FIETSEN: Waterlinie 2 - Bovenloop

Het nul-energiehuis, waar fietsmaat Jan en ik verblijven in Sonnega, heeft ook nog andere milieuvriendelijke snufjes, zoals het doorspoelen van de wc met regenwater in plaats van drinkwater. Klimaatverandering gooit roet in het eten. Wij worden door eigenaresse Gertrud verzocht om het eerste koude douchewater op te vangen voor het doorspoelen van de wc, want door de droogte is de regenwaterput bijna leeg. 

De naam Wolvega lijkt ‘streek van wolven’ te betekenen, maar rond 1712 werden de laatste wolven in de omgeving uitgeroeid. Sonnega is dan ‘streek van de zon’, zeer toepasselijk op deze warmste dag van de week. Op woensdag, 11 mei 2022, maken we ruwweg een lus stroomopwaarts langs de bovenloop van de Tjonger en stroomafwaarts langs de bovenloop van de Linde.

We nemen de kortste route naar Mildam aan de Tjonger. Onderweg passeren we in Nijelamer de ‘Brogge van Jikke’ over de Schipsloot. Jikke’s man was de eigenlijke brugwachter maar ook hartpatient. Jikke deed dus al het brugwerk en is daarvoor terecht beloond. In Nijeholtwolde staan we even stil bij een Oorlogsmonument langs de weg, zoals er hier vele zijn. Al deze monumenten zijn nog rijkelijk versierd met bloemstukken en kransen van de Dodenherdenking een week geleden. Een kunstzinnig bijenhotel in de berm maakt van Nijeholtwolde Bijeholtwolde. Het kan niet los worden gezien van alle bermbordjes ‘Niet maaien’, want zonder bloemrijke bermen blijft het hotel zonder klandizie. Overal bloeit in de bermen in elk geval de akelei. Hier en daar een pluk daslook. Opvallend veel gewone vogelmelk.

Gemaaid wordt er wél door de boeren. De enige zichtbare boerenactiviteit is momenteel in de weilanden het binnenhalen van de eerste grassnede met weidevogelgehakt om ingekuild te worden. Donkergroene weilanden muteren in lichtgroene biljartlakens.

Van Nijeholtwolde kom je automatisch terecht in Oldeholtwolde. Langs de weg een oriëntatietafel zwerfstenen. Hier liggen een twintigtal zwerfstenen, gevonden in Weststellingwerf, bij elkaar. Genummerd ter identificatie en met een indicatie van de route die ze uit Scandinavië hebben afgelegd, van het bekende graniet tot het mij onbekende porfier, gabbro of rapakivi.

We komen in de Tjongervallei langs het natuurgebied Katlijker Schar (Ketliker Skar) en de Noordelijke Tjongerdellen. Aan de overkant van de rivier liggen de Zuidelijke Tjongerdellen, waar ik al eens gewandeld heb (zie: ‘Tjongerdellen’). Op de parkeerplaats van het Katlijker Schar hangt een boodschap ‘Vermist!’ sinds 20 april. Nu eens geen huisdier, maar bruine Lowa wandelschoenen, maat 41,5, met speciale binnenzool.

Een ‘skar’ is van oorsprong een open gebied met heideachtige begroeiing voor gemeenschappelijk gebruik. Het Katlijker Schar (vernoemd naar het dorp Katlijk) heeft nu een gevarieerde vegetatie. We zien grote aantallen damherten in allerlei vachtkleuren, die gewend lijken mensen over de vloer te krijgen. De Tjongerdellen zijn de nattere delen van het rivierdal.

Langs de Tjonger bereiken we Sluis I, een idyllisch plekje. Een monteur ligt languit op de sluisdeur om een lekkage te verhelpen, maar ja, “Et waeter is hier ok so verrekte dunne”. Een verwilderd hoekje bij de sluiswachterswoning toont witbloeiende judaspenning en vuurrode duizendschoon. Op de oevers van de Tjonger veel lidrus en kruipend zenegroen.

Iets verderop heeft de Tolbrugschans gelegen. Maar waar? Men weet zelfs niet eens precies aan welke kant van de Tjonger. Moeilijk om bij stil te staan dus!

Het is tijd voor een drinkpauze bij een bankje. Fietsmaat Jan heeft allerlei digitale hulpmiddelen in de aanbieding, zelfs een app die bankjes in het landschap aangeeft. De dichtstbijzijnde over tweehonderd meter: niks! De volgende over vijfhonderd meter: niks! Het valt ook niet mee om zo’n app up-to-date te houden. Bankjes zakken door hun hoeven, ze zijn meegenomen voor onderhoud of liggen nog in de winterstalling.

Haarmos met een overdaad aan sporenkapsels is wel een foto waard. Ik laat vriend Jan ook zien waaraan je een ereprijs kunt herkennen: de twee meeldraden die de V vormen van de wetenschappelijke naam Veronica. “Dus een wijdbeense Veronica”, reageerde één van mijn broers recentelijk onbehouwen tijdens onze laatste broertjesdag.

Bij de Prikkedam staat een rechtopstaande metalen uitgeholde Tjongerkano, ter herinnering aan de millennia oude bewoning langs deze waterloop.

Tijdens een lus die iets afwijkt van de Tjonger, schrikken we van een verwilderd koppeltje mandarijneenden in een wetering (en zij van ons!). De woerd krijgt zijn prachtige verenkleed pas als hij volwassen is. Tijdens de puberteit zijn woerden alleen van eenden te onderscheiden door een klein verschil in snavelkleur.

We zijn inmiddels in Ooststellingwerf aanbeland, met hoofdstad Oosterwolde, maar vandaag is dorp Makkinga het verste punt. Hier heeft de Makkingaschans gelegen, maar ook deze is met de grond gelijkgemaakt. Makkinga heeft wel een mooie Brink en stellingmolen De Weijert. De meeste molens, die we tot nu toe tegen zijn gekomen, zijn zelfzwichters, voorzien van wieken met houten of aluminium kleppen in plaats van zeilen.

Bij de kerk van Makkinga  – het heeft een paard als windvaan in plaats van een haan – staat het beeld van een jongenskop op een sokkel: ‘De hunningdaenker van Makkinga’. Het Stellingwerfs wordt op het onderstel vertaald in het Fries (huningtinker), Nederlands (honingdenker) en zelfs in het Frans (le penseur du miel). Nam je plaats op het bankje bij het beeld, dan hoorde je bijengezoem komen uit de mond van de jongeling. Dit geluid kwam (althans in 1999) ‘live’ door een telefonische verbinding met een bijenkorf buiten het dorp. Tsjonge, jonge, jonge, wat moet er diep nagedacht zijn om dit te bedenken!

Het buurtschap Tronde kondigt zichzelf aan met een bijzonder zelfvervaardigd plaatsnaambord: een schild met een rode V en drie klavertjesdrie. Enige uitleg kan ik niet vinden. Bij Tronde ligt het brongebied van de Linde.   

We zoeken naar horeca voor de lunch, want we hebben geen lunchpakket bij ons. In de verste verte geen horeca, wel vogelmelk, een prachtig bloeiend plantje in de bermen, maar dat kun je nauwelijks een alternatief noemen.

Een hutje langs de weg herbergt een levensgroot beeld van een man, omringd door andere sculpturen van vogels en runderkoppen. Gelukkig ligt er een schrift bij: ‘Op bezoek bij Mandela’, anders had ik Nelson niet herkend.

We zijn weer in de Lindevallei. Eindelijk een schans waar nog wel iets van over is, de Bekhofschans. Lage heggen laten iets van de vorm van de bastions zien. Midden in de schans staat een vermolmde boom, die volgens heldere zieners lijkt op een soldaat die met een verrekijker de omgeving in de gaten houdt.

Eindelijk horeca in Oldeberkoop, ’t Koepelbos. Daarna door het dorp op zoek naar de loop van een kanon uit het heetst van de strijd rond 1670, gevonden in de Bekhofschans. Gemonteerd op een nieuw onderstel staat het kanon nu pontificaal opgesteld in Oldeberkoop. Dat is andere koek dan ‘Snoesje’, een beeld van een geit geschonken door de jubilerende geitenfokvereniging.

Van Oldeberkoop spoeden wij ons in rechte lijn naar Sonnega, waar we afscheid nemen van Gertrud, de fietsen op de auto laden en ons verplaatsen naar ons tweede logeeradres in Zevenhuizen.

De familie Oosterloo heeft boven de koeienstal van hun melkveehouderij een appartement getimmerd, met twee slaapkamers en een ruime woonkamer, van alle gemakken voorzien. Wij pakken onze rust na een mooie tocht langs het water, maar met weinig schans.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452502225]

 

Gepost: 26 Mei 2022

 

Knooppunten: Sonnega, 50, 06, 52, 12, 54, 47, 76, 97, 93, 91, 40, 38, 22, 18, 36, 30, 28, 26, 95, 62, 56, 58, 50 (70 km)