FIETSEN: Nijkerkernauw

Het is alweer lang geleden dat ik in het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland heb gefietst. Het was op 7 januari 2015, notabene de dag van het Charlie Hebdo drama in Parijs (‘Arkemheen-Eemland’. In: Tureluren, 2015). Vandaag wil ik om het Nijkerkernauw heen fietsen, gebruikmakend van de veerdienst tussen Spakenburg en de Eemhof.

Het gebeurt eigenlijk nooit dat ik een fietstocht afblaas wanneer ik al op de startplaats ben aangekomen. Het gebeurt dan toch op dinsdag, 25 januari 2022. Het regent en de lucht geeft geen blijk van enige opklaring. Ik ga koffiedrinken bij zus Leidy in Biddinghuizen, maar sta om twaalf uur weer bij Stoomgemaal Arkemheen. De tijd is nu te kort voor de fietstocht, maar ik kan wel een wandeling maken om het Nekkeveld, puur om naar vogels te kijken, hopend op een persoonlijke nieuwe waarneming.

Vanaf de dijk zicht op het water van het Nijkerkernauw, met grote groepen meerkoeten en kuifeenden, enkele futen en een eenzame eend van de grote zaagbek met bruine kop en grijs verenkleed. Aalscholvers scheren over het water of rusten uit op een verhoging in de omgeving (zoals een stoomgemaal).

In de plasdras van het Nekkeveld grote aantallen kieviten die blijkbaar door de klimaatverandering afgeleerd hebben om naar het zuiden te trekken. Maar de koning van het Nekkeveld is de smient, die fluitend in grote groepen uitrust op het water of graast in de weilanden. Her en der blauwe reigers en grote zilverreigers. Groepen houtduiven foerageren gezamenlijk en spreeuwen doen elkaar in alles na. Een haas spitst de lange oren en trekt een sprintje.

Ik heb gehoord dat grote groepen goudplevieren zich hier kunnen ophouden, en die krijg ik inderdaad in beeld al zijn de meeste foto’s onscherp door de grote afstand. Voor mij wel een primeur!   

Eén weidevogel kan ik niet thuisbrengen. Ik zoek het in de plevieren en de strandlopers, maar kom uiteindelijk tot de conclusie dat het kemphanen in winterkleed zijn. Daar was ik niet op voorbereid!

Wilde eenden zijn uiteraard in grote getale aanwezig, maar ik zie maar enkele bergeenden, krakeenden en waterhoentjes. Ik hoor regelmatig wulpen, maar het duurt een tijdje voor ik ze in de kijker heb langs een wetering. In de westelijke hoek zitten de meeste ganzen: grauwe ganzen, brandganzen, kolganzen en een enkele Canadese gans.

Tot slot vlakbij het stoomgemaal nóg een primeurtje. Enkele steltlopers, te klein voor de wulp, maar wel met een redelijk lange kromme snavel. Dat moet de regenwulp zijn.

Op dinsdag, 8 februari 2022, wil ik alsnog de fietstocht om het Nijkerkernauw maken. Ik herhaal eerst het rondje Nekkeveld op de fiets. Op de dijk een informatiebord over Slot Hulkestein. Op de bodem van het Nijkerkernauw zijn restanten gevonden van dit slot uit de late Middeleeuwen, een versterking van Hertogdom Gelre in de strijd tegen het Sticht (Bisschop van Utrecht).

Erboven zwemt nu niet een eend maar een woerd van de grote zaagbek met wit-zwart verenkleed en donkergroene kop. Het kost me moeite om de steeds maar duikende wit-zwarte mannelijke nonnetjes (kleine zaagbek) met zwarte oogvlek op de foto te zetten. Eenden van het nonnetje met hun bruine schedelkap kan ik niet ontdekken. Een zeearend vliegt met zijn trage vleugelslag over vanuit de Flevopolder over het Nijkerkernauw en landt diep in het Nekkeveld, veel onrust veroorzakend in de zwermen kieviten, smienten en consorten. Ik schrijf het op alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, maar het blijft bijzonder om een vliegende deur te zien. Veldleeuweriken hebben eindelijk weer reden om zingend naar het zonnetje te vliegen, ondanks de zeer harde wind.

Ik kom weer op de dijk (voor het vervolg richting Spakenburg) op de plek van de grote dijkdoorbraak van 13 januari 1916. De hele polder Arkemheen tot en met Nijkerk stond blank. Boten werden in Spakenburg op de kade tegen de huizen geworpen. Wilhelmina bekijkt in Spakenburg nog steeds vanaf haar sokkel de schade. De ramp heeft geholpen bij de beslissing om de Zuiderzee af te sluiten en grote delen van het IJsselmeer in te polderen.

Bij het VVV kantoortje blijkt dat ik de dienstregeling van de veerboot Spakenburg–Eemhof verkeerd heb geïnterpreteerd: geen overtocht op dinsdag. Als dan ook nog blijkt dat de dijk ten westen van Spakenburg richting Eemdijk afgesloten is vanwege dijkverzwaring, dan zit er niets anders op dan langs de zuidrand van de Randmeren te blijven fietsen.

Ik zie in het mooie dorp Spakenburg nog wel bijzondere vogels: IJsselmeervogels, met zeven landstitels de succesvolste club in het amateurvoetbal.

Vóór de wind fiets ik dezelfde weg terug. Opvallend veel dode vogels, vooral ganzen, liggen op de dijkhelling en in de polders: vogelgriep! Opportunistische aaseters (ik zie een meeuw als zodanig) lopen onbewust het risico van virusoverdracht.

Ik besluit – het fietst gemakkelijk met de wind in de rug – een stukje mee te pikken van het Nuldernauw, dat in het oosten aansluit op het Nijkerkernauw. Delta Schuitenbeek is een soort voorportaal van de Randmeren om het vervuilde landbouwwater uit de Gelderse Vallei te zuiveren door rietkragen voordat het op het grote open water wordt geloosd. Hier maakte ik al eens kennis met voor mij nieuwe watervogels (‘Randmeren’. In: Dreamgirls, 2018).   

En ze zitten er nog steeds! Grote gemengde groepen watervogels, de kuifeenden wel duidelijk in de meerderheid. Ik maak vele groepsfoto’s om thuis op mijn gemak te bekijken wat er zoal ronddobbert.

Daar gaan we! Opvallende wit-zwarte woerden met donkergroene kop en grijze eenden met bruine kop van de grote zaagbek. De kleine prachtig gekleurde woerd van de wintertaling, vergezeld van het minder opvallende eendje. Brilduikers, de woerd met de grote witte wangvlek op een groenzwarte kop met het hoge voorhoofd, de eenden met de bruine kop met ook een hoog voorhoofd. Het begint een beetje saai en ongeloofwaardig te worden: vrouwtjes zijn toch veel mooier? Ook bij de pijlstaart is de wit-zwarte woerd het mooist met de vrij lange nek met witte streep en natuurlijk de lange staart, de eend bruinig, wel met lange nek, maar geen pijlstaart. Bij de bergeenden is het verschil tussen woerden en eenden minder groot. De rode knobbel op de snavel van de woerd is nou niet bepaald een sieraad. Bij de slobeend is de woerd met zijn groene kop en witte borst weer opvallender dan de eend. Afijn, ze staan allemaal wel ergens netjes op de foto.

Ik ploeter terug naar Stoomgemaal Arkemheen tegen de stormwind in. Vind het eigenlijk na dertig kilometer wel best zo. De lucht boven Arkemheen-Eemland is nog steeds zwanger van de kieviten en de smienten, en er komt zelfs een vlucht regenwulpen voorbij.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451854080]

 

Gepost: 24 Februari 2022

 

Knooppunten:  Gemaal Arkemheen, ri 52, Arkerweg, 76, 51, 50, 03, ri 11, 03, 50, 51, 52, 67, 38, 67, 52, Gemaal Arkemheen (32 km)