FIETSEN: Waterlinie 4 – Schansenkrijg

Vrijdag, 13 mei 2022. We hebben besloten een niet essentieel stuk aanrijroute van Zevenhuizen naar Enumatil met de fietsen op de auto te overbruggen. Om negen uur starten we in Enumatil, dorp langs het Hoendiep, waar wel een ‘til’ (brug) is, maar geen schans meer. Wel een straatje dat De Schans heet, en daar moeten we het mee doen.

De Friese Waterlinie sloot in het Groningse aan op een stelsel van schansen in het Westerkwartier, waar hevig om is gevochten met de Spanjaarden tijdens de Groninger Schansenkrijg (1580–1594). De schansen lagen bij verbindingswegen, waterwegen en ‘zijlen’ (sluizen), die van belang waren voor de bevoorrading van de Stad Groningen en de toegang tot Friesland. Terwijl de Groningse Ommelanden al de Staatse kant hadden gekozen, bleef de Stad Groningen veel langer loyaal aan de Spaanse troon. De Friese Stadhouder Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (1560–1620), oomzegger van Willem van Oranje, probeerde via schansen op alle toegangswegen de stad te isoleren, hetgeen uiteindelijk leidde tot de overgave in 1594 (Reductie van Groningen).

Het eerste deel van de route via Zuidhorn en Noordhorn (aan beide zijden van het Van Starkenborghkanaal) tot aan Niezijl, is niet prettig fietsen langs doorgaande wegen met redelijk veel verkeer en flinke tegenwind. We komen wel langs de bijzondere Borg Bijma te Faan. Een Borg met een lange geschiedenis en zo veel bezittingen dat de eigenaar ook bij toerbeurt met anderen de functie bekleedde van Grietman (rechter) over een deel van de Ommelanden.

De dorpsnaam Briltil zet je weer aan het denken. Lijkt de ‘til’ op een bril of is het de brug van meneer Bril, net zoals de ‘til’ in Doodstil de brug is van meneer Doode, afgezien van het feit dat het ook behoorlijk stil kan zijn in het kleine dorp in de buurt van Uithuizen.

In Niezijl heeft een belangrijke schans gelegen, de Bomsterschans, waar weinig van over is. De Spaanse Stadhouder Verdugo sloeg het Beleg van Niezijl in 1582, maar de Staatse troepen van Willem Lodewijk van Nassau hielden stand. We staan wel even voor ’t Schanshuus (uit 1899!) en fietsen een stukje over het straatje dat Bomsterschans heet.

Sommige schansen, zoals die in Enumatil, waren door de Spanjaarden opgeworpen, andere door de Staatse troepen. Schansen wisselden tijdens de krijg regelmatig van eigenaar. Het is vermakelijk te lezen hoe dat er vaak aan toe ging. De aanvaller plaatste enkele kanonnen op schootsafstand van de schans. De commandant schreeuwde dan naar het garnizoen: “Geef je over!” (of “Ola” in het Spaans). Als dat inderdaad zonder slag of stoot gebeurde, dan mocht het garnizoen meestal vertrekken met vaandel, bewapening en bepakking. Weigerde het garnizoen zich over te geven, dan werd er gevuurd en soms gevochten. Werd de schans vervolgens ingenomen, dan kon het garnizoen – in het beste geval – blootsvoets vertrekken met de staart tussen de benen.

Vanaf Niezijl fietsen we over vrij liggende fietspaden door het boerenland naar schitterende wierdendorpen (terpdorpen). Ik besef nu pas dat het noordelijk deel van het Westerkwartier bestaat uit Middag-Humsterland, een Nationaal Landschap vanwege die prachtige dorpen met beschermde dorpsgezichten. Humsterland en Middag (Midoog) waren in de Middeleeuwen twee Waddeneilanden, maar liggen nu door alle inpolderingen (monnikenwerk!) op het droge op flinke afstand van de Waddenkust. De Romeinse geschiedschrijver Plinius de Oudere meldde al rond het begin van onze jaartelling dat het onduidelijk was of het gebied vanwege de getijden tot de zee of tot het land gerekend moest worden.

We naderen door de vlakke weilanden het dorp Niehove. Onwillekeurig doet het me denken aan een miniatuur Mont Saint-Michel zoals het ligt in de vlakte – nou ja, op Nederlandse schaal dan! De kerk op het hoogste punt, de boerderijen in een cirkel eromheen, met de voordeur gericht op de kerk, en de staldeur op de weilanden. Straalsgewijs lopen vanaf de kerk enkele toegangswegen naar de landbouwgronden, een radiair wierdendorp. Een minpuntje is dat informatieborden door weer en wind niet meer te lezen zijn. Dorpscafé Eisseshof heeft nog een heuse Doorrit. De koetsier kon zijn paardenkoets naar binnen loodsen, zijn passagiers laten uitstappen, en zijn dienstregeling vervolgen (of hij spande zijn paard uit en bleef ook hangen in de kroeg). Je zou het een McDrive ‘avant la lettre’ kunnen noemen.

Via dorp Oldehove (zelfde naam als de scheve toren van Leeuwarden) en de wierde van Englum (afgegraven, maar later weer opgevuld met bagger uit het Reitdiep), komen we in Saaksum. Café De Brug, dat eigenlijk De Wroetende Mol heet, gaat net open en schenkt goede koffie met bijzondere appeltaart, een eigen recept van de waardin.

Nog zo’n prachtig wierdendorp is Ezinge, met het Museum Wierdenland. Toen de zee getemd was werden in de negentiende en twintigste eeuw vele wierden afgegraven voor de vruchtbare grond, die gebruikt werd om arme landbouwgronden te verbeteren. Archeoloog van Giffen (1884–1973) – ja, dezelfde die ook alle hunebedden in kaart heeft gebracht – was er als de kippen bij om meer dan tweeduizend jaar bewoning te beschrijven aan de hand van archeologische vondsten. Aan één zijde steekt de wierde met de kerk wel vijf meter vrij steil uit boven het omringende vlakke land. Er is in de wand een monument opgericht om het archeologisch onderzoek te gedenken.

In zeer originele staat ligt de Allersmaborg enigszins verscholen tussen het groen. Met ophaalbrug over de gracht en met een indrukwekkende duiventil.

Verder naar Aduarderzijl, met sluizen tussen het Reitdiep – destijds de enige verbinding van de Stad Groningen met de zee – en het Aduarderdiep. Een zeer strategische plek die verdedigd werd met een schans, die de tand des tijds helaas niet heeft doorstaan. Een oude sluis uit 1706 ligt er nog, geflankeerd door een bord met de Verordening uit 1727 en de Toltarieven uit 1952. Ernaast ligt de grotere sluis uit 1867. Toen Bommen Berend in 1672 Groningen belegerde speelden de toenmalige sluizen een rol bij inundaties, waardoor Groningen kon worden ontzet.

Bij de sluizen staat ’t Waarhuis, met als onderschrift ‘De Koning & De Dame’. Het voormalige sluiswachtershuis is nu een kleine cultuurtempel, vormgegeven door musici Wouter de Koning (De Koning) en Rika Dijkstra (De Dame).

Via de rustieke dorpjes Feerwerd (het witte kerkje heeft een behoorlijk scheve toren) en Fransum (langs het fietspad een reproductie van een schildering van Ploeglid Johan Dijkstra  van het kerkje) naar Aduard. In Aduard lag in de Middeleeuwen een enorm kloostercomplex, dat naam maakte door de landwinning en de waterbeheersing. Met de Reductie van Groningen in 1594 kwam de Reformatie naar de stad en dat betekende het einde van de Abdij.

De skyline van Stad Groningen komt steeds dichterbij. Er volgt een stuk langs het Van Starkenborghkanaal en het Reitdiep. Vervolgens vanwege werkzaamheden een kleine omleiding door de bebouwde kom van Groningen. Terug naar Enumatil is het ploeteren tegen de wind in. Het is mooi geweest, maar dan even niet!     

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452562642]

 

Gepost: 5 Juni 2022

 

Knooppunten: 38, 36, 39, 48, 43, 45, N355 naar Niezijl, 81, 82, 84, 85, 67, 66, 47, 01, 60, 58, 56, 74, 54, 72, 53, 20, 38 (65 km)