FIETSEN: Regge

Het is wel weer eens tijd om te fietsen in Salland. De zuidkant van de heuvelrug (Holten – Rijssen) heb ik meer dan intensief bewandeld door het hele Wereldtijdpad te lopen en te ‘inventariseren’ (‘Wereldtijdpad – Terugblik’. In: Siem Sing a Song, 2020). Het noordelijke deel met de Hellendoornse Berg hoort niet bij het Nationaal Park. Hier ligt de fietsroute, die ik uitgekozen heb. En die belooft een flink stuk van rivier de Regge te volgen.

De Regge is een zijrivier van de Overijsselse Vecht. Hij ontspringt als aftakking van de Schipbeek bij Diepenheim. En stroomt bij Ommen in de Vecht. Het stroomdal ligt ten oosten van de Sallandse Heuvelrug en is onderverdeeld in Boven-Regge tussen Diepenheim en Rijssen, Midden-Regge tussen Rijssen en Hankate, en Beneden-Regge tussen Hankate en Ommen.

Vrijdag, 12 augustus 2022, is een bloedhete dag met temperaturen boven de dertig graden, maar ik lees net in een nieuwsbrief van Vrienden op de Fiets dat je bij een snelheid van twintig kilometer per uur windkracht vier genereert. Maar voor minder doe ik het ook.

Ik start bij het Buitencentrum Sallandse Heuvelrug in Nijverdal en fiets richting Haarle door een afwisseling van bos en heide. In het bos hoef je niet naar dooie naaldbomen te zoeken, ze komen vanzelf op je af. De droogteschade en de genadeslag door de letterzetter van met name de fijnspar zijn overduidelijk. De heide daarentegen lijkt zich goed te hebben hersteld van de droogte en staat volop in bloei. De uitgestrekte paarse vlaktes zijn een lust voor het oog. Overigens niet te vroeg juichen, want het zijn vooral de oudere planten die het beeld bepalen, terwijl de regeneratie door jonge plantjes moeizaam verloopt.

Ik zie in het bos weer eens de rode bosbes als bodemdek in plaats van de veel frequentere blauwe bosbes. En langs de paden opvallend veel Sint-Janskruid.

De rododendrons en azaleas in het bos zijn het visitekaartje van Landgoed De Sprengenberg met de Palthetoren (‘Sprengenberg’. In: 1000110, 2019).    

Van Haarle naar Mariënheem is het voornamelijk landbouwgrond, en het aantal omgekeerde Nederlandse vlaggen is niet te tellen. Als we de boeren nu vertellen dat blauw-wit-rood voortaan door hun acties de officiële Nederlandse vlag is geworden, zul je zien dat ze hem uit protest weer recht hangen.

Ik kom langs een gigantisch veld met lelies, die inmiddels van de bloemen of bloemknoppen zijn ontdaan. Ik vraag me af of die eigenlijk nog verhandeld worden of dat het hier puur bollenteelt betreft. Het groene blad steekt in elk geval zijn energie nu niet in de bloemen, maar in de ondergrondse bollen.

Een boer heeft in zijn weiland zonder bomen met enkele hulpmiddelen (zoals zijn tractor) een net gespannen zodat zijn koeien enige broodnodige schaduw kunnen opzoeken.

Her en der kom ik veldjes ingezaaide biodiversiteit tegen. Nu de korhoender inmiddels uitgestorven is, legt de actiegroep ‘Patrijs van Salland’ zich toe op een andere weidevogel die het niet makkelijk heeft.

Ooit zag ik op een eerdere fietstocht in Mariënheem een bordje ‘Panorama Salland’ bij een perkje met een schelpenpad en een bankje, aangelegd door de schildersclub van het dorp. Ik ging er toen vanuit dat de schilders hier hun ezels parkeerden om het fraaie landschap te vereeuwigen (‘Overijssels Kanaal 2’. In: Siem Sing a Song, 2020). Niets blijkt minder waar! Volg het schelpenpad een paar honderd meter en je komt bij een grote geitenschuur met een schildering van vijfenveertig bij vier meter, die kan concurreren – nou ja – met Panorama Mesdag. Vóór de schildering staan honderden melkgeiten dicht op elkaar naar me te blèren en me schaapachtig aan te kijken. Je zou er Q-koorts van krijgen. Op de schildering is de Palthetoren prominent afgebeeld en verder het boerenland aan de voet van de Sallandse Heuvelrug. Een deel van de geiten lijkt onderdeel uit te maken van het panorama, de andere lijken er zo uit weggelopen. De geitenmelkveehouder heeft trouwens wel een bijzonder protestbord om zijn ongenoegen over het stikstofbeleid te laten blijken: ‘Wij laten ons niet bij de bok doen’. Een nette manier om te zeggen dat hij zich niet laat verneuken.

De volgende ‘highlight’ is de Luttenberg, één van de vooruitgeschoven heuvels van de Sallandse Heuvelrug. Het klimmetje valt mee, het uitzicht is prachtig. Op een kleine weide is het hooi opgetuigd in ouderwetse hooibergjes. Waarom word ik daar nou zo blij van?

Tot overmaat van ‘ramp’ zijn bij het Sallands Landbouwmuseum De Laarman in het dorp Luttenberg enkele vrijwilligers op een graanveldje bezig om graan te dorsen met een oeroude dorsmachine. De een houdt de tractor met de aandrijfriem in de gaten, een tweede schept het graan met een hooivork van een platte kar boven in de dorser, waar een derde zorgt dat de doorvoer niet stokt. Vrijwilliger vier vervangt tijdig de volle zakken graankorrels. De dorsmachine is verbonden met een iets moderner apparaat waarin het losse gedorste stro tot strobalen wordt geperst en samengebonden. Vrijwilliger vijf tilt de vierkante pakken stro op een andere platte kar. Het kaf wordt met grof geweld aan de zijkant van de dorser op een hoop geblazen. Een stoffige boel voor mijn fotocamera, om over de arbeidsintensiviteit maar te zwijgen. En al met al zijn ook nog een viertal tractoren in de weer om de klus te klaren. We moeten terug naar een extensievere vorm van landbouw, maar dit gaat te ver. Dit is leuk voor een festival met oude beroepen, zoals de Molenmarkt in Wageningen (tweede zaterdag van september).

Langs de Boksloot en de Eelerberg bereik ik het Overijssels Kanaal (Zwolle–Vroomshoop) en Stuw Hankate. Hier kruisen Regge en kanaal elkaar en gaat de Midden-Regge over in de Beneden-Regge. Een mooi plekje met een grote vistrap en stapstenen voor een kijkje naar de vistrek. Overigens is de vistrap aardig dichtgegroeid met egelskop, pijlkruid, koninginnenkruid en moerasandoorn.

Vanaf hier volg ik een mooi fietspad langs de Beneden-Regge met enkele bruggetjes. In het water bloeien de gele watergentiaan, witte kikkerbeet en pijlkruid. Verder bladslierten van drijvend fonteinkruid en een andere soort met lange grasachtige bladeren, waarschijnlijk stomp fonteinkruid. Weidebeekjuffers vermaken zich in grote getale op de waterplanten. Richting het westen is er zicht op de prachtige Lemelerberg, nog zo’n vooruitgeschoven post van de Sallandse Heuvelrug, een refugium voor jeneverbes (‘Lemelerberg’. In: Siem Sing a Song, 2020).

Bij een boerderij/woonhuis kom ik een gerestaureerde hooiberg tegen op palen met verschuifbaar dak, en een geheime ruimte – vermoed ik – tussen de strobalen. Moet dan meteen denken aan een grappig werkwoord dat we vroeger leerden op de Indonesische les: ‘meng-indehooi’ (vrijen).  

Helaas mis ik een stukje Regge door een omleiding. Bij de aansluiting van de Linderbeek op de Regge blijkt waarvoor. Het stroomdal wordt hier met groot geweld ‘verdiept’ en  ‘vernieuwd’. In de nu nog droge, zandige, werkloze bedding is het kunstwerk reeds geplaatst, een soort liggende zeemeermin op betonnen poten.

Terug over het Overijssels Kanaal en langs de Midden-Regge naar het dorp Enter. Hier ligt langs het water het Zomphuis, vanwaar je met een Reggezomp boottochtjes kunt maken op dit riviertje. Reggezompen (evenals Berkelzompen) zijn platbodems die zelfs kunnen varen waar geen water is. Dat komt goed van pas in deze tijden van lage waterstanden. De Midden-Regge mag weer meanderen in gebieden zoals De Tatums en Kalverhaar, hetgeen ook leidt tot veel recreatie. Er wordt volop gezwommen, gekanood en gezond. Niet te lang, want dat is niet gezond.

Na de passage van Hellendoorn wacht me nog wel de beklimming van de Hellendoornse Berg. En dat is geen pretje op deze snikhete dag. De gedachte aan het terras van Buitencentrum Sallandse Heuvelrug, daarna binnen bereik, houdt me op de been.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/453102253]

 

Gepost: 28 Augustus 2022

 

Mooisteroutes.nl: Panorama Salland (60 km)