SELFIES: Valencia 1 – Eerste indruk

Een korte vakantie in Valencia, waar Marita lang geleden een keer voor haar werk is geweest. Dat smaakte blijkbaar naar meer. We verdringen voor even de vliegschaamte.

Op zondag, 24 april 2022, in alle vroegte eindje vliegen vanaf Eindhoven. Eersteklas veevervoer. De stewardess meldt dat officieel mondkapjes nog verplicht zijn, “maar we handhaven niet”. Echte Hollanditis: “Honderd kilometer per uur? Gas erop! Er wordt toch niet gehandhaafd”.              

Het vliegen gaat gelukkig iets sneller dan honderd kilometer per uur. Dik twee uur later staan we op de luchthaven van Valencia, de derde stad van Spanje, gelegen aan de Middellandse Zee tussen de Costa Brava en de Costa Blanca. Voorheen lieten toeristen Valencia links liggen en reden door naar Alicante (en de ‘bastards’ naar Benidorm), maar Valencia is ‘hot’. Stad en streek Valencia vormen één van de zeventien autonome regio’s van Spanje. Er wordt een soort Catalaans gesproken, dat flink afwijkt van het Spaans en bij mij voor de nodige verwarring zorgt. De gebruikte namen in deze verhaaltjes zijn dus mogelijkerwijs een mix van Spaans en Valenciaans. Overigens is het meivakantie in Nederland en wordt er in Valencia meer Nederlands dan welke taal dan ook gesproken.       

Valencia is vooral bekend van de sinaasappelen, paella en ‘horchata’ (oxata in het Valenciaans). ‘Horchata’ is een melkwit drankje gemaakt van ‘chufa’, de ondergrondse knolletjes van de aardamandel (Cyperus esculentus), een berucht onkruid in de landbouw. In de omgeving van Valencia wordt het speciaal geteeld. Geplant in maart/april en geoogst in oktober/november. Daar waar het een hardnekkig onkruid is moet men misschien van het probleem een deugd maken: de knolletjes oogsten en ‘horchata’ gaan drinken.

Met de metro verplaatsen we ons van de luchthaven naar de binnenstad tot bij het modernistische ‘Estacion del Norte’ uit begin twintigste eeuw. Ernaast ligt de ‘Plaza de Toros’, een grote stierenvechtersarena uit 1860. Een standbeeld toont de stierenvechter Montoliu, die wordt beschouwd als de beste van de twintigste eeuw. Maar hij stierf wel in het harnas in 1982 op achtendertigjarige leeftijd, nadat een stier hem op de hoorns had genomen.

Met de taxi naar het hotel aan de oostkant van de stad, waar we te vroeg zijn om de kamer te betrekken. Ons hotel ligt niet ver van de droge bedding van de rivier de Turia. Na een verwoestende overstroming in 1957 is de rivier omgelegd en slingert de droge bedding zich door de stad. Aan het oostelijke uiteinde van de bedding ligt Valencia’s visitekaartje, de ‘Ciudad de las Artes y las Ciencias’ (Stad van Kunsten en Wetenschappen), zes architectonische hoogstandjes van de beroemde architect Calatrava. We maken een wandeling om de waterpartijen met de ‘Hemisferico’ (planetarium, bioscoop), langs het ‘Palacio de las Artes’ (theater, opera, concerten), en door het ‘Museo de las Ciencias’ (Wetenschapsmuseum), om vervolgens ons Wageningse lunchpakket te verorberen in de ‘Umbracle’, een exotische palmentuin onder halfschaduw, waar parkieten boven ons hoofd nestelen in de klimop: geen halsbandparkieten, maar monniksparkieten.

Momenteel liggen tussen deze staaltjes van moderne architectuur de grote ‘gewonde’ koppen, bustes en torso’s van beeldhouwer Igor Mitoraj (1944–2014), zijn aanklacht tegen het gebrek aan aandacht voor de klassieke meesterwerken.      

Na het betrekken van de hotelkamer een wandeling naar de binnenstad, met een eerste indruk van mooie pleinen, laat-middeleeuwse kerken, torens en paleizen en modernistische gebouwen uit begin twintigste eeuw (jugendstil en art deco).

Vanaf ongeveer het jaar 700 heersten de Moren zo’n vijfhonderd jaar over Valencia. De ‘reconquista’ door de christenen vond plaats in 1238. Marita hoopt hier – net als in Andalusië – inspiratie te vinden voor haar hobby, het tekenen van ingewikkelde Moorse geometrische patronen. Het zijn ook de Moren geweest, die de irrigatiesystemen langs de oevers van de Turia hebben aangelegd. Al meer dan duizend jaar waakt een Watertribunaal over een eerlijke verdeling van het irrigatiewater (waarover later meer).

Valencia was dan ook meer landinwaarts gericht op landbouw dan zeewaarts op visserij. Gelukkig maar, want sinds dertig jaar – vakantie in het Catalaanse Tossa del Mar in 1992 – heb ik een fobie voor vissige paella. Zo’n zeevruchten paella viel toen totaal verkeerd en het gerecht werd door mij levenslang in de ban gedaan. Maar de typisch Valenciaanse paella is er één met kip en konijn, geen zeefruit. Ik breek de paella ban. Heerlijk, al meldt Marita na het eten dat er ook slakjes in zitten.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452623955]       

        

Gepost: 15 Juni 2022