WANDELEN: Wiericke

Rijdend op de A12 tussen Woerden en Bodegraven passeer je twee waterlopen die me al tijden intrigeren, de Dubbele Wiericke en de Enkele Wiericke. Sinds mijn wandeling vorige week bij Hekendorp heb ik geleerd dat het twee evenwijdige waterlopen zijn tussen de Oude Rijn en de Hollandse IJssel, gegraven rond 1360 om overtollig water uit de Oude Rijn af te voeren. Het gebied tussen deze twee waterlopen – polder Lange Weide – kon gemakkelijk onder water worden gezet en was onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. Het was wel het smalste deel van de Waterlinie, ongeveer anderhalve kilometer breed, duidelijk zichtbaar op kaarten als een slurfje van ongeveer negen kilometer lengte tussen de grote inundatiekommen ten zuiden van de Hollandse IJssel en ten noorden van de Oude Rijn.

De grotere rivieren vormden op de kruispunten met de Waterlinie de zwakke schakels. De dijken langs de Hollandse IJssel moesten verdedigd worden door vestingstad Oudewater. De dijken langs de Oude Rijn door vestingstad Woerden. Het ging mis in Rampjaar 1672 toen de geïnundeerde weilanden ten noorden van Woerden bevroren waren en de Fransen door de linie konden breken (‘Land van Woerden’. In: Siem Sing a Song, 2020).

Om herhaling te voorkomen werd door stadhouder Willem III halsoverkop in 1673 Fort Wierickerschans gebouwd, aan de monding van de Enkele Wiericke, waar dus ook nog eens de Oude Hollandse Waterlinie en de Romeinse ‘limes’ elkaar kruisen.

Dit is de startplaats van mijn wandeling op donderdag, 9 juni 2022. Ik volg vanaf de schans aan de Oude Rijn de Enkele Wiericke tot Hekendorp aan de Hollandse IJssel, en langs de Dubbele Wiericke weer terug naar Nieuwerbrug a/d Rijn en Fort Wierickerschans.

Vanuit de lucht is Fort Wierickerschans een imposant geheel, omgeven door een brede gracht. Ik heb geen reservering, dus geen toegang. De oorsprong van de naam Wiericke is onduidelijk, maar zou iets met ‘weidegrond’ te maken hebben. De toevoegingen Enkel en Dubbel hebben de betekenis van Klein en Groot.

Aan de westzijde van de Enkele Wiericke loopt de Prinsendijk, vernoemd naar opdrachtgever Willem III. Op deze dijk, aan de achterzijde van het Fort, krijgt een schoolklas uitleg over de Oude Hollandse Waterlinie van een gids, een soort gelaarsde kat, in zeventiende-eeuwse kledij. De landkaart waarop hij de linie aanwijst hangt aan een anachronistisch vervoersmiddel, een moderne hedendaagse auto. Ik hoor de gids spreken over Pietje Potlood, de grijze watertoren van dorp De Meije aan riviertje de Meije, iets ten noorden van de Oude Rijn. Het was daar ergens dat de Fransen in 1672 door de Waterlinie braken. Ze plunderden Zwammerdam en Bodegraven. Toen trad de dooi in en trokken ze zich schielijk terug op Woerden. En er was nog geen Fort Wierickerschans om hen de terugtocht te beletten.

In de bermen en op de oevers van de waterloop bloeien knoopkruid, zwarte mosterd, vogelwikke en moerasspirea. Valeriaan en gele lis staan tussen de riethalmen. Hazen spurten over de Prinsendijk. Ik passeer de spoorlijn Woerden–Leiden via een bewaakte overgang. Een hardstenen paaltje op de dijk draagt het cijfer 1,75. Het blijkt een authentiek kilometerpaaltje te zijn op één en driekwart kilometer afstand van Fort Wierickerschans. De meeste paaltjes zijn verdwenen, maar ze stonden blijkbaar om de tweehonderdvijftig meter.

Via twee obscure tunneltjes passeer ik de A12. Hier ligt ook de brug in de A12 over de Enkele Wiericke met een groot bord in het weiland dat automobilisten attent maakt op de ‘Oude Hollandse Waterlinie’. Onder de brug loopt wel een voetgangerspassage langs het water, maar deze is afgesloten. Het geeft muurpeper de gelegenheid grote matten te vormen en voluit te bloeien op de stenen beschoeiing.          

Rechttoe rechtaan over de Prinsendijk tot het Gemaal Lange Weide op de kruising met een fietspad tussen Driebruggen en de Reeuwijkse Plassen. Hier staat de Wierickewachter, een uitkijktoren met zicht over de polder. Drie stammen van omgehakte populieren flankeren de toren, bovenop getooid met houten aalscholvers in spreidstand. Een mooi plaatje!

Iets verderop staat midden op de Prinsendijk de Oukoopse Molen, oorspronkelijk uit 1672. Het is een wipwatermolen, een variatie op de standerdmolen. Een van de verklaringen voor de naam wipmolen is dat het schudden van de molen bij harde wind ‘wippen’ werd genoemd. Klinkt aannemelijk!

Naast de molen ligt ‘De Put van Kruijt’, een stuk moeras met enkele plassen als getuige van een vroegere onvoltooide vervening door het ontbreken van de nodige vergunningen. Een roeibootje met enkele ouderwetse melkbussen charmeert en doet me denken aan Bert Haanstra’s film Fanfare. Meneer Kruijt is blijkbaar de huidige eigenaar van het gebiedje.

De tjiftjaf roept, groene kikkers kwaken, een haas op een loopplank, bergeenden, ganzen en zwanen met jongen in de sloten.

Voor het passeren van de drukke spoorlijn Gouda–Utrecht moet ik in dorp Hogebrug door een tunnel. Dan doemt de toren van kloostercomplex Sint-Gabriël voor me op en kom ik uit bij de kleine sluis die de Enkele Wiericke verbindt met de Hollandse IJssel.

Iets naar het oosten, midden in Hekendorp, verbindt de Goejanverwellesluis dan weer de Hollandse IJssel met de Dubbele Wiericke. Het pad loopt op de oostelijke oever. Ik vlij me neer in het gras voor mijn lunchpakket, terwijl een boer voor mijn ogen aan het maaien is en hazen alle kanten opschieten.

In Hogebrug moet ik door dezelfde tunnel onder de spoorlijn door. Vervolgens even wachten bij een ophaalbrug die vanonder wordt schoongespoten. Moet ook gebeuren.

De dijk langs de Dubbele Wiericke is minder kort gemaaid en heeft wat meer diversiteit aan plantjes. Langs de waterkant is het een mengsel van vooral riet, egelskop en gele lis. In het water drijven de gele plomp en de waterlelie. Veel vogelwikke en smeerwortel langs het smalle pad.

Ik passeer het dorp Driebruggen en verderop het Gemaal ‘Net op tijd’, zo genoemd in de volksmond omdat er een zwakke plek in de dijk zat en het gemaal net op tijd klaar was om een dijkdoorbraak te voorkomen.

Op déze dijk kan ik de A12 wel passeren onder de brug door, tegelijk met een motorbootje. Tussen de twee bruggen over de gescheiden rijbanen van de snelweg groeit en bloeit een grote populatie van manshoge distels, de kale jonker.

De volgende barrière is de spoorlijn Leiden–Woerden bij Nieuwerbrug a/d Rijn. Hier ligt een onbewaakte spoorovergang en een spoorbrug die omhoog kan, zodat motorbootjes een verbinding hebben tussen de Hollandse IJssel en de Oude Rijn. De spoorwegovergang zit echter potdicht voor mij, en ook de spoorbrug gaat niet open voor het motorbootje. Het is niet zo dat de brugwachter een middagdutje ligt te doen. Men is bezig de frequentie van het treinverkeer tussen Utrecht en Leiden op te voeren, en daar passen geen onbewaakte overgangen en open spoorbruggen bij. Ik geloof dat je als bootje een week van tevoren je komst moet melden. Het motorbootje maakt rechtsomkeer, en ik moet een omweg van twee kilometer maken, langs een aantal onbruikbaar gemaakte private overgangen, om een bewaakte overweg te vinden aan de Molendijk.

In Nieuwerbrug passeer ik de verbindingssluis van de Dubbele Wiericke met de Oude Rijn. Er wordt wel gewaarschuwd voor de beperkingen van de Goejanverwellesluis, maar niet voor de spoorbrug die niet meer omhoog gaat voor een nietsvermoedend bootje. Ik wandel terug langs de Oude Rijn naar Fort Wierickerschans. Het ‘IJveer VIII’ vaart me tegemoet, een beetje uit de route, vrees ik, of met pensioen zodat eindelijk eens dat mooie tochtje op de Oude Rijn gemaakt kan worden.        

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452709431]

 

Gepost: 27 Juni 2022

 

Wierickepad (24 km)