WANDELEN: Ravenswaarden

Eindelijk! Eindelijk hoor ik er bij. Na vier vaccinaties toch een Corona besmetting opgelopen in het Utrechtse en vervolgens door buurtactiviteiten een minigolfje veroorzaakt in Wageningen. Ik begon al Wappie neigingen te krijgen: “Bestaat Corona eigenlijk wel?” Ja dus! Maar dankzij de vaccinaties verloopt de infectie gelukkig mild. Twee dagen flinke koorts, vier dagen lamlendig.

Op donderdag, 16 juni 2022, ben ik weer klachtenvrij en trek ik lekker de natuur in. Recentelijk wandelde ik bij Voorst in de westelijke IJsseldelta, in de Rammelwaard en in de buurt van Kasteel Nijenbeek (zie: ‘Voorst’). Vandaag vanuit Gorssel in de oostelijke IJsseldelta, door de Ravenswaarden met opnieuw zicht op de ruïne Nijenbeek aan de overkant.

Gorssel zou nooit aan de anonimiteit zijn ontsnapt, ware het niet dat rijkaards Hans & Monique Melchers het dorp Museum MORE (Modern Realisme) schonken, gevestigd in het voormalige gemeentehuis, een trekpleister van jewelste. Alhoewel, Gorssel heeft ook de interessante Gorsselse Heide (‘Joppe’. In: Eigen land laatst!, 2021) en de stoffelijke resten van patriot Joan Derk van der Capellen (zie: ‘Graafschap-West’), auteur van het opruiende pamflet ‘Aan het Volk van Nederland’, gericht tegen de Oranjegezinde aristocratie in de tweede helft van de achttiende eeuw.   

En het heeft dus de Ravenswaarden, een Natura 2000-gebied langs de IJssel, waar ik vandaag te voet doorheen trek. Buiten het dorp Gorssel zit ik al snel in het natuurgebied, waar mens en huisdier niet van de paden mogen wijken, behalve  de landbouwhuisdieren. Maar met die landbouwhuisdieren is het binnenkort ook afgelopen, tenminste als de overheid nu eindelijk eens doorpakt met de inkrimping van de veestapel. Een alternatief dient zich hier onmiddellijk aan: een braakliggende akker staat vol met opslag van lupine, een belangrijke grondstof voor de vegetarische slager, die langzaam maar gestaag terrein wint op de echte slager. De mais staat overal kniehoog. Melganzenvoet en duizendblad bloeien volop in de bermen. Dat geldt ook voor Jacobskruiskruid, maar nog niet voor het uitstoelende boerenwormkruid.

De ongetemde, vlechtende IJssel trad eertijds regelmatig buiten zijn oevers en daardoor ontstonden nieuwe oeverwallen, die overal goed zichtbaar zijn in het licht glooiende gebied, zogenaamde kronkelwaarden. Meestal braken de oeverwallen weer door, maar sommige hielden stand en groeiden uit tot flinke rivierduinen. Zoals de terreinen van Landgoed IJselduin (met één ‘s’). Langs de bospaadjes over het landgoed bedekt de kleine maagdenpalm de bodem, met ertussen plukken lelietje-van-dalen, bosandoorn, grote veldbies, brede stekelvaren en heel veel klein springzaad. De douglasspar heeft hier inmiddels zijn enorme, kaarsrechte afmetingen bereikt.

Weer in het open terrein meent een sportvliegtuigje hoog in de lucht een volledige ‘looping’ te moeten maken, alsof het hier nog niet mooi genoeg is.

Een hond zonder baas rent in volle vaart speurend door de weilanden. Hij heeft waarschijnlijk lucht gekregen van een ree en is nu op jacht. Ik krijg bijna een uitbrander van een andere wandelaar met twee kleine niet aangelijnde hondjes (nog te bang om een stap in het gras te zetten), dat ik mijn hond moet aanlijnen! “Die hond is niet van mij!”, maar volgens mij word ik nauwelijks geloofd.

Via de Bruggeweerdsdijk met enkele imposante bomen, zoals een grote grillig vertakte es, bereik ik het Zandgat, het territorium van visclub ‘Ons Genoegen’ uit Gorssel. Dit Zandgat is ontstaan in de zestiger jaren toen men materiaal nodig had voor de aanleg van de A1. Aan de overkant ligt ruïne Nijenbeek en tegenover de verbinding van de plas met de IJssel zie ik ook de koeienstal van boer Harmsen die mij onderdak bood voor een regenbuitje tijdens eerder genoemde wandeling bij Voorst. Twee auto’s met Duitse kentekens behoren toe aan hengelaars (leden van visclub ‘Ons Genoegen’?) en enkele plezierboten liggen voor anker in het Zandgat.

In de oevervegetatie staan enkele leuke planten zoals de knikkende distel, de echte kruisdistel, cipreswolfsmelk en een hoornbloem. Ik denk tussen het riet flinke populaties moerasspirea te ontwaren met de lichtgelige bloempluimen, maar er klopt iets niet. Op basis van de foto’s kom ik er thuis achter dat het poelruit is, voor mij een eerste bewuste observatie. Altijd weer leuk! En voortaan dus oppassen dat ik moerasspirea en poelruit niet door elkaar haal.      

Op de terugweg van dit heen-en-weertje naar het Zandgat nog een spannend paadje langs het water met een hoge dichte begroeiing. Toortsen en teunisbloem beginnen te bloeien, evenals Sint-Janskruid. Enkele ooievaars maken hoog in de lucht gebruik van de thermiek om moeiteloos rond te cirkelen, maar een ‘looping’ zit er niet in. 

Ik kom langs Zachtfruitbedrijf Makkink, voorheen aan de weg voorzien van een groot bord met een ‘Koninklijk Geteelde Aardbei’, logo van de FruitMasters, een grote coöperatie van fruittelers. Het bord is verdwenen en vervangen door een houten bord ‘Tuinen van de Egel’. Blijkt het bedrijf te zijn overgegaan in andere handen, moet het een agro-ecologische pluktuin worden, en heeft vijf dagen geleden de officiële opening van de ‘Tuinen van de Egel’ plaatsgevonden.

Even verderop herinneren enkele ooievaarsnesten op palen aan buitenstation ’t Zand, één van de twaalf hulpstations van ooievaarsdorp ’t Liesvelt in de Alblasserwaard. De nesten puilen uit van de jonkies. Het succesvolle project ter herintroductie van de ooievaar is al lang afgerond, maar vele ooievaars en hun nakomelingen blijven hangen rond hun geboorteplek. Er schijnen hier ieder jaar een dertigtal nesten bij te dragen aan een heuse geboortegolf. De ooievaar doet het zo goed, dat er al stemmen opgaan om over te gaan tot geboortebeperking. Zou wel een beetje sneu zijn. Bij ‘Sapiens’ de baby’s rondbrengen en zelf beperkt worden.

Na een loze lus – ooievaars hebben zelfs al een boomgaard gevonden om in te nestelen – kom ik terug in de bossen van ’t Zand, over een mooi oud dijkje. Vogeldrek op het pad verraadt de ooievaarsnesten hoog in de bomen, en anders wel het onderlinge geklepper.   

Tot slot volg ik aan de andere kant van de doorgaande weg Deventer–Zutphen een kaarsrecht fietspad naar Gorssel dat een spoortraject moet zijn geweest. Tot 1945 was er inderdaad een stoomtram verbinding tussen Deventer en Zutphen.

Bij binnenkomst in Gorssel loopt langs dit kaarsrechte fietspad nog een smalspoor voor een karretje, maar dat hoort bij de lijnbaan van een ambachtelijke touwslagerij, Touwslagerij Steenbergen. Zo’n lijnbaan kan wel driehonderd meter lang zijn. De werking is moeilijk te omschrijven. Daarom is het jammer dat de touwslagers vandaag niet in touw zijn.

Het kaarsrechte fietspad komt uit bij het prachtig gerestaureerde Tramhuisje, nu hoofdkwartier van de Historische Vereniging De Elf Marken. De expositie over het leven van patriot Joan Derk van der Capellen (1741–1784) is inmiddels opgeruimd, maar hij ligt nog wel begraven in het familiegraf in de kerk van Gorssel.    

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452745371]   

 

Gepost: 3 Juli 2022

 

Mooisteroutes.nl: Ravenswaarden (verkort, 15 km)