WANDELEN: Montfoort

Hoewel ik ook door stad Montfoort wandel, gaat het deze wandeling vooral om de veenweides in het zuiden van de gemeente Montfoort, in de Lopikerwaard. 

Startend op dinsdag, 9 augustus 2022, in Benschop bij Buitenplaats Más Mik, is er een paar kilometer overlap met een eerdere wandeling (zie ‘Willeskop’), maar dat is geen straf, want het is een prachtig gebied. De parkeerplaats wordt gekleurd door Gelderse roos en meidoorn in volle vruchtdracht, terwijl de bessen van sporkehout ook al beginnen te verkleuren. Alleen al de aanlooproute naar de uitkijktoren in natuurgebied Willeskop kost me de nodige tijd, want de slootkant staat vol met egelskop, lisdodde, zwanenbloem, waterzuring en kattenstaart, terwijl het wateroppervlak bedekt is met gele plomp, pijlkruid en het bijzondere kikkerbeet met zijn drietallige witte bloemen.

Destijds – in januari – mocht ik in Willeskop eigenlijk niet komen vanwege snoeiwerkzaamheden en was de tiendkade één grote modderpoel. Nu loop ik over een groene loper, het mooiste en dikste tapijt van varkensgras dat ik ooit heb gezien.

Hennepnetel, moerasandoorn, wolfspoot, koninginnenkruid, watermunt, kompassla en beide wilgenroosjes bloeien op de oever van de grote plas, waar zich vooral grauwe ganzen ophouden, terwijl net een groepje brandganzen landt in het water.

Op de tiendkades, onder het gebladerte van bomen en struiken, is het een insectenbal en een vlinderballet. Van de insecten geen last, behalve enkele razende dazen. Van de vlinders krijg ik het bont zandoogje voor de lens, en een argusvlinder op een bloem van knoopkruid. Dat valt niet mee, want zo gauw de vlinders gaan zitten sluiten ze de vleugels om oververhitting te voorkomen op deze warme zomerdag.

Het is een dag van mooie doorkijkjes vanuit de begroeide veenkades over de weilanden naar de dorpen. De Gerbrandytoren in IJsselstein is nooit ver weg, de kerkjes van Benschop dansen in de middaghitte, oren van hazen steken net boven het gras uit in de weilanden.

Vele eenvoudige, maar vernuftige, volautomatische poldermolentjes kom ik tegen. De handtekening van de uitvinder en fabrikant – Bosman uit Piershil in de Hoeksche Waard – staat luid en duidelijk op de windvaan.

Opvallend veel variatie in de afmetingen en bloeistadia van de klit. Ben ik hier getuige van mengsels van de grote, middelste en kleine klit, of zijn het verschillende generaties? Ik kom er niet helemaal uit.

Mijn dag kan niet meer stuk wanneer ik twee purperreigers gezamenlijk op de foto krijg. Deze slanke schuwe reigers ben ik alleen nog maar eerder tegengekomen in de buurt van de Zouweboezem en de boezem van Kinderdijk. Een wandelende tegenligger met verrekijker kan me vertellen dat ze hier vaak gezien worden, enerzijds omdat de Zouweboezem bij Ameide aan de Lek hemelsbreed niet ver weg is, maar anderzijds hebben inmiddels een aantal broedparen zich geïnstalleerd bij de vierde eendenkooi die ik onderweg tegenkom. Is daarom de toegang tot deze kooi zo goed met schuttingen afgesloten?

Een heftige plons in de sloot achter struikgewas doet me schrikken. Het blijkt een zwanenfamilie te zijn met vijf schuchtere pubers die blijkbaar van mij zijn geschrokken. Ik hoef dus gelukkig niet in actie te komen bij het bordje ‘Vee in sloot!! 06-14614599’.

Kwam ik eerder al eens de enorme gallen op zomereik tegen van de aardappelgalwesp, hier zie ik prachtige groepjes gallen van knikkerformaat, behuizing van de knikkergalwesp.

Op enkele plekken loop je dwars door een boomgaard, waar je het laaghangend fruit zo zou kunnen plukken, ware het geen stoofpeertjes. Ik kom een kruisbloemige tegen met kleine gele bloemen en lange bloeiwijzen met piepkleine ronde hauwtjes. Nooit eerder gezien, maar het blijkt de bolletjesraket te zijn (oftewel de éénjarige rapistrum).

Via Polder Heeswijk bereik ik stad Montfoort, strategisch gelegen aan de Hollandse IJssel. Al in de twaalfde eeuw lieten de bisschoppen van Utrecht hier een kasteel bouwen, gericht tegen de aanvallen van de Hollandse graven. De zetbazen van de bisschop, de Heren van Montfoort, verwierven aanzienlijke macht, maar uiteindelijk ook zo veel schulden dat het met ze gedaan was zo ongeveer op het eind van de Tachtigjarige Oorlog.

Ik raak aan de Hollandse IJssel bij de IJsselpoort, een van de vier voormalige poorten in de stadsmuur, betreed in de oude stad de poort van Kasteel Montfoort, en passeer via een voetgangersbrug een restant van de stadsgracht.

Onderweg kom ik langs de Grote of Sint-Janskerk. Iets verderop zie ik de katholieke kerk Johannes de Doper liggen langs de Hollandse IJssel. Het pleintje bij deze kerk is vernoemd naar Pastoor B.M.J. Spaan (1874–1958), vanaf 1919 pastoor te Montfoort en bouwheer van de kerk. Pastoor Spaan figureert prominent als Heeroom Spaan in het oorlogsdagboek van slager J.P. van der Vooren, postuum uitgegeven als ‘Vlucht uit Renkum’. J.P. van der Vooren is de opa van Marita aan moeder’s kant.

Slager J.P. van der Vooren moet in september 1944 met zijn vrouw en negen jonge kinderen huis en haard verlaten tijdens Operatie Market Garden. Na enkele omzwervingen in Ede en Zeist wordt het gezin gastvrij opgevangen door Heeroom Spaan op de pastorie in Montfoort, waar ze verblijven van 21 oktober 1944 tot de terugkeer naar Renkum op 18 juni 1945. Daar is behalve de kelder niets meer over van de slagerij. Ze hebben vier jaar nodig om hun leven weer op de rails te krijgen: op 5 mei(!) 1949 wordt de nieuwe slagerij geopend op Dorpstraat 77 te Renkum. De slagerij bestaat nog steeds, maar is niet meer in de familie.

Ik wandel Montfoort weer uit de wijde wereld in. Ik kom bijna in de verleiding om bij Kaasboerderij Doruvael een roodschimmelkaasje ‘Le petit Doruvael’ te kopen, maar die gaat waarschijnlijk de eindstreep niet halen op deze warme dag. Bovendien is de naam van dit ‘Franse’ kaasje afgeleid van ‘Door ruilverkaveling van elders’, dus wie weet hoe lang het kaasje al onderweg is.       

De terugweg is even mooi als de heenweg. De valeriaan staat uitgebloeid op de oevers van de sloten, waar koninginnenkruid het stokje heeft overgenomen. Ik hoorde in een droogte discussie op tv een waterschapper zeggen dat we in Nederland tweehonderdduizend kilometer aan sloten en waterwegen hebben. Daar heb ik er vandaag toch wel zo’n honderd kilometer van gezien. Op het laatste stuk valt me nog een grote hoeveelheid bitterzoet op met zijn oranje-rode vruchtjes, klimmend in andere planten. Aan de paarse bloemetjes kun je zien dat het een familielid is van de aardappel (nachtschade).

Terug bij de uitkijktoren zie ik nog een groepje watersnippen foerageren op de drooggevallen plekken in de plassen van de Willeskop. Horeca Más Mik is helaas niet open voor passanten, alleen voor groepen op afspraak. “Dat is al de tweede keer dat je mijn klandizie misloopt, Mis Mák!

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/453070070]

 

Gepost: 23 Augustus 2022

 

Mooisteroutes.nl: Blokje om (20 km)