WANDELEN: Langbroek

Langbroek was ooit een moerasgebied tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Kromme Rijn. In de twaalfde eeuw werd de Langbroekerwetering gegraven om het gebied te ontginnen. Het kanaal loopt grotendeels parallel aan de Kromme Rijn (maar dan recht!) tussen Odijk en Wijk bij Duurstede. Het gebied was zeer in trek bij rijkelui en je struikelt er dan ook over kastelen, burchten en buitenplaatsen. De landgoederen maken deel uit van de Stichtse Lustwarande, de zuidwestelijke rand van de Utrechtse Heuvelrug tussen De Bilt en Rhenen, met meer dan honderd buitenplaatsen.    

Vanuit Werkhoven aan de Kromme Rijn kun je zo enkele van deze buitenplaatsen bewandelen. De Brink van Werkhoven is op donderdagochtend, 7 juli 2022, uitgestorven, al staat er een oude waterpomp, een muziektent en de Sint Stevenskerk. Mijn oog valt op een stoeptegel vóór de kerk, bedoeld om honden buiten de deur te houden, of in elk geval de bijbehorende drollen: ‘Hond in goot. Dank u’.

Kasteel Beverweert, dat in aanleg dateert uit de dertiende eeuw, is een opvallende verschijning in het landschap met zijn witte gevel, kantelen en torens. Het ligt op een eilandje langs de Kromme Rijn. Voormalig meestervervalser Geert Jan Jansen woont, werkt en exposeert in het kasteel. Ik heb een (onvervalste) handtekening van de meester in een exemplaar van zijn boek Magenta, waarin hij in gevangenschap zijn levensverhaal heeft opgetekend (‘Meestervervalser’. In: Tureluren, 2015). Het landgoed is tegenwoordig eigendom van een Hilversumse slager, die villa’s wil bouwen op de plaats van eeuwenoude bomen.

Langs het bospaadje in het omringende bos groeit de peterselievlier en bloeien de reuzenbalsemien, groot heksenkruid en bosandoorn. Na de brug over de Kromme Rijn kom ik aan de rand van het landgoed uit bij een soort doopvont, uitermate geschikt voor vogels om te badderen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed omschrijft het tuinsieraad welluidend: ‘De pronkschaal heeft boven het vierkante voetstuk een vierzijdige balustervormige vaas in rijke neo-Lodewijk XIV stijl met reliëfs waarin schelpen, voluten en looftakken; daarboven ligt een geprofileerde dekplaat waarop een achthoekig opzetstuk met florale elementen op de steel, die een geribbelde schaal draagt met twee voluutvormige hengsels aan de bovenzijde. Het negentiende-eeuwse tuinornament werd in de negentiger jaren van de twintigste eeuw gerestaureerd’. Daar sta ik dan met mijn oneerbiedige omschrijving als doopvont en vogelbad. Ik heb wel moeten opzoeken wat balusters en voluten zijn.        

Via bospaadjes, onder dreigende luchten met flink wat wind, kom ik uit bij de Langbroekerwetering, die ik een eindje mag volgen. De lijsterbessen kleuren al oranje. Een bloemrijke akkerrand staat vol met boekweit, korenbloem en bijenbrood. Langs de sloten bloeien kattenstaart, harig wilgenroosje en moerasspirea. De gele lis draagt al vruchten. De bosrand ligt vol met oude hopen rietstro. Een forse opening in zo’n bult wijst op een actieve holbewoner. Tussen het staande riet bloeit de grote wederik.

Opnieuw een prachtig pad door weilanden en langs windhagen. Ik waan me even alleen op de wereld, wel verbaasd dat ik nog geen reeën heb gezien. Ah, daar heb je er één die rustig loopt te grazen tot ik om het hoekje verschijn. Langs de Broekweg moet ik even schuilen voor een buitje bij een paardenstal.

Ik kruis nu de Langbroekerwetering en krijg rechts zicht op de ronde toren van Kasteel Sterkenburg, met de wapenvlag in top. Het kasteel dateert ook uit de dertiende eeuw en heeft nog steeds een Middeleeuwse uitstraling. Wapen en vlag bestaan uit: ‘Gegolfde dwarsbalken van goud en rood in acht stukken, de drie bovenste rode dwarsbalken beladen met vijf en de onderste met drie zilveren ballen’. Tot de verbeelding spreekt de moord op één van de eigenaren in de zeventiende eeuw, kort na zijn huwelijk. Was het lust? Was het de erfenis? De moord is nooit opgelost. De Stichting Behoud Sterkenburg exploiteert het kasteel voor feesten en partijen en als B&B.

Bij een kleine varkenshouderij meldt een bord: ‘Hier knorren de biologische varkens van familie Van Grootveld’. Ze mogen dan wel buiten knorren, maar een ‘groot veld’ hebben deze biologische varkens zeker niet tot hun beschikking.

Op oevers en in bermen bloeit een overvloed aan gewone agrimonie. Terwijl valeriaan op zijn laatste benen loopt, begint koninginnenkruid te bloeien.

Een spandoek kondigt het Von Gimborn Arboretum aan, mij onbekend behalve dat Gimborn een voormalig inkt merk is. Inktfabrikant Von Gimborn (1872–1964) verzamelde bomen, eerst in Zevenaar, later hier in Doorn. Het Arboretum is houder van de Nationale Plantencollectie van bijvoorbeeld esdoorn, berk, heide en coniferen. Na Von Gimborn’s overlijden kwam het Arboretum in bezit van de Universiteit Utrecht, maar is nu ondergebracht in een stichting. 

Bij het wit poorthuisje tegenover het Arboretum kom ik op een brede beukenlaan van landgoed Leeuwenburgh. De buitenplaats werd gebouwd in 1657. Huidige eigenaar is de familie De Beaufort. Onder de bomen groeit muursla en een helmkruid, waarschijnlijk knopig helmkruid. Bij Landhuis Leeuwenburgh verlaat ik het landgoed door een sierlijke poort, weer gelegen langs de Langbroekerwetering.  

Aan de overkant van de wetering en de Langbroekerdijk kondigt meteen een volgend landgoed zich aan, Hardenbroek, uit de veertiende eeuw. Dit keer een brede eikenlaan en vervolgens een laan van paardenkastanje, ernstig aangetast door een bladziekte. Langs het pad is de bodem bedekt met een mat van de geel-bloeiende schijnaardbei met volop rode aardbeitjes. Op het eerste gezicht lijken de vlaggen en wapens van Sterkenburg en Hardenbroek identiek, maar er zijn subtiele verschillen, bijvoorbeeld in het aantal zilveren ballen. Het wijst wel op verwantschap van de oorspronkelijke eigenaren.

Ik bereik een mooi natuurgebied langs de Kromme Rijn, nadat ik diep bukkend onder de provinciale weg ben doorgekropen. Bij de brug over de Kromme Rijn staat de oever vol met gele kamille en ertussen verwilderde luzerne.

Ik herken de Jachtlustlaan van een eerdere wandeltocht (‘Kromme Rijn’. In: Siem Sing a Song, 2020). Het eerste deel is beplant met essen, die zichtbaar last hebben van de essentaksterfte. Vervolgens staat de laan vol met vruchtbomen, bomvol kleine aangenaam bittere kersen, waarschijnlijk de boskriek. Een paradijs voor vogels, zelfs de grote bonte specht laat zich verleiden.

Langs een meander van de Kromme Rijn staat een vierkante toren, die geïnspireerd lijkt op de Romeinse wachttorens langs de ‘limes’: de watertoren van Werkhoven. Op enkele wilde rozenstruiken zie ik rode plukjes ‘haar’ uit het blad steken: de geboorte van bedeguargallen! Nog eenmaal de Kromme Rijn over via een voetgangersbrug en ik ben terug op de Brink van Werkhoven, die er nog even vredig bij ligt als vanochtend.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452873112]     

 

Gepost: 23 Juli 2022

 

Mooisteroutes.nl: Stichtse Lustwarande (17 km)