildering van een betraand gezicht, vergezeld van een mast met de Friese vlag halfstok en een boerenzakdoek als wimpel. Je kunt de Friese vlag wel omdraaien, maar hij blijft er hetzelfde uitzien: schuine banen met pompeblêden. Over de weilanden de skyline van Leeuwarden, altijd maar weer met die saaie hoge Achmea toren. Maar à la, zonder Achmea toren ís er helemaal geen skyline. 

Ik wandel door de polders van de Gytsjerksterhoeke (Giekerkerhoek). Boeren zijn momenteel weer volop gier aan het uitrijden. Een groot melkveebedrijf staat te koop. Wie trapt daar nu nog in? De Overheid, hoop ik.

Langs de singels valt de witte dovenetel op en veel klimmers van de hop (vooral mannelijke planten) en de kamperfoelie met zijn rode bessen. De sneeuwbes bloeit ook en draagt al volop zijn sneeuwwitte (plof)bessen.

Ik passeer bij een grote Zweedse zwerfsteen watertje De Ryd en kom in het Bûtenfjild (Buitenveld), een natuurgebied van It Fryske Gea. In en langs de sloten bloeien waterweegbree en zwanenbloem, en op het water drijft een mengsel van krabbenscheer en kikkerbeet, familieleden van elkaar. Langs de waterpartijen van De Ryd liggen uitgestrekte rietvelden met af en toe ertussen een pluk kattenstaart (druk bezocht door koolwitjes), guldenroede en koninginnenkruid.

Bij een bruggetje terug over De Ryd staat een houten bank met de tekst: ‘Wacht niet tot het volgende bankje’. Daar kan ik makkelijk aan voldoen, want het is lunchtijd.

Hier ligt in deelgebied De Bouwepet – een oude veenput – een geologisch monument. Tijdens de ruilverkaveling werden duizenden zwerfstenen gevonden, alleen waren hier geen hunebedbouwers die er iets van konden maken. Ik volg eerst een zwerfstenen pad langs een twintigtal grote keien (overigens zonder enige informatie), maar kom dan bij een kom waarin vele kleinere stenen zijn verzameld en zó neergelegd dat ze de landkaart van Scandinavië vormen. Tussen de vochtige keien staan een groot aantal uitgebloeide orchideeën van handekenskruid (rietorchis of gevlekte orchis), een populatie van holpijp, wolfspoot, waterweegbree en een eenzaam exemplaar van oranje havikskruid in volle bloei. Leuk is het om weer iets voor het eerst tegen te komen: een sterk vertakte plant van knikkend tandzaad, notabene mét lintbloemen.    

Via het nabijgelegen dorp Mûnein (Molenend) kom ik weer in de bossen van Landgoed Stania State. Een deelgebiedje heet ‘Grikelân en Turkije’, bosjes hakhout naar verluid aangelegd met de opbrengst van waardeloze Griekse en Turkse staatsobligaties.

De horeca van Stania State lonkt, maar ik wil nog even een bezoekje brengen aan het oude kerkje van Aldtsjerk (Oudkerk). De romaanse Pauluskerk stamt ook uit de twaalfde eeuw en wordt zoals gebruikelijk omgeven door het kerkhof. Na het overlijden van Jan Dirk Ferwerda in 2006 ben ik zijn echtgenote Jeltje uit het oog verloren. Is ze nog in leven? Maar ik zie dat Ferwerda inmiddels in het eenvoudige graf gezelschap heeft gekregen van Jeltje Vogelsang, geboren in Sneek (ook mijn geboorteplaats). Ze is honderd geworden (1918–2019) en heeft haar laatste levensjaren doorgebracht in Dronryp (Dronrijp), gelegen tussen Frjentsjer (Franeker) en Ljouwert (Leeuwarden).

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/453132513]

 

Gepost: 2 September 2022

 

Mooisteroutes.nl: Kuierke yn ‘e Trynwâlden (17 km)