WANDELEN: Berkenwoude

Het eerste kievitsei van 2022 is gevonden op 9 maart in Hengevelde, Overijssel. Het eerste kievitsei van Friesland is vast al gelegd, maar moet nog wel gevonden worden. De laatste keer dat het eerste nationale kievitsei in Friesland werd gevonden was in 2019, en dat was meteen het vroegste kievitsei ooit: op 28 februari. Daarentegen gebeurt het niet vaak dat het eerste ei in Overijssel wordt gevonden, en nog wel in Hengevelde. In dit dorp startte ik recent een fietstocht (zie ‘Haaksbergen’). Het dorp is gespecialiseerd in bruidskleding. Die kievit met dat vroege ei zal wel gedacht hebben: deze keer maar eens in het wit.

Ik bedenk dat op sommige plekken nu al (1 maart) en op de meeste plekken binnenkort (15 maart) natuurgebieden worden afgesloten vanwege het broedseizoen. Daarom wil ik vandaag een nostalgische wandeling maken in een gebied waar de kans op baltsende weidevogels groot is. Mijn keuze valt op het veenweidegebied Berkenwoudse Driehoek in de Krimpenerwaard, een natuurgebied van het Zuid-Hollands Landschap.

Donderdag, 11 maart 2022, start ik op de parkeerplaats Wellepoort, midden in het weidse en natte gebied. De route gaat rechttoe rechtaan over lange middeleeuwse tiendwegen (veenkades).

Het eerste pad is een landscheidingsweg, die fungeerde als achtergrens van een ontginningsfase, aan de ene kant nieuwe landbouwpercelen, aan de andere kant het veenmoeras.

Het stikt er meteen van de kieviten die ‘oer de wjuk gean’, grutto’s die aan het bijkomen zijn van de lange reis, en scholeksters die de kuststreek hebben verlaten voor hun geboortegrond. Maar ook voor eenden, smienten, ganzen, zwanen en reigers is dit een paradijs. Allemaal opgewonden standjes te land, ter zee en in de lucht! Vogels die in de winter grote groepen vormen vallen nu geleidelijk uiteen in koppeltjes. Grauwe ganzen vliegen niet met z’n allen tegelijk voor mij weg, maar twee aan twee. Soms een trio, maar dat komt in de beste families voor. 

De sloten en oevers staan vol met jonge scheuten van de gele lis. In april/mei moet het hier een gele bloemenpracht zijn. Een haas staat midden op het pad. Na geposeerd te hebben voor de foto, springt hij moeiteloos over de brede sloot, zonder polsstok.

Een tractor blokkeert gedeeltelijk het pad. Snoeiwerk aan de elzen langs deze tiendweg. Ik stap bijna bovenop een rode rivierkreeft, die de werklui hebben blootgelegd. Zij hebben het niet op dit vervelende, agressieve beestje met zijn flinke scharen. Verderop liggen nog meer restanten van deze exoot; scharen en pantsers die leeggezogen zijn door reigers of meeuwen.

Nog steeds weinig voorjaarsbloei. Bij het speenkruid heeft zich inmiddels wel de paarse dovenetel gevoegd. En de bloeiwijze van groot hoefblad duikt nu op vele plaatsen op uit de bodem.

In de sloten steken plukken verschrompelde bladeren van krabbenscheer uit het water omhoog. Een meerkoet is al aan het broeden in een dichte pol van deze oude bladeren. Maar als je wat dieper in het glaasje kijkt zie je onder het wateroppervlak nieuwe rozetten krabbenscheer zich klaar maken om de oude generatie te vervangen. In de winter zijn de plantencellen gevuld met water en zinkt de plant naar de bodem. In de lente komt de assimilatie op gang en vullen de cellen zich met gas en drijft de plant op het wateroppervlak. Langs vele oevers staan de bekende oranje vlaggetjes ten teken van de strijd tegen de muskusrat. Enkele watersnippen vliegen vlak voor mijn voeten zigzaggend weg. Een grutto paradeert dichtbij genoeg voor een fotootje.

Ik verlaat het pad langs de Berkenwoudse Boezem en kom op een volgende hele lange middeleeuwse tiendweg, die inmiddels deels is geasfalteerd. Nog meer boezems zoals de Stolwijkse Boezem, die dienst deden als verzamelplaats van het overtollige polderwater, dat vervolgens door molens werd overgepompt naar de grotere waterwegen, in dit geval de Hollandse IJssel.

Aan de horizon de stompe watertoren van de opgedoekte Koninklijke Verenigde Tapijtfabrieken in Moordrecht. Bij een eerdere tocht langs de Hollandse IJssel (‘Hollandse IJssel’. In: It giet oan!’, 2016) dacht ik dat het uurwerk in de toren al twintig jaar stilstond, maar ze hebben hem weer aan de praat gekregen, want hij loopt warempel min of meer op tijd.

In de berm komt veelvuldig het kleine groen-paarsige rozetje van harig wilgenroosje voor. Stroken elzenbroekbos onderbreken de veenweides. In zo’n strook heeft zich een grote aalscholverkolonie gevestigd, waar druk aan de nesten wordt gesleuteld.

Op een hek van een weiland hangt een bordje van ‘The Cranberry Company’. Deze firma teelt sinds 2016 cranberry’s op achttien hectare veengrond in dit gebied. Veengrond is ideaal: vochtig, zuur en rijk aan organisch materiaal. In 2019 was er een eerste bescheiden oogst. Terschelling moet voor zijn monopolie vrezen.

Ik volg het Beijersche Wegje (vernoemd naar buurtschap ‘t Beijersche!), waar een kijkscherm is geplaatst voor uitzicht over een natte polder. Een vlinder – de kleine vos – vermaakt zich op de bloemen van speenkruid. Een bordje roept op om te helpen bij de bestrijding van de invasieve watercrassula. Niet door hem uit te trekken en te verplaatsen, maar door de locatie door te geven aan het Waterschap.

In lintdorp Achterbroek zie ik een gevelspreuk die vermaant dat je niet moet kwaadspreken of de eerste steen werpen, tenzij je onschuldig bent.

 

                               Wie van mij wat weet, of van het mijne

                               Gaat naar huis en beziet het zijne

                               En vindt hij dat zonder gebreken…

                               Dan mag je vrij van het mijne spreken

 

Huizen dragen vaak een naam. Zo betekent het Latijnse ‘Linquenda’ loslaten en verlaten. Je kunt je huis toch niet meenemen. Hier heet een huis ‘Relinquenda’ en dat komt op hetzelfde neer.

Langs de Elserkade brede rietkragen langs een wetering. Kleine paadjes lopen erdoorheen. Het kan van alles zijn, dat hier door het riet banjert: ganzen, zwanen, muskusratten, kwajongens of hengelaars. Voorbijgangers hebben in elk geval geen weet van bevers in dit gebied.

Het bord in een sloot op zevenhonderddrieënvijftig meter van het centrum van eendenkooi Nooitgedacht geeft de grens aan van het afpalingsgebied. Ditzelfde gekke getal kwam ik al vaker tegen, zoals bij eendenkooi De Zouwe in de Zouweboezem (‘Zouweboezem’. In: Lustrum, 2017). Het afpalingsrecht bepaalde dat in een cirkel met een straal van zevenhonderddrieënvijftig meter rond de kooi, eenden niet gestoord mochten worden. Het getal is afgeleid van tweehonderd roedes, een oude lengtemaat die overigens qua lengte van plaats tot plaats verschilde. Ook het aantal roedes van de straal van de afpalingskring varieerde per streek. In Gelderland gold tweehonderd Rijnlandse Roedes (RR), hetgeen gelijk was aan zevenhonderddrieënvijftig meter. In 1808 werd de Rijnlandse Roede de Nederlandse standaard, maar met de invoering van het metrieke stelsel in 1816 werd een roede gelijk aan tien meter. De afstand van zevenhonderddrieënvijftig meter is echter niet aangepast.   

Het laatste deel van de wandeling is een mooi graspad door de Berkenwoudse Driehoek. Ik wens de weidevogels succes met het vroege voorjaar. Een torenvalk vliegt recht op mijn camera af voor een mooie actiefoto. De zwarte stern, die graag nestelt in de rozetten van krabbenscheer, is nog niet gearriveerd, maar een kunstwerk met twee van deze vogels houdt de herinnering ook buiten het seizoen levend.                          

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452082878]

   

Gepost: 27 Maart 2022

 

Zuid-Hollands Landschap: Tiendwegroute (18 km)