FIETSEN: Campina

De naam Kempen is afgeleid van het Latijnse Campina, hetgeen ‘open vlakte’ betekent. Het is de streek in het zuiden van Noord-Brabant, omgeven door de Peel in het oosten, de Meierij van ’s-Hertogenbosch in het noorden en de Baronie van Breda in het westen. De streek vormt één geheel met de veel grotere Vlaamse Kempen, ruwweg ten noorden van de lijn Antwerpen – Maastricht.

Nou houdt vriend Jan uit de Baronie van Breda van lange fietstochten, als hij het voor het zeggen heeft. Dat betekent overigens niet dat we even de hele Brabantse Kempen door kunnen trappen. Daar is de streek toch echt te groot en te gevarieerd voor. Op dinsdag, 15 maart 2022, maken we een dwarsdoorsnede tussen Best bij Eindhoven en Lage Mierde, met als voornaamste attractie de vele ‘open vlaktes’ in de gedaante van heidevelden op de dominante zandgronden. De door hem uitgestippelde route wijkt regelmatig af van gebaande knooppuntenroutes, en dan blijkt dat hele mooie heidevelden helemaal nog niet ‘verknoopt’ zijn.

Terwijl ik op het stationsplein van Best sta te wachten – meneer komt met het OV – wordt er in de verte geschoten op de Oisterwijkse Heide. De gedachte aan de situatie in Oekraïne is momenteel nooit ver weg. De Navo is in verhoogde staat van paraatheid.

Twee naakte alpaca’s kijken ons na. We bereiken het oude buurtschap Straten, ofwel herdgang Straten, een beschermd dorpsgezicht. Eigenlijk verwijst ‘herdgang’ naar de dagelijkse rondgang van een kudde onder leiding van een herder over gemeenschappelijke graslanden. Dat verklaart meteen de naam De Herdgang van het trainingscomplex van PSV! Centraal staat in Straten een St. Antoniuskapel. St. Antonius Abt zou tijdens een pestepidemie een wonder hebben verricht in deze contreien.

We passeren het Wilhelminakanaal via de smalle Miekoeksebrug, vernoemd naar ene Mie die koeken verkocht aan de werklui tijdens het graven van het kanaal. Het kanaal is een aftakking bij Helmond van de Zuid-Willemsvaart, met het doel om ook Eindhoven en Tilburg met de Maas te verbinden. Bij Geertruidenberg mondt de vaart uit in de Amer.

We fietsen een eind langs het kanaal richting Oirschot, ook wel de Poort der Kempen genoemd. Oirschot heeft een lange historie (stichtingsdatum 480 A.D.) met een hoog monumentengehalte. Het heeft een gotische basiliek met stompe toren, de voormalige bierbrouwerij De Kroon, het eertijdse klooster Nazareth van de Franciscanessen (1797–1925) en één van de grootste kazernes van Nederland (vandaar die schoten hoorbaar tot in Best).

Dwars door Landgoed Baest, gesticht in de twaalfde eeuw door de Abdij van Berne. Het zou gediend hebben als ‘lusthof’ voor de bisschoppen van ’s-Hertogenbosch. Tegenwoordig beheerd door een stichting. Bij dit landgoed komen twee beken – de Grote en de Kleine Beerze – samen, om verder te stromen als Beerze.

Aan een bosrand staat een hardstenen paal, die dient als kapstok voor een colbertje, ook van steen. Het is een voormalige grenspaal van vijf gemeenten, die inmiddels anders ingedeeld, gefuseerd of opgeheven zijn.

Op de Neterselse Heide ligt een groot ven, het Goor. Het getrompetter van enkele Canadese ganzen galmt over het water en de omringende heide.

Dan betreden we het oostelijke deel van Landgoed De Utrecht met D’n Flaestoren, een omgekeerde open kegel. Voor één euro mag je naar boven klimmen en krijg je prachtige uitzichten over uitgestrekte heidevelden en een groot ven, de Flaes. Wat ontbreekt zijn nijlpaarden in het water en giraffen op de heide. Wel aanwezig zijn grote populaties van gagelstruiken, die volop bloeien.

We maken een lunchstop in ‘In den Bockenreyder’ voor de lekkerste uitsmijter van Brabant (naar eigen zeggen). Niet slecht! Ik ben hier eens eerder langs gewandeld, maar kon het toen niet over mijn hart verkrijgen om mijn lunchpakket achter de rododendrons te sodemieteren en te bezwijken voor deze reclameleus (‘De Utrecht’. In: 1000110, 2019). De naam verwijst trouwens naar de Bokkenrijders, roversbendes die in de achttiende eeuw Brabant en Limburg onveilig maakten.

In tuinen bloeien forsythia en magnolia, in het wild speenkruid en paarse dovenetel. De roodborst denkt dat hij kan zingen, maar het is maar een onbestemd riedeltje. Ik hoor de eerste tjiftjaf, en daar zou ik blij van moeten worden, ware het niet dat ik het vogeltje ooit eens vervloekt heb (‘Tjiftjaffen’. In: Tjiftjaffen, 2014).

Opnieuw over de Neterselse Heide, waar grote delen met grof geweld worden geplagd. Al onze natuur is nu eenmaal kunstmatig.

Bij buurtschap Westelbeers (een naam die net als Middelbeers en Oostelbeers verwijst naar beek de Beerze) staat een bijzondere Mariakapel uit 1637 met een torentje uit 1936. In het kapelletje worden vele personen middels foto’s en bidprentjes in Maria’s aandacht aanbevolen.

Op de Landschotse Heide zie ik warempel langs het fietspad enkele gele bloemen van klein hoefblad uit het droge zand tevoorschijn komen. Die houdt toch normaliter van wat vochtiger omstandigheden. Een uitkijktoren, heel wat minder spectaculair dan D’n Flaestoren, kijkt uit over het gebied.

Via Middelbeers en Oostelbeers fietsen we richting Oirschotse Heide. De heide is grotendeels militair oefenterrein van de Generaal Majoor de Ruyter van Steveninckkazerne. We zien enkele militairen met getrokken geweer door de struiken sluipen, terwijl de commandant boven op een heuveltje met de armen over elkaar toekijkt, een makkelijk doelwit. Even verderop instructie van een stel rekruten in volledige camouflage. Ik denk even dat ik in een aflevering van Kamp Koningsbrugge ben beland.

Schijnvliegveld Oostelbeers is aangelegd door de Duitse bezetter om de aandacht af te leiden van vliegbasis Eindhoven (Fliegerhorst Eindhoven). Net als schijnvliegveld De Kiek in Riel bedoeld was om de aandacht af te leiden van Fliegerhorst Gilze-Rijen ('Hilvarenbeek'. In: Siem Sing a Song, 2020).

We fietsen een eindje parallel aan de landingsbaan van Vliegbasis Eindhoven. De naam verklapt al dat de militairen het hier voor het zeggen hebben, al is het ook de drukste regionale luchthaven voor de burgerluchtvaart.

Op het naastgelegen Circuit De Landsard vliegen de crossmotoren ook al door de lucht over de kunstmatige bulten in het parcours.

Batadorp is een wijk van Best, gebouwd voor de werknemers van schoenenfabrikant Bata, van oorsprong een Tsjecho-Slowaaks bedrijf. De bekende Bata winkels zijn alweer vijfentwintig jaar uit het straatbeeld verdwenen, maar in Best maakt men nog veiligheidsschoenen.

Een ondergrondse tunnel leidt in Best de treinen naar het station. Het gigantische beeld van een mol boven op de tunnel herinnert ons eraan dat we deze techniek van de mol hebben afgekeken.

Wanneer we station Best bereiken zijn net de daluren voorbij waarin vriend Jan de fiets mee mag nemen in de trein. We doden eerst de tijd op een Best terras. Daarna fietst deze mijlenvreter een extra twintig kilometer naar Tilburg langs het Wilhelminakanaal zodat hij tijdens de daluren na half zeven de trein kan nemen naar Breda.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452125989]

 

Gepost: 2 April 2022

 

Knooppunten: 70, 73, 29, 13, 62, 61, 23, ri. 03, Landgoed Baest, 80, 68, 69, 98, 93, Lage Mierde, 28, 27, 81, 83, 24, 49, 36, 48, 12, 70 (63 km)