WANDELEN: Apeldoorn-West

Tijdens deze sprengentocht bij Ugchelen en Apeldoorn kom je een wirwar van Veluwse sprengenbeken tegen. Gelukkig is er de Beken Atlas Veluwe van de Bekenstichting om orde te scheppen in de chaos (www.bekenstichting.nl). De sprengen stromen oostwaarts van het Veluwemassief naar de Grift en/of Apeldoorns Kanaal, die overigens tientallen kilometers parallel lopen om bij Heerde samen te vloeien.

Op woensdag, 29 juni 2022, een snikhete dag, start ik op de Carpoolstrook langs de A1 bij Ugchelen. Hoewel ik me in principe verre houd van een andere wirwar, de botanische mengelmoes van grassen, valt me langs de Europaweg een vrij hoog bloeiend gras op dat ik zou moeten kunnen onthouden vanwege de vorm van zijn sigaarvormige bloeiwijze: timoteegras.

Ik zit bijna meteen ongeveer halverwege de Schoolbeek, op een plek waar voorheen wasserijen en papierfabriekjes hebben gestaan. De beek loopt nu onder de nieuwe huizen door die hier zijn gebouwd in de stijl van de oude fabrieksgebouwen. Ik passeer een oudere heer met een loslopend hondje en een snoeischaar in de hand. Niet om het hondje te kortwieken, maar om onderweg de scheuten van de Japanse duizendknoop kapot te knippen. Hij woont hier al eeuwen en vertelt me dat de directeur van de wasserij voorheen ’s morgens vroeg als dorstlesser voor zijn werknemers een kopje beekwater klaarzette, zo schoon was het water van de Schoolbeek.

Oevers en bermen laten momenteel een explosie van zomerbloei zien, deels spontaan, deels ingezaaide bloemenmengsels: akkerkool, bijvoet, wilde cichorei, Jacobskruiskruid, puntwederik, silenes, korenbloem, bolderik, gele ganzenbloem, bijenbrood, zeepkruid, zwarte toorts. Een vrij open veld staat vol met ratelaar, zandblauwtje en hazenpootje.

De Schoolbeek voegt zich bij de Ugchelse Beek. Een waterrad is het enige restant van de voormalige Winnemolen. Ik volg de Ugchelse Beek stroomopwaarts tot aan de A1 en kom door een mooi plasdras gebied dat overtollig water van de beek kan opvangen. In een vennetje staat een mij onbekende waterplant in bloei, de moerashyacint met zijn blauwe aarvormige bloeiwijze. Op de oever bloeit de moerasandoorn. Vlinders dartelen tussen de bloeiende planten: dagpauwoog, gehakkelde aurelia, koolwitje, citroenvlinder, atalanta. Thuis zie ik dat op de foto van de dagpauwoog nog een bijzonder insect op dezelfde bloeiwijze aanwezig is, de penseelkever met gestreepte dekschilden als een wesp. Door deze mimicry fopt hij zijn natuurlijke vijanden (en mij!).

In het bos langs de A1 veel klein springzaad en een enkele populatie lelietje-van-dalen zonder bloei of vruchtjes. Niet verwarren met daslook, want het blad van daslook met zijn uiengeur is eetbaar, maar het blad van lelietje-van-dalen is giftig. 

Ik wandel tussen de verschillende sprengkoppen van de Winkewijert. Iets verderop voegt de Ugchelse Beek zich bij de Winkewijert, om samen verder te stromen als Grift. Ik neem enkele stekjes mee van een grote populatie van een netel met trosvormige bloeiwijze. Ik denk even met het zeldzame trosglidkruid te maken te hebben, maar het is hoogstwaarschijnlijk groot glidkruid, een verwilderde tuinplant.

De route brengt me een stukje langs de Kayersbeek, tegenwoordig een tak van de Zwanenspreng, gegraven om het teleurstellende waterniveau van het Apeldoorns Kanaal (traject Apeldoorn–Dieren) op te krikken, nadat het traject was opengesteld.

Ik zie toevallig voor een tweede keer – eerder ook al bij de plasdras – een jongeman controles van de vegetatie uitvoeren. “Wat bent u aan het controleren?” Het gaat om het uitroeien van de reuzenbalsemien, die welig kan tieren op de oevers van de sprengen. Klein springzaad doet blijkbaar minder kwaad en mag blijven, hoewel beide planten verwante exoten zijn uit Noord-India en de Himalaya. Overigens is men voor de reuzenbalsemien, toch een hele mooie plant, wel minder streng dan voor de Japanse duizendknoop.

Ook langs de Grift is het hier en daar een bloemenpracht: grote centaurie, blaassilene, zwarte toorts, geel walstro, wilde marjolein, kaasjeskruid, zeepkruid, teunisbloem, ruige anjer, kleine pimpernel, zandblauwtje, witte honingklaver, grijskruid.

Na het kruisen van de spoorlijn Amersfoort–Apeldoorn volgt de route de Driehuizerbeek, dan door een parkje met de droge Badhuisspreng en langs de bijzondere gebouwen van de Belastingdienst. In het park staan enkele kunstwerkjes, eentje waarin een karakteristiek Afrikaans beeldje is verwerkt, maar het meest intrigeert me een hoepel van één meter doorsnee en de tekst: ‘If the circumference of a circle equals 6x the royal cubit, that circle is 1 meter in diameter’.

Wat is een cubit? Ik sla aan het rekenen. Omtrek (2πr) van een cirkel met diameter van 100 cm oftewel een straal van 50 cm = 2 ⨉ 3,1416 ⨉ 50 = 314,16 cm (bij benadering). Dus de ‘royal’ cubit is 314,16 : 6 = 52,36 cm. De Egyptische cubit blijkt een lengtemaat te zijn, gebaseerd op de lengte van de elleboog tot de top van de middelvinger, ongeveer 45,7 cm. De ‘royal’ cubit was echter iets langer, namelijk de gewone cubit vermeerderd met de breedte van de handpalm van de heersende farao, in dit geval dus 52,36 cm! Deze ‘royal’ cubit was een belangrijke maat bij de constructie van de piramide van Cheops, één van de zeven klassieke wereldwonderen. De cubit heeft dus niets te maken met de qubit van de kwantumcomputer.

Ik volg de Badhuisspreng door Park Berg en Bos onder een rotstunnel door tot aan de prachtige grote vijver. In het park liggen de Apenheul, een Speelweide, een Klimbos en een hoge houten uitkijktoren. Het uitzicht betreft vooral een bomendek, waar de torens van de Belastingdienst boven uitsteken. In de Herten & Zwijnenwei zie ik aan de ene kant enkele edelherten langs de omheining, en aan de andere kant drie everzwijnen slurpen van de algengroei in hun zwembad.

Wat resteert is een lange wandeling door de bossen langs de sprengkoppen van de Orderbeek. Varens hangen boven het water, waaronder de groenblijvende dubbelloof. Een wandelend stel heeft zich vergrepen aan bosvruchten, getuige het plastic zakje met inhoud. “Blauwe bosbessen geplukt?”, vraag ik. “Bosbessen, ja, maar die zijn toch altijd blauw?”, is het antwoord. Nee dus, ook de rode bosbes is eetbaar (minder geschikt voor jam, maar wel voor compote), maar die is wel minder wijd verbreid dan de blauwe bosbes.          

Terug over de spoorlijn volgen nog de sprengkoppen van de Schoolbeek en dan lonkt bij de Carpoolstrook ‘Frietwagen De Bosrand’, niet vanwege de friet, maar vanwege de non-alcoholische drankjes op deze snikhete dag. 

    

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452836898]

 

Gepost: 17 Juli 2022

 

Mooisteroutes.nl: Apeldoornse Sprengentocht (20 km)