WANDELEN: Meinweg

Viervlek libelle

Nu ik eindelijk de ringslang in de pocket heb moet ook de adder eraan geloven. Zeven jaar geleden ben ik al eens in de Meinweg geweest op aanraden van mijn Limburgse vriend en voormalig collega Roel (‘De Meinweg’. In: Tureluren, 2015). Delen van dit Nationaal Park staan bekend om een grote adderpopulatie, maar het was toen te koud om te zonnebaden (slangen warmen zich op in de ochtendzon).

Op woensdag, 4 mei 2022, krijg ik Roel wel warm voor een nieuwe wandeling in het gebied, zodat hij medeplichtig is aan het resultaat van de dag: GEEN adders!

Nou zijn er wel een paar verzachtende omstandigheden voor dit teleurstellende resultaat. Allereerst krijg ik onderweg het nieuws van de geboorte van de tweeling van zoon Wytse en partner Miranda. We verkorten de wandeling van zeventien naar slechts elf kilometer, zodat ik op tijd terug ben om kleinzoontjes Milan en Luuk te gaan bewonderen.   

Ten tweede heeft er twee jaar geleden in april 2020 een ernstige bos- en heidebrand plaatsgevonden in het natuurgebied. Hoewel de veerkracht van de natuur groot is, heeft ongetwijfeld ook de fauna onder de brand geleden.

Vol goede moed gaan we van start bij het Bezoekerscentrum in Herkenbosch. De lijsterbes begint te bloeien, maar de gele brem steelt de show. Er zijn in de natuur vele ingenieuze verspreidingsmechanismen van zaden en stuifmeel. De brem heeft een springveermechanisme voor het stuifmeel. Probeert een honingzoeker bij een bijna rijpe maar nog gesloten bloem van de brem binnen te dringen, dan moet hij de kiel van de vlinderbloem omlaag drukken. De meeldraden klappen dan explosief naar buiten, zodat de inbreker onder het stuifmeel komt te zitten en deze en andere bloemen kan bestuiven. Tussen de gewone brem een enkele struik van de stekelbrem.

Onder de hoogspanningsmasten die het gebied doorkruisen woekert de Amerikaanse vogelkers. Het orkest van de veldkrekel is oorstrelend, af en toe zelfs oorverdovend. Te zien krijgen we deze zwarte krekel echter niet.

Ik voel me hulpeloos bij het herkennen van grassen, russen, veldbiezen, zeggen en gewone biezen. Roel’s informatie over de veelbloemige veldbies en de gewone veldbies, die hier naaste buren zijn, wordt dan ook welwillend aangehoord, maar waarschijnlijk niet opgeslagen..

Bij het vergeet-mij-nietje voel ik me iets meer op mijn gemak, maar laat toch de determinatie van akkervergeet-mij-nietje en ruw vergeet-mij-nietje aan Roel over. De ooievaarsbek herken ik wel, maar of het nu de zachte of de kleine ooievaarsbek is?

We komen langs een groot aspergeveld, waar de planten een halve meter boven de grond uitsteken en ook niet op ruggen staan, maar juist meer in de ondiepe voren. Duidelijk een eerstejaarsgewas, waarin nog niet wordt geoogst om de jonge planten zich te laten ontwikkelen. In het tweede jaar worden de planten aangeaard en begint de oogst. De planten worden gerooid als ze ongeveer tien jaar oud zijn.    

Er staan her en der houtsculpturen langs de wandelpaden. De eerste die we tegenkomen is een levensgrote Napoleon. Het zal wel te maken hebben met het feit dat Napoleon een keer een nachtje heeft doorgebracht in Kasteel Daelenbroeck in Herkenbosch.

En dan de vogels! Roel herkent moeiteloos het geluid van de roodborst (ik ook), zwartkop, fitis, tjiftjaf (ik ook), grasmus, geelgors, fluiter, boomleeuwerik en veldleeuwerik (ik ook). En over de koekoek zijn we het ook snel eens.

Ben blij dat hij ook wel eens de plank misslaat. De vlinder ‘landkaartje’ blijkt een gewoon bont zandoogje te zijn. Maar bij de rups op het akkerviooltje heeft hij het helemaal bij het rechte eind. Het is de rups van de kleine parelmoervlinder, die alleen maar viooltjes lust.

We passeren de IJzeren Rijn, een in onbruik geraakte spoorlijn van Antwerpen naar het Ruhrgebied. We hebben de Belgen ooit recht van overpad beloofd. Als ze de spoorlijn nieuw leven willen inblazen, dan heeft de Meinweg een groot probleem.

Al van verre horen we groene kikkers kwaken. We bereiken het Melickerven (vernoemd naar het dorpje Melick) waar een tweetal dodaars druk aan het duiken zijn.

De route volgt een flink stuk de Nederlands-Duitse grens, veelal op de scheiding van bos en landbouwgronden. De zomereik staat prachtig in bloei, mannelijke bloemen in katjes langs de twijgen en de vrouwelijke bloemen op de uiteinden, die zullen uitgroeien tot eikels. In de randen van de weilanden bloeit de hoenderbeet en herkent Roel een grote populatie van uitgedroogd leermos, een korstmos. Een beetje vocht erbij – we kunnen er niet overheen plassen want twee wandelaars zitten op een bankje onze bewegingen aandachtig te volgen – en het mos komt weer tot leven.

We passeren de Boschbeek en komen dan bij de Rolvennen, waar het Meinweg Adderpad begint. We lopen hier wat rond langs de vennen met veenpluis, struinen tussen de gagelstruiken, proberen de kleine zonnedauw niet te vertrappen, maar zien geen slangen. Wel golfplaten plat op de grond van het reptielenonderzoek. Daar blijven we uiteraard vanaf, al is het best mogelijk dat er een addertje onder het gras onder de golfplaat ligt.

Het bezoekuur van de tweeling dringt, we moeten terug. Onderweg repeteer ik nog even het verschil tussen de brede stekelvaren (drievoudig geveerd blad) en de mannetjesvaren (tweevoudig geveerd blad). We staan even stil bij de onrustige zandloopkevers die voor ons uitvliegen op het zandpad, zien dalkruid en lelietje-van-dalen in de ondergroei van het bos en komen langs omgeploegde bosgrond door een kudde wilde zwijnen (in de Meinweg worden ze gedoogd net als op de Veluwe). We krijgen zelfs een wild zwijn te zíén, maar dat is weer één van de houtsculpturen, net als Napoleon.

Aan enkele laaghangende takken van de douglasspar kunnen we mooi de bloei van deze naaldboom observeren: kleine bruine mannelijke kegeltjes langs de twijgen en op de uiteinden de jonge groene vrouwelijke bloeiwijze.

Op het laatste stukje boerenland bloeien enkele exemplaren van de inkarnaatklaver in de berm als ook de kleine brandnetel. De kleine brandnetel heb ik vast wel eerder gezien, maar niet bewust! Roel neemt een exemplaar mee naar huis om te kijken of de kleine brandnetel eenhuizig is in plaats van de tweehuizige grote brandnetel.

We eindigen de wandeling bij het Bezoekerscentrum. Zeven jaar geleden was het centrum gesloten voor renovatie, nu bruist het van de bezoekers en van de Limburgse vlaai. Daar hebben we nog net tijd genoeg voor! 

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452424976]        

  

Gepost: 15 Mei 2022

 

Mooisteroutes.nl: Rondom de Meinweg (12 km)