SELFIES: Valencia 4 – Binnenwerk

Woensdag, 27 april 2022. Het weer is een beetje dreigend. Marita is preventief op zoek naar een paraplu, maar het lijkt wel of die hier pas in de winkels tevoorschijn komen nadat het is gaan regenen.

Vandaag gaan we enkele bijzondere gebouwen binnen. Allereerst het Stadhuis aan de ‘Plaza del Ayuntamiento’, dat vrij toegankelijk is na fouillering. Op de sierlijke voorgevel het wapen van Valencia, met de vleermuis! Wij kijken op het balkon even neer op de vele Nederlandse toeristen. Het gebouw doet barok aan maar dateert uit 1934. We vergapen ons aan de rijk beschilderde kristalzaal (twee reusachtige kristallen kroonluchters) en passeren de Plenaire Zaal, de officiële zetel van het Spaanse Parlement toen Valencia de hoofdstad was van de Tweede Spaanse Republiek (1936–1937), vlak voor de Franco dictatuur.  

De overdekte ‘Mercado Central’ in jugendstil uit 1928 is een heerlijke ratjetoe van kraampjes met van alles en nog wat in alle geuren en kleuren, vooral verse levensmiddelen. In enkele Afrikaanse winkeltjes zie ik zelfs partijtjes verse okra liggen (quingombo). Marita koopt wat saffraan, lokaal geproduceerd, dus veel goedkoper dan in Nederland. In Valencia een onontbeerlijk ingrediënt van de paella. Marita gebruikt het voor de recepten van Ottolenghi.

Het volgende doel is de ‘Lonja de la Seda’ (Zijdebeurs), één van de oudste gebouwen van Valencia van rond 1500, en Unesco Werelderfgoed. Een kasteelachtig geheel met kantelen. Kunstig beeldhouwwerk rond deuren en ramen en enkele waterspugers met afzichtelijke tronies langs de dakrand. Binnen doet de grote zuilenhal me denken aan de Mezquita in Cordoba, een soort palmenbos, alleen zijn hier de ‘palmen’ veel hoger gegroeid, zo’n zestien meter. De toren met zijn bijzondere wenteltrap is helaas niet toegankelijk. In dit gebouw werd veel meer dan zijde verhandeld. Er werd bijvoorbeeld ook recht gesproken in handelsdisputen. Bankjes onder de sinaasappelbomen in de kleine tuin verschaffen een weldadige rust. Via een brede trap vanuit de binnentuin kom je in een grote vergaderzaal met houten plafondbalken waarop je niet uitgekeken raakt vanwege de gouden decoraties op een zwarte ondergrond. De balken komen oorspronkelijk uit een ander gebouw, maar komen hier fantastisch tot hun recht.  

We komen opnieuw langs de ‘Horchateria de Santa Catalina’ en het is tijd om het ‘horchata’ drankje uit te proberen, samen met de traditionele lange vingers (‘farton’), die je erin kunt dopen. Het mengsel van vermalen ‘chufa’ (knolcyperus), water en suiker is melkwit en is goed te drinken, maar laat bij mij geen blijvende indruk achter. Zelfs als mijn tuin geterroriseerd zou worden door de knolcyperus, wordt de ‘horchata’ geen alternatief voor het dagelijkse glaasje karnemelk, laat staan het glaasje bier.

We beklimmen de ‘Miguelete’, tweehonderd en zeven treden éénrichtingsverkeer. Je kunt elkaar namelijk op de trap niet passeren. Het stoplicht voor de klim naar boven springt vrij snel op groen. Vanwege een iets haperende knie en een te hoog tempo krijg ik het halverwege knap moeilijk (“Je wordt oud, papa”). Het uitzicht boven op het platform, onder de enorme ‘Miguel’ klok, is de moeite waard. Alle ‘highlights’ van de binnenstad op Madurodam formaat in één blikveld.

Het stoplicht voor de afdaling blijft vrij lang op rood staan. Fitte kinderen, gevolgd door hun puffende ouders, komen uit het trapgat naar buiten. “Ik ben zeventig en ik doe het toch maar even, o zo!”, zegt een Nederlandse oma op de bovenste trede. Ik houd wijselijk mijn mond, geen zin om haar te overbieden.

We maken na de afdaling een rondje door de kathedraal. In de gang rond het koor ligt achter tralies een gemummificeerde arm die aan San Vicente Martir zou hebben toebehoord. Deze eerste Spaanse martelaar uit de vierde eeuw na Chr. zou gruwelijk zijn gemarteld en in Valencia in gevangenschap zijn overleden.

We gaan naar het ‘Palacio del Marques de Dos Aguas’, waarin het keramiekmuseum is gevestigd. We kunnen vooralsnog alleen de buitenkant in ons opnemen, want het museum is al gesloten. Het gebouw stamt uit begin achttiende eeuw en heeft een waanzinnig albasten voorportaal, waarin de twee belangrijke rivieren van de regio Valencia worden verbeeld, de Rio Turia en de Rio Jucar. Morgen komen we terug voor het interieur. Moorse patronen in het keramiekmuseum?         

Vanavond staat een bezoekje aan het havengebied en het strand op het programma. Valencia was van oudsher meer landinwaarts dan zeewaarts gericht, maar daar kwam verandering in toen Valencia in 2007 de tweeëndertigste editie van de zeilwedstrijd America’s Cup mocht organiseren. Het havengebied onderging een facelift evenals de boulevard langs het strand. Vervolgens was het havengebied ook enkele jaren het toneel van de Formule 1 Grand Prix.

We zijn niet erg onder de indruk, maar het is ook geen strandweer. In plaats van een eettentje langs de strandboulevard zoeken we in de achterliggende wijk naar een meer authentieke eetgelegenheid. We lopen (niet helemaal) toevallig tegen de ‘Casa Montaña’ aan, die in meerdere reisgidsen wordt vermeld. Het restaurant gaat net open en ondanks alle reserveringen zijn er nog twee plekjes vrij aan de bar, achteraf de leukste plekken in het oude traditionele gedeelte. We genieten een heerlijk tapas menu, overgoten met ‘tinto de verano’.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452624986]

 

Gepost: 15 Juni 2022