WANDELEN: Hilversum

Het Voetstappenpad is een bekend wandelpad om Hilversum heen. Aangelegd vlak voor de Tweede Wereldoorlog in het kader van de werkverschaffing, in opdracht van Gooise hoteliers om toeristen te trekken. Het pad werd duidelijk gemarkeerd door grijze betonnen afgeplatte paddenstoelen met een voetstap erin gebeiteld, die wit is geverfd. Het zou me niet verbazen als er een oorzakelijk verband is met de alom bekende Anwb paddenstoelen langs fietspaden. Door de naoorlogse aanleg van snelwegen en woonwijken werd het wandelpad bij het herstel eind twintigste eeuw aangevuld met rode ovalen plakplaatjes met een wit voetje, soms doorgestreept om aan te geven dat je nu de verkeerde weg dreigt in te slaan. Ik voel me in mijn element, want het voetje herinnert me aan het logo van onze vrolijke joggingclub in Malang, Indonesië: Malang Hash House Harriers.

Ik start vandaag, woensdag 2 maart 2022, bij horeca Robert aan de Spanderslaan, in de schaduw van de tv-toren, vlakbij de Avro/Tros studio’s. Eerst doorkruis ik een stuk van de Bussumerheide en dan de Westerheide (westelijk van Laren) met heel veel bremstruiken en solitaire bomen zoals eiken, vliegdennen, berken en talloze Drentse krentenboompjes. Af en toe enige vergrassing met pijpenstrootje en bochtige smele. Tientallen grafheuvels zijn te vinden op deze heidevelden. Hierboven stijgen veldleeuweriken zingend op naar de hemel, om zich vervolgens te bedenken en na een vrije val weer met beide pootjes op de grond te staan. Vinken slaan hun slag.

Na de heide volgen de naaldbossen. Grote bonte spechten roffelen om een partner te vinden Een buizerd vliegt hoog boven de bomen. Een boomklever zingt ook zijn kleffe liefdeslied. Alle planten botten uit in deze zonnige lenteweek, opvallend de toefjes blad die overal uit de lianen van de kamperfoelie tevoorschijn kruipen.

Bij de Zuiderheide ligt een levend stuifzand. Aan de rand één enkele jeneverbesstruik, waar men zeer zuinig op is. Er staat een houten hek omheen. Maar als tweehuizige plant is deze solitaire struik gedoemd om kinderloos aan z’n eind te komen. In de bossen tot de A27 passeer ik een groep mooie landgeiten. Twee rode eekhoorns klimmen en rennen tussen de bomen.

Na de A27 loop ik een eind op de provinciegrens tussen Noord-Holland en Utrecht, of beter de grens tussen de Gooise balzak en Utrecht. Het Gooi is een rare uitstulping van de provincie Noord-Holland en is lang betwist geweest tussen de Graven van Holland en de Bisschoppen van Utrecht. Hoewel het Gooi geografisch beter bij Utrecht past, trokken de Graven van Holland aan het langste eind. De grens werd vastgesteld rond 1350. Een houten paal, de Leopaal, werd geslagen bij Huizen aan het tegenwoordige Gooimeer, toen de Zuiderzee. De oostelijke grens was een min of meer rechte lijn van de Leopaal in de richting van de Domtoren in Utrecht, tot aan Hollandsche Rading – ‘rading’ betekent grens – om daar af te buigen naar het westen. Er bleef echter strijd tot er een definitieve regeling werd getroffen in 1719. In aanvulling op de ongenummerde houten Leopaal bij Huizen werden er nog tweeëntwintig houten Leeuwenpalen geplaatst, maar die bleken erg kwetsbaar en werden in 1730 vervangen door genummerde hardstenen palen. Palen zeventien tot en met tweeëntwintig staan op de zuidelijke grens van de balzak, van Hollandsche Rading tot aan het Tienhovensch Kanaal (‘Hollandsche Rading’. In: Dreamgirls, 2018). Palen één tot en met zestien staan op de oostelijke grens. Gezien de route van het Voetstappenpad zou ik theoretisch vandaag Palen acht tot en met elf tegen kunnen komen, maar uiteindelijk is alleen Paal negen me opgevallen. Deze paal is in zoverre bijzonder dat hij van ‘Model 1730’ is (met nog vijf andere nummers). De andere zestien zijn van een ander type (afgeronde kop in plaats van een vierkante kop) en zijn in 1925 geplaatst ter vervanging van verdwenen of beschadigde originele Leeuwenpalen uit 1730. Knap ingewikkeld met al die jaartallen, ik zie door de palen de grens niet meer.                   

Ik kruis een spoorlijn die wel beveiligd is, maar toch waarschuwt: ‘Wil je blijven leven, wacht dan even’. Hier begint Hooge Vuursche op de Utrechtse Heuvelrug. Een spandoek meldt dat het Ruitervignet 2022 weer te koop is. Zonder dat vignet mag je paard zich niet op de Ruiterpaden van de Utrechtse Heuvelrug vertonen. Als dit maar niet een voorbode is van een Fietservignet en een Wandelaarvignet.

Een jogger rent me voorbij, een dame met een lange vlecht, en in een bijzonder tenue gestoken: rood jack, witte broek, blauwe broekspijpen, oftewel een wandelende Nederlandse vlag. Thuis zie ik op de stiekeme foto dat ze ook nog oranje gympen aan heeft. Vast een employee van Kasteel Drakensteijn, dat hier niet zo ver vandaan ligt in Lage Vuursche.

Ik passeer horeca Groot Kievitsdel en erger me aan een roodborst die me stalkt. Langs de Hilversumsche Golfclub en dan door het Cronebos. In het beukenbos zonder bodemdek denkt een wandelaarster op een bankje een zwarte specht te horen, maar het is een boomkruiper. Nogal een verschil. De imposante douglasspar is niet door Dudley, niet door Eunice en niet door Franklin klein te krijgen, maar de bodem ligt wel bezaaid met kleine takjes die uit de kruinen zijn geblazen.

Het Hilversums Wasmeer is een natuurlijk ven, gevoed door regenwater boven een ondoordringbare laag. Vanuit de vogelkijkhut een mooi uitzicht, maar er zijn weinig vogels afgezien van enkele futen in het water en een grote zilverreiger in de rietkraag. Op het kleine eilandje een aalscholver op de grond en een buizerd die even uitrust in de enige boom. De kijkhut is een mooie plek voor mijn twaalfuurtje.

Ik heb het meest zuidelijke punt van de route bereikt en kruis de A27 en de spoorlijn vlakbij station Hollandsche Rading. In de bossen zijn vrijwilligers druk bezig hinderlijke stormschade op te ruimen.

Na de Hoorneboegse Heide wandel ik een dik uur eerst langs en dan door buitenwijken van Hilversum. Ik realiseer me dat ik tot nu toe nog geen voorjaarsbloem heb gezien behalve enkele dichte bloemknoppen van speenkruid. En natuurlijk krokus, sneeuwklokje en narcis, maar die tellen niet mee. Aha, een vijver met een grasveld vol madeliefjes, maar die tellen ook niet mee.

Aan de westkant van Hilversum bereik ik het Corversbos met veel robinia en warempel wat speenkruid in volle bloei. Nog een Golfclub, ’t Jagerspaadje, en dan wandel ik aan de achterzijde van de buitenplaatsen van ‘s-Gravelande, zoals Trompenburgh en Jagtlust (‘’s-Gravelandsepolder’. In: Lustrum, 2017).      

Langs Beeldentuin De Zanderij kom ik in het Spanderswoud en meander terug naar mijn startplaats aan de Spanderslaan. Een informatiebord vertelt onderweg nog over de Hilversumse Tankgracht, die net als het Voetstappenpad helemaal om Hilversum heen liep, onder andere door het Spanderswoud. De droge gracht was zeven meter breed met een drie meter hoge wal op de Hilversumse oever. Een creatie van een paranoïde Duitse generaal die zijn hoofdkwartier had in Hilversum en bang was voor een geallieerde aanval.

Officieel is het Voetstappenpad vijfentwintig kilometer lang; daar had ik me op ingesteld. Ik ben zelf verbaasd dat er door enkele kleine dwalingen in de Hilversumse buitenwijken uiteindelijk dertig kilometer door mijn GPS is geregistreerd. Zonder fysieke problemen!

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/452003444]

 

Gepost: 16 Maart 2022

 

Voetstappenpad (25 km)