WANDELEN: Voorst

Het dorp Voorst is strategisch gelegen aan de provinciale weg van Apeldoorn naar Zutphen. Startplaats van mijn wandeling in de IJsselvallei op dinsdag, 24 mei 2022, is de veertiende-eeuwse kerk aan de rand van het dorp, naast de Openbare School uit 1908 (inmiddels Dorpshuis), en een mooie woning, oorspronkelijk uit 1610, met opschrift ‘De Olde Wehme’. ‘Wehme’ (weem, wheme) is een regionale naam voor de pastorie. Een oude stadspomp maakt het plaatje compleet.

Na nog geen honderd meter loop ik op het Zutphense pad al tussen de graanvelden. Tarwe met klaprozen en velden met ‘harige’ gerst (lange kafnaalden).

Na nog geen tweehonderd meter ben ik zeiknat tot mijn kruis van de natte planten zoals fluitenkruid en bloeiende grassen, die het smalle kerkpad overwoekerd hebben. Kerkgangers heeft dit pad al in geen jaren meer gezien. Afijn, het is winderig, dus het droogt wel weer op. In elk geval niet stilstaan, want er zitten steekmuggen.

Langs een wat bredere landweg ligt een grote villa. Hoe groter de villa, hoe kleiner het autootje. Als statussymbool staat er een lelijke eend voor de deur. Een mooi gezicht is een kwekerij van pioenrozen die op het punt staan te gaan bloeien in velerlei kleuren. Ik kom vlak langs de Hoendernesterbeek, een restant van een oude meander van de IJssel. Een zelfgemaakte wegwijzer wijst de weg naar Voorst (2,2 km), naar Zutphen (2 km) en naar de Fam. Groothuis, die driehonderd meter van de weg af woont. In een weiland worden imposante runderen gehouden met flinke hoorns (heckrund?, oeros?). Ze liggen prinsheerlijk te herkauwen tussen de klaprozen.

Ik bereik de IJsseldijk, het Gelders Hoofd. ‘Hoofd’ is een ander woord voor ‘krib’. Aan de overkant van de IJssel ligt Zutphen. In het kader van Ruimte voor de Rivier is hier een nieuwe dijk aangelegd, maar ik mag de oude dijk volgen die op sommige plekken zelfs is verlaagd voor hoogwaterberging. Ook is er een nieuwe strang gegraven, waar enkele tafeleenden en bergeenden zich momenteel ophouden. De oude dijk is een bloemenpracht met margriet en smeerwortel, en opvallende plukken wilde reseda. Opvallend ook een enkele twee meter hoge ijle plant van zwarte mosterd. Minder appetijtelijk is een heer fazant die opengereten op de dijk ligt. De natuur is mooi, maar hard. 

Struinen door de Rammelwaard is er niet bij tijdens het broedseizoen. Wulpen jodelen in dankbaarheid. Ik wandel wel even naar de vogelkijkhut De Rammelwaard, waar brandganzen met hun jongen rondzwemmen in een voormalige zandwinningsplas. Aan de overzijde de monding van het Twentekanaal.

Een korte regenbui verrast me op de dijk zonder beschutting, maar altijd is er na verloop van tijd weer zonneschijn. En de plantjes zoals rolklaver, ratelaar, hopklaver, vijfvingerkruid, veldsalie, knoopkruid, echte kruisdistel en een enkele morgenster varen wel bij een beetje vocht in deze droge tijden. Een PH-VFL lesvliegtuigje vliegt tweemaal laag over, waarschijnlijk afkomstig van vliegveld Teuge.

De dijk komt uit bij twee gemalen, Gemaal Nijenbeek en Gemaal Middelbeek (oftewel Gemaal Baron van der Feltz). Een drietal telgen uit het adellijke geslacht Van der Feltz zijn burgemeester van Voorst geweest, maar dit gemaal is vernoemd naar ene L.A.S.J. van der Feltz (1906–1979), dijkgraaf. 

Langs de Voorsterbeek bereik ik Zorgboerderij De Hezemate, waar ze een handeltje maken van dwarsdoorsneden van boomstammen in de maten XS, S en M. Hier begint Landgoed De Poll, bijna tien vierkante kilometer groot, gelegen langs de oude IJsseldijk. Deze dijk tussen Voorst en Wilp staat bekend als de Bomendijk, en is alleen te voet toegankelijk. Om deze prachtige dijk te behouden, is er een stalen damwand in de kruin van de dijk aangebracht, zodat hij voldoet aan de tegenwoordige veiligheidseisen. Waar ben ik dat eerder tegengekomen? De onveilige Waaldijk bij Landgoed Waardenburg en Neerijnen is ook intern verstevigd met damwanden tegen kwelwater (‘Neerijnen’. In: 1000110, 2019).     

Deze Bomendijk is werkelijk schitterend, met robinia bomen, kleine kolken erlangs, een dassenburcht, een ondergroei van adelaarsvaren, dagkoekoeksbloem, grote muur, dalkruid, rankende helmbloem, salomonszegel en vingerhoedskruid. En een ‘aardbei’ met gele bloemen. Hoe zat het ook alweer? De bosaardbei heeft net als de echte aardbei (beide Fragaria) witte bloemen. De aardbeiganzerik (Potentilla) heeft ook witte bloemen, maar is steriel en produceert dus geen aardbeitjes. Dit moet de oprukkende schijnaardbei zijn met zijn gele bloemen (ook een Potentilla). Overigens hebben de aardbeitjes weinig smaak. In de bomen klimmen lianen omhoog. Hier groeien hop en kamperfoelie, deze laatste deels met ‘eikenblad’.      

Via de uiterwaarden, met zicht op Huis De Poll, bereik ik opnieuw de IJssel. Modderschuit ‘Theodorus’ uit Sliedrecht is bezig met zandsuppletie in een buitenbocht van de rivier. Voor een volgend buitje schuil ik even bij de melkveehouderij van boer Harmsen, waar de koeien in de stal zich tegoed doen aan kuilvoer.

Dan sta ik aan de voet van de ruïne van Kasteel Nijenbeek, een vierkante donjon uit de dertiende eeuw, alleen van binnen te bezichtigen onder begeleiding. Naast de ruïne staat een gigantische Canadese populier (Nijenbeekse peppel), één van de dikste populieren van Nederland (2πr > acht meter).

Eerder in het voorjaar zag ik de ruïne liggen vanaf de overkant van de IJssel, met tientallen nog onbemande ooievaarsnesten in de kale bomen van het omringende natuurgebied (zie: ‘Graafschap-West’). Nu worden de nesten door het loof aan het zicht onttrokken, maar ik zie wel een ooievaar overvliegen met een tak in zijn bek. Na al die droge dagen heeft een mus besloten vlak voor mijn ogen in bad te gaan in een waterplas midden op het pad.

Terug op de dijk bij de Voorsterbeek hapt vlakbij in de berm een ree naar een koolwitje, om vervolgens snel weg te rennen. Ik hoor een buizerd, maar zie een torenvalk. Het schouwpad langs de Voorsterbeek is dichtgegroeid en ik wandel over de dijk terug naar het Gemaal Baron van der Feltz, en dan langs en over de zogenaamde Lage Leiding, een verbinding tussen de Hoendernesterbeek en de Voorsterbeek. Deze ‘Leiding’ ligt vol met drijvend blad van gele plomp en watergentiaan. Op de oevers bloeit de gele lis en groeit veel watermunt. Ik doorkruis de Voorsterklei richting Voorst. Een tarweveld toont een blauwe slinger van korenbloemen, maar alleen aan de buitenrand van de akker.

Het laatste stukje terug naar de kerk loopt langs een piepklein beekje met stokoude knotwilgen in de meest grillige vormen. Als ik denk dat het afgelopen is met de knotwilgen, hangt er nog één laag over het pad, verdekt opgesteld tussen ander loof. Ik verlaat Voorst dan ook met een dikke bult midden op mijn kop. Ik prijs me gelukkig dat mijn hoofd nog iets heeft dat kan opzwellen, en niet hol is zoals de holpijp (een paardenstaart, familie van heermoes), die in grote hoeveelheid langs het beekje groeit en bloeit.     

Ik heb vele mooie wandelingen gemaakt, maar deze springt er echt uit. Een pareltje uit de collectie Mooisteroutes.nl: vijf sterren!

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452606700]

        

Gepost: 11 Juni 2022

 

Mooisteroutes.nl: Langs water lopen (18 km)