WANDELEN: Rondom Tiel

Het grootste deel van de Waaloevers heb ik al eens bewandeld of befietst, zoals het traject tussen de Prins Willem-Alexander brug en het Drutens voetveer D’n Overkant (‘Waal 1’. In: 1000110, 2019) en tussen het Tielse voetveer Pomona en het Varikse voetveer Neptunus (‘Waal 2’. In: 1000110, 2019). Maar het stuk tussen het Tielse voetveer en de Prins Willem-Alexander brug ontbreekt nog.

Op donderdag, 24 maart 2022, parkeer ik op de veerstoep van het Tielse veer aan de Wamelse kant, want daar is het gratis in tegenstelling tot de Waalkade in Tiel.

Op een verhoging in de uiterwaarden ligt hotel-restaurant ’t Veerhuis, recentelijk failliet gegaan. Het ligt er troosteloos bij. Twee jongens gebruiken de parkeerplaats van het hotel voor het aansturen van hun drones.

Raapzaad, en in mindere mate koolzaad en herik, beginnen de bermen geel te kleuren, en de aren van de grote vossenstaart staan op springen. In een rijtje populieren schreeuwt een zwarte specht en koert een holenduif. De bomen hangen vol met rode katjes.

Op de winterdijk een informatiebord met een foto van koningin Beatrix, die hier in 1995 een kijkje kwam nemen tijdens de uiterst kritieke hoogwaterstand.

Naast speenkruid, paarse dovenetel en hondsdraf bloeien de eerste pinksterbloemen. En het is nog niet eens Pasen geweest! Pinksterbloemen hebben dan ook niks met Pinksteren te maken, eerder met pinken die de wei in mogen. Fluitenkruid is overdadig aanwezig in de bermen, maar aarzelt nog met de bloei. 

Tussen de stoeptegels in Wamel staan vlak bij elkaar drie kleine kruisbloemige ‘onkruiden’: vroegeling, Deens lepelblad en kleine veldkers, de laatste al met zich ontwikkelende hauwen. Deens lepelblad is voor mij een primeur. De laatste tijd hoor je steeds meer over het belang van ‘onkruiden’ in de stad. Steden worden een soort ‘refugia’ voor plantjes die op het platteland onder druk staan. Geen ‘onkruid’ wieden dus als het niet echt nodig is!

Langs de bochtige dijk enkele wielen van dijkdoorbraken, vooral bewoond door kuifeenden en krakeenden. Op een bankje is een konijnenknuffel achtergebleven, per ongeluk verloren of met opzet gedumpt (nu Corona voorbij is), we zullen het nooit weten. Zolang de zon schijnt vindt broer konijn het best.

De Prins Willem-Alexander brug doemt op en even later loop ik erbovenop met mooi uitzicht op de Waal met zijn drukke scheepvaart en strandjes tussen de kribben. Gigantisch lang is deze tuibrug over de zomerbedding (zeshonderd meter) met kokerbruggen over de uiterwaarden, bij elkaar zo’n anderhalve kilometer. Omdat de verbinding vanuit de Betuwe eindigt in het Land van Maas en Waal op tweebaanswegen en niet is doorgetrokken over de Maas naar Brabant, stond de brug lang bekend als de brug ‘van niks naar nergens’. Toch is het knap druk op de brug. Allemaal automobilisten die rijden ‘van niks naar nergens’ of ‘van nergens naar niks’. Boven de brug een paramotorvlieger, die op hoogte langs de Waal struint.

De route brengt me in een wijde lus naar een idyllisch deel van het dorp Echteld. Eerst de schitterend op een verhoging gelegen dorpskerk. Ernaast kasteel Wijenburg en hotel-restaurant Het Wapen van Balveren (tegenwoordig ‘Bal’ geheten met twee veren in het logo). Kasteel Wijenburg wordt een ’groeikasteel’ genoemd om aan te geven dat er sinds de twaalfde eeuw aan het kasteel gesleuteld is, wat nogal logisch lijkt. Heel Echteld was op zeker moment eigendom van de adellijke familie van Balveren, onder andere de boerderij naast het kasteel – nu  die ‘Bal’ met veren – waar voedsel geproduceerd werd voor de kasteelbewoners. Begin twintigste eeuw was het kasteel in handen van twee excentrieke freules van Balveren, die graag reisden en weinig thuis waren. Van het kasteel loopt het schelpenpad ‘Laantje naar Parijs’ naar het voormalige stationsgebouw Echteld, tot 1938 een stopplaats langs de oude Betuwelijn (Elst–Dordrecht). Hier begonnen de dames de reis naar hun favoriete vakantiebestemming. Langs het laantje hangt een Betuwse slagzin: ‘Verwen jezelf elke dag weer, met een appel of een peer’.

Langs een zandgat kom ik bij een nog onbewerkt stoppelveld met blauwe matten van grote ereprijs, plukken kluwenhoornbloem, kleine veldkers en rozetten van kamilles. Enkele kieviten zijn hier aan het broeden, de kraaien worden eendrachtig verjaagd.

Ik bereik de stenige winterdijk, waar wit vetkruid, walstro, ganzeriken en lichtgroene scheuten van wede zich thuis voelen tussen de stenen.

Dan door de uiterwaarden van de Willemspolder, onder de Prins Willem-Alexander brug door. Ik ben gewend gevolgd te worden door een roodborst, heb één keer een langdurige séance gehad met een ijsvogeltje, maar werd nooit eerder gestalkt door een graspieper, die steeds een eindje voor me uitvliegt en me dan op een paaltje opwacht.

Via de winterdijk bereik ik de Prins Bernhardsluizen bij Tiel waar het Amsterdam-Rijnkanaal uitmondt in… de Waal, gek genoeg. Toch is in 1952 het hele traject in één keer geopend, terwijl waarschijnlijk de eerste vooroorlogse plannen niet verder wilden gaan dan de Rijn/Lek bij Wijk bij Duurstede. Een groepje grauwe ganzen vlucht het water in. Ik denk door mij, maar het is door een haas op de vlucht.             

Om aan de andere zijde van het kanaal te geraken moet ik bij de sluizen onder een zestal viaducten door: van de oude Betuwelijn, van de A15 en van de nieuwe Betuwelijn, en dat vice versa. Onder de viaducten bloeit klein hoefblad tussen de stenen. Ik zie de ‘Velocity’ met een slakkengangetje op de schutsluis afkomen. Ik wandel met een rotgang over de winterdijk naar de jachthaven van Tiel.

Tiel is vooral bekend van Flipje van de Betuwe, en die wordt dan ook ingezet voor burgerzin. Bij speeltuinen of stadsparken wordt op borden voorgedaan hoe Flipje zich zou gedragen. Naast de zuidelijke waterpoort ligt het Flipje Museum. En in het centrum staat Flipje op een voetstuk. Pomona, godin van het fruit, is nergens te bekennen, maar die twee hadden ongetwijfeld een relatie.

Ik maak een rondje door de stad langs een aantal interessante gebouwen en parken. Tiel was een belangrijke handelsstad tijdens de Middeleeuwen, en de ‘dood’ van Dorestad rond 850 betekende ‘brood’ voor Tiel. In de dertiende eeuw trad Tiel toe tot het Hanzeverbond. Helaas zijn vele monumenten tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan (beschietingen tussen ‘niks’ en ‘nergens’).

Ik kom even tot bezinning op één van de oudste kerkhoven van Nederland buiten de stadsmuren, gesticht in 1786. ‘Ter navolging’ heet de begraafplaats, maar daar wachten we nog maar even mee. De naam heeft overigens te maken met een oproep aan de elite om geen graf meer in de kerkvloer op te eisen, maar zich te laten begraven buiten de stadsmuren, te midden van het gewone volk. Wel zo hygiënisch! En je ligt dan tussen de bijzondere bolplantjes. De bodem is bedekt met roze look en sneeuwroem. Maar je krijgt dan wel te maken met de tjiftjaf, die zelfs op deze gewijde plaats niet even zijn mond kan houden.

Het oudste monument van Tiel is het Ambtmanshuis (1525). De Ambtman vertegenwoordigde de Hertog van Gelre. Nu huist er het College van B&W.

Even de benen strekken op een terras op het Horecaplein, en dan met voetveer Pomona – ah, daar zal je haar hebben – de Waal over naar Wamel.  

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452199050]

 

Gepost: 13 April 2022

 

Mooisteroutes.nl: Rondje Tiel, Waal en Kanaal (24 km)