FIETSEN: Beetje Vreden

Ik zie dat ik in acht jaar het Nationaal Landschap Winterswijk nog maar met drie tochtjes heb vereerd (‘Achterhoek’. In: Tjiftjaffen, 2014; ‘Korenburgerveen’. In: Tureluren, 2015; ‘Winterswijk’. In: Siem Sing a Song, 2020). Lang niet genoeg voor dit prachtige gebied met een grote variatie aan vegetatie dankzij een mozaïek van vele verschillende bodemtypes: mooie bossen, vele beken, hoogveengebiedjes, muschelkalk groeve, en smokkelroutes op de grens met Duitsland, dat het Nationaal Landschap aan drie zijden omgeeft.

Op donderdag, 21 april 2022, maak ik een fietstocht oostelijk van Winterswijk, met een uitstapje over de grens naar het Duitse Vreden. Een heleboel ‘Vreden’ wens ik Oekraïne van harte toe.

Start in buurtschap Henxel, waar het direct prachtig landelijk is op onverharde fietspaden tussen de coulissen. Ik zit al snel in het natuurgebiedje Döttinkrade, een loofbos langs de Ratumsebeek, waar de bosanemoon volop bloeit als ook een enkele wilde hyacint. Langs de paden bloeien bosveldkers, kluwenhoornbloem en bonte gele dovenetel.

Wijngaard Hesselink is een van de producenten van Achterhoekse wijnen. Ze zeggen hardop dat ze BOB zijn. Sinds kort hebben de wijnen namelijk de Beschermde Oorsprong Benaming ‘Achterhoek–Winterswijk’. Het is hetzelfde als de Franse AOC (Appellation d’Origine Contrôlée) en de Europese AOP (Appellation d’Origine Protégée).

Ik passeer de Ratumsebeek en bereik een ander natuurgebied, het Masterveld, waar een heer fazant laat zien hoe mooi hij is. De naam Vloermouterij Masterveld maakt me nieuwsgierig. Wat is een vloermouterij? In een mouterij wordt graan geweekt in water zodat het kiemt, waarna het wordt gedroogd tot mout, grondstof voor de brouwerij. Het overgrote deel van de mout komt uit een zeer beperkt aantal mouterijen. Vloermouten blijkt het oudste en meest ambachtelijke moutproces te zijn, waarbij het graan in een laag op de vloer wordt uitgespreid, wordt bevochtigd om te kiemen, en regelmatig handmatig (steeds vaker machinaal) wordt gekeerd. Tegenwoordig zijn kast-, trommel- of torenmouterijen meer gebruikelijk. Best bijzonder dus, deze vloermouterij!      

Paarse judaspenning en gele brem verzorgen kleur langs de wegen. Varens krullen sierlijk op uit de bodem, evenals de bleke sporenaren van heermoes. Muggenhoek is een onderdeel van het Masterveld, maar daar blijf ik niet te lang hangen.

Ik passeer opnieuw de Ratumsebeek en kom langs Scholtenboerderij Hesselink. Rijke boeren bouwden grote herenhuizen dwars voor de stallen en schuren om het geheel van hun boerderij een deftiger uitstraling te geven. Het voorhuis dateert uit 1909. Gevelankers verklappen de initialen van bouwheer Hesselink (JGH) en zijn echtgenote Boeijink (?JB).

Op de grens staat een informatiebord over de Groene Grens, een grensovergang waar zich ook vóór Schengen geen permanente post van de douane bevond. Tot het verdwijnen van de grenscontroles in 1995 werd de grens wel in de gaten gehouden door douaniers (Kommiezen in de volksmond) om smokkel tegen te gaan. Het Kommiezenpad kronkelt om de officiële grens heen.

Jonge scheuten van Japanse duizendknoop schieten op sommige plaatsen massaal uit de grond tussen de verdorde bloeistengels van vorig jaar. Opvallend veel bloeiende grote muur siert de bermen. De gewone vogelkers staat volop in bloei. Sommige sloten zijn geel omrand door massa’s gulden boterbloem. Ik zie de eerste jonge eendjes, Duitse ‘entlein’.

Regelmatig kom ik hier plakplaatjes tegen met de afbeelding van twee pinguïns die een glas schuimend bier vasthouden, met daaronder het acronym DSDGP. Waar de afkorting voor staat is me niet duidelijk geworden, maar wel dat het gaat om een kegelclub uit het kleine dorp Oeding. Ze timmeren behoorlijk aan de weg, met succes, want de club heeft al elf leden!

Vliegveldje Wenningfeld is in diepe rust. Er wordt momenteel niet gezweefd, gesprongen of anderszins gevlogen. Het grote open terrein zonder schaduw heeft een nieuw woonhuis verleid om te kiezen voor een eenzijdig schuin zonnedak, dat honderdtachtig graden kan meedraaien met de baan van de zon. Ik vraag me af of de meeropbrengst aan zonenergie de draaikosten overstijgt. Het zal wel, anders maak je niet zo’n ongewone constructie.

Bij een zandwinning staat een bijzonder gedrocht om zand, dat via een buizenstelsel wordt aangevoerd, op een hoop te spugen. Langs de hekken bloeit de margriet volop en ook grote matten van de witte winterpostelein.

In de Nederlandse asperge gebieden bij de Duitse grens zie je vaak het witte goud aangeboden als ‘Spargel’ om Duitse klanten te trekken. Het woord ‘Asperges’ om Nederlandse klanten te verleiden kom ik in Duitsland niet tegen.

Eindelijk zicht op de Berkel, het meest noordelijke Achterhoekse beeksysteem, dat in Duitsland ontspringt, bij Rekken ons land binnenstroomt en bij Zutphen uitmondt in de Gelderse IJssel. Ik passeer weer eens een Ufo, zo’n afdak op een paal met prefab zwaluwnesten en een onnatuurlijke hangplek voor vleermuizen.

Net ten zuiden van het Duitse stadje Vreden heeft de Berkel een ‘see’ gevormd, een meertje met Berkel Beach voor volksvermaak. Ik fiets om het meertje heen en kom dan in het centrum van Vreden. De Berkel stroomt door het stadje. Het leukste deel is bij de oude watermolen, waar in een klein openluchtmuseum enkele boerderijtypen zijn verzameld. Sommige boerderijtjes hebben de karakteristieke houten topgevels, die vroeger rood gekleurd werden met ossenbloed.

Ik heb eerder gehoord dat op regelmatige afstand langs de Berkel een tiental exemplaren staan van ‘Die Badende’, een beeld van een rondborstige, dikbildame in rood zwempak compleet met badmuts, klaar om een frisse duik te nemen. Hier staat ook zo’n beeld op de fundering van de watermolen. De beelden van ‘Die Badende’ hebben nogal wat misnoegen opgewekt. Misschien hoopte men de afschuw van deze en gene wat in te dammen door hier in Vreden ‘Die Badende’ te laten vergezellen door ‘Der Badende’, een dikbuikheer in blauw-gele zwembroek, compleet met badmuts, klaar om ‘Die Badende’ achterna te duiken. Toevallig een zwembroek in de kleuren van de Oekraïense vlag. Ik vind het een koddig tafereeltje.

Wanneer ik Vreden ben uitgereden en achterom kijk zie ik grote zwarte rookontwikkeling van een uitslaande brand. Er is inderdaad rond drie uur ’s middags een woonhuis in vlammen opgegaan. Poetin is weer bezig, denk ik dan onwillekeurig. Hij wil helemaal geen ‘Vreden’.

Vlak voor ik de Groene Grens weer oversteek zie ik enkele velden gemaaid worden voor hooi. Maar dit zijn geen gewone weilanden met raaigras. Het lijken velden met een jong graangewas, een halve meter hoog, halmen dicht op elkaar. Dit heb ik niet eerder gezien. Ik vraag jaargenoot en landbouwplantenteler Peter om raad. Hij vermoedt dat het winterrogge is, bedoeld als groenbemester. De boer wil blijkbaar een snede oogsten voor hooi, vóór de stoppels worden ondergeploegd.    

Ik stop even bij een mengsel in de berm van bleeksporig bosviooltje en bosanemoon. Langs een wetering staan de eerste dotterbloemen in bloei.

Net ten noorden van Winterswijk ligt de recreatieplas het Hilgelo, een resultante van zandwinning. Bij de plas staat de Sevink Mölle. Jaren geleden zag ik deze molen al eens in vol Mondriaan ornaat, de kleurige windzeilen op de wieken refererend aan de Victory Boogie Woogie. Piet Mondriaan verbleef tijdens zijn jonge jaren vaak in Winterswijk. Vandaag geen Boogie Woogie voor de molen!

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452360884

        

Gepost: 6 Mei 2022

 

Moosteroutes.nl: Groene Grenzen (50 km)