WANDELEN: Paradijs Oranjewoud

Oranjewoud bij Heerenveen is een begrip, in elk geval voor de Friezen. Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (1560–1620) werd na de dood van Willem van Oranje in 1584 de eerste stadhouder van het Gewest Friesland. Hij is samen met prins Maurits opperbevelhebber van het Staatse Leger tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zeer geliefd, zoals blijkt uit het feit dat hij door de Friezen ‘Us Heit’ wordt genoemd. Zijn standbeeld staat op het Hofplein in Leeuwarden. Drie stadhouders later is Willem Frederik van Nassau-Dietz (1613–1664) aan de beurt. Zijn vrouw, Albertina Agnes van Nassau, koopt na de dood van haar man in 1676 een landgoed vlakbij Heerenveen, en noemt het Oranjewoud. Er verschijnt een paleis waar de opeenvolgende stadhouders een eeuw lang (tot aan de oprichting van de Bataafse Republiek in 1795) veelvuldig vertoeven. Behalve Albertina Agnes van Nassau (1634–1696) waren Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau (1666–1726) en Maria Louise van Hessen-Kassel (1688–1765) – ‘Maaike Meu’ voor de Friezen – opeenvolgende stadhoudersvrouwen, die Oranjewoud hebben onderhouden en verfraaid. ‘Maaike Meu’ (Tante Marijke) heeft jaren gefungeerd als regentes, niet alleen op Fries, maar ook op nationaal niveau, eerst van haar zoon (Willem IV) en later van haar kleinzoon (Willem V). Ze verbleef het liefst in het Princessehof in Leeuwarden, te midden van haar keramische verzameling (nu Nationaal Keramiekmuseum).

Begin negentiende eeuw wordt het paleis in Oranjewoud afgebroken en het landgoed verkocht. Het gebied wordt overgenomen door enkele rijke geslachten die er landhuizen bouwen. Er verschijnen recreatieve voorzieningen, met name dankzij de Tjaarda’s: hotel, speeltuin, doolhof en de uitkijktoren Belvédère. Speeltuin en doolhof zijn verdwenen, de uitkijktoren staat er nog. In 2004 is er het mooie Museum Belvédère bij gekomen.

Dit Oranjewoud is momenteel honderd dagen lang (7 mei–14 augustus 2022) de ‘setting’ van de kunsttentoonstelling Paradys, een twaalftal kunstwerken die de idylle van het Paradijs Oranjewoud uitdagen. Een achttal werken bevindt zich in de nabijheid van Hotel Tjaarda (totale wandelafstand zo’n vijf kilometer). Wil je de overige vier ook beleven, dan vergt dat een extra tien kilometer (wandelend of op de fiets) langs de dorpen Mildam en Katlijk.

Op zondag, 10 juli 2022, grijpen Marita en ik een weekendje Leeuwarden aan om deze route te lopen. In het bos staan we meteen verbaasd te kijken bij enkele hoge struiken met vlierachtig blad en kluwens rode vruchtjes, enigszins lijkend op druiventrosjes. Het blijkt de trosvlier te zijn. De vruchtjes zijn veel minder in trek bij vogels dan de paars-zwarte vruchtjes van de gewone vlier.

Het is uiteraard niet de bedoeling om alle kunstwerken te benoemen, maar slechts enkele sfeerbeelden op te roepen. Zoals de drie enorme jurken, die de drie bovengenoemde echtgenotes van de vierde, vijfde en zesde Friese stadhouder visualiseren. Het bijzondere is dat de gewaden via een speciale techniek zijn gemaakt van plantenwortels (Diana Scherer).

Langs reuzenbalsemien, lelietje-van-dalen, akkerkool, gewoon nagelkruid en groot heksenkruid, komen we bij het Jagershuis van Landgoed Princenhof, waar een fantasiewereld is geschapen op een fictief eiland met bijzondere bewoners, waaronder palingen, een boksende haas en stoeiende  monsters zonder kop (Charles Avery).         

De Litouwse hut – een negentiende-eeuwse rooksauna – oogt weinig bijzonder, maar je kunt de blokhut een half uur exclusief afhuren (reservering en sleutel bij het ontvangstpaviljoen). Je moet wel hoge nood hebben om je tijdens een kunstwandeling een half uur op te sluiten, of heel veel zin hebben in Litouwse kruidenthee, die binnen voorhanden is (Augustas Serapinas).

Erik van Lieshout wilde Oranjewoud verfraaien met een bloemenwapen in een grasveld. In een prachtig gemaakte documentaire geeft hij het moeizame proces op ludieke wijze weer. De eigenaren van de landgoederen in Oranjewoud geven geen toestemming. Een dorpsbewoner ontnuchtert met de opmerking dat de damherten in één nacht gehakt zouden maken van de bloemenpracht. Uiteindelijk is het bloemenmozaïek gerealiseerd op flinke afstand in Heerenveen. 

In de natuurschuur van de Overtuin staan de vrolijke objecten van Isa van Lier. Het leukst zijn de ‘asperges’ of ‘vingers’ met een gezichtje, die me doen denken aan Lejo met zijn vingerpoppentheater.

Voor het kunstwerk van Marianna Simnett moet je met een bootje gebracht worden naar de tuin achter landhuis Oranjewoud. “Er zijn nog drie wachtenden voor u”, dus deze slaan we over.

We beginnen aan de grote lus van tien kilometer, langs de Belvédère uitkijktoren, naar de Ecokathedraal van Louis Le Roy (1924–2012) in Mildam. Sinds 1970 heeft Le Roy met oude bakstenen en stoeptegels bouwwerken gestapeld, waaronder de ‘Porta Celi’ (Poort van de Hemel). De steenhopen vergroeien geleidelijk (als einddatum is het jaar 3000 voorzien) met de natuur. Het lijkt mij geïnspireerd op de oude hindoeïstische en boeddhistische ruïnes in het Verre Oosten. Wij hebben het geluk getuige te zijn van een voorstelling van Alexandra Pirici. In dit bijzondere decor laat ze een stel (buitenlandse) jongelui solitair of in groepsverband levende sculpturen vormen op een wandeling door de ecokathedraal. Het voelt bijna als een religieuze ervaring.

Bij Kunstkoeien.nl kun je een ‘koe’ kopen of huren. Dit maakt echter geen deel uit van de kunstroute. 

Bij Katlijk cirkelen we rond de zintuigelijke illusie van Alicja Kwade. Een granieten rotsblok toont zijn evenbeeld in een spiegel. Aan de andere zijde van de spiegel een afgietsel van hetzelfde rotsblok maar dan zilverkleurig. Het zilverkleurige spiegelbeeld lijkt te liggen op de plek waar we net het granieten blok hebben zien liggen.

Het laatste werk bevindt zich in het oude kerkje van Katlijk. In een vloer van marmeren platen, vliegen vogels rond, gevangen in een soort ganzenbord met de vier seizoenen (Kasper Bosmans).

Na de paradijselijke kunst kunnen we op de lange terugweg nog even aandacht besteden aan paradijselijke plantjes. Zoals de zeldzame steenanjer of heideanjer, mogelijk restant van een ingezaaid bloemenmengsel, want spontaan alleen te vinden langs de Overijsselse Vecht. Langs de sloten veel grote wederik, zwanenbloem, harig wilgenroosje, kattenstaart en gewone rolklaver. Een vlindertje dat neerstrijkt op een bloem blijkt het zwartsprietdikkopje te zijn.

Langs de bosrand graast een roedel damherten, een twintigtal, waaronder vele kalfjes. Veel variatie in vachtkleur, van bijna wit tot donkerbruin. Jammer voor deze herten dat Erik van Lieshout zijn bloemenwapen niet in Oranjewoud, maar in Heerenveen heeft moeten lokaliseren.     

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452915155]

 

Gepost: 30 Juli 2022

 

Kunstroute Paradys (Paradys.frl) (15 km)