WANDELEN: Beegderheide

Als ik ga wandelen met vriend en voormalig collega Roel, geboren en getogen Maastrichtenaar, komen we meestal ergens in Limburg terecht. Op dinsdag, 18 januari 2022, neemt hij me mee naar de Beegderheide. Waar ligt de Beegderheide? Bij Beegden op de westelijke oever van de Maas tegenover Roermond. Het voormalige militaire oefengebied mag herstellen als natuurgebied en kenmerkt zich door bos, heide en vennen, waar in het voorjaar grote groepen heikikkers op afkomen.

Roel is enigszins bekend met de regio. In het nabijgelegen dorp Grathem heeft hij lang geleden een flora en fauna inventarisatie gedaan voor het IKL (Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg). En ík heb daar een keer gefietst en de voorbereidingen gezien voor het Europees Kampioenschap 2019 ‘Appaloosa Show’ in het Reining Center Meertenhof (‘Kempense Beken’. In: Siem Sing a Song, 2020). Ieder zijn specialiteit, maar hij een beetje meer dan ik!

Onze startplaats vandaag is voor hem ook bekend terrein. Op excursie met studenten naar Zuid-Limburg werd hier altijd een tussenstop gemaakt om hen te confronteren met de verschillen in vegetatie op de oevers van twee vennen. Zo leer ik ook weer wat over ecologische interacties. Het ene ven is ondiep en volledig afhankelijk van zuur regenwater. Op de oever groeien veenmossen, korstmossen, moeraswolfsklauw en – in het voorjaar – zonnedauw. Het andere ven is dieper en wordt gevoed door kalkrijkere kwel. Het wordt omzoomd door een kraag van draadzegge. Even verderop ligt nog een klein ven dat er slechter aan toe is. De pitrus op de oevers duidt op vervuiling.

Op een heideveld staan twee flinke grove dennen bij elkaar. Men wil ze blijkbaar kwijt, want de stammen zijn geringd. Een zwarte specht laat zijn schelle klaagroep horen, maar even later ook zijn ratelende voorjaarsroep. Achteraf beschouwd hebben we bijna de hele wandeling kunnen genieten van luidruchtige zwarte spechten. Ook een roodborst zingt al volop. Enkele paaltjes langs heidestruiken markeren een vlindertelroute. Hoewel begin januari al de eerste vlinders zijn waargenomen, hier geen vlucht vlinders vandaag. Langs de paden groeien bladrozetten van Jacobskruiskruid en vingerhoedskruid. En een schraal graslandje staat vol uitgebloeid Sint-Janskruid. Kleine maagdenpalm en de ‘bonte’ gele dovenetel komen meestal met tuinafval in de bossen terecht. De brede stekelvaren is een zeer algemene bosvaren met drievoudig geveerd blad. Roel wijst me op de mannetjesvaren uit hetzelfde geslacht, een uitzondering door zijn tweevoudig geveerd blad.

In voormalig Kasteel Exaten, in vorige levens ook nog klooster en politieopleiding (er ligt nog een schietbaan), is momenteel een AZC gevestigd met zo’n zeshonderd plaatsen. Enkele omringende akkers zijn dorre, gele vlaktes door onkruidbestrijding met glyfosaat. In een bomenrijtje in de verte zitten drie kraaien een buizerd te pesten.

We betreden de beboste terreinen van Groencentrum en Landgoed Genegenterhof langs de Haelense Beek. In het talud van een boerensloot een vers hol van vos of das, dan dassenpaadjes door de ondiepe sloot, een duidelijke pootafdruk in de modder, dassenharen in het prikkeldraad, terwijl het naastgelegen weiland behoorlijk omgewoeld is door wilde zwijnen. Hier wilde zwijnen? We volgen de modderige paden langs de Haelense Beek met nog meer wroetsporen. Eerst een glimp tussen de bomen en dan zien we een wild zwijn wegrennen aan de andere kant van het water. Twee goudvinken, die ik net wilde fotograferen,  schrikken ervan en verdwijnen helaas uit beeld.

We bereiken bij recreatieboerderij Op Kapittelsbos het punt waar de Uffelse Beek splitst in Panheelderbeek en Haelense Beek. Op een pleintje in Grathem gebruiken we de lunch bij een standbeeldje van de Foekepotter, oude clowneske muzikant, nu symbool van het carnaval (althans in Grathem). Ik grap tegen Roel dat het beeldje sprekend lijkt op een jonge versie van hem met een botaniseertrommeltje. Roel inventariseerde de kleine landschapselementen voor het IKL in 1984, het beeldje stamt uit 1987. Het IKL promoot zelfs een Ommetje Grathem langs deze kleine landschapjes, een initiatief van carnavalsvereniging De Foekepotters bij haar zesenzestigste (6 x 11) verjaardag. Het Ommetje begint bij dit beeldje!         

Terwijl we onze boterhammen nuttigen op een bankje ziet Roel in een flits een kleine valk-achtige vogel over ons heen schieten. Gezien de afmetingen kan het volgens hem haast niets anders zijn geweest dan de zeldzame smelleken. Ik heb niets gezien, ik was mijn handen in onschuld.

We passeren de St. Severinuskerk van Grathem met een toren van mergelsteen. In de muur rond het kerkhof zijn een paar hele oude grafkruisen ingemetseld: ‘HIER LIGHT BEGRAUEN TEO…… VERSTAPEN, OVERLEDEN DEN 4 FEBRVAR.. 1751, BIDT GODT VOOR DE SIELE’. Óp de muur groeit een bonte verzameling mossen.

Langs de Uffelse Beek ligt de Grathemse watermolen uit 1874 (houten voorgangers sinds de dertiende eeuw) en iets verderop het sprookjeskasteel Groot Buggenum, ‘ein Gesamtkunstwerk’, gecreëerd door een Duitse eigenaar en architect op de fundamenten van een burcht uit de veertiende eeuw en de restanten van een jachtslot uit de negentiende eeuw.

Kale appelboomgaarden worden nog enigszins opgefleurd door bomen vol sierappeltjes, bomen die in het voorjaar een rol spelen bij de bestuiving van de commerciële appels. We passeren enkele aanplanten van bessenstruiken. In deze streek wordt veel zachtfruit geteeld. Groepen kramsvogels en vinken, in gezelschap van groenlingen, verplaatsen zich door de bomen langs de weg.

Stroomafwaarts, maar toch dicht tegen de bebouwing van Grathem aan, zien we langs de Uffelse Beek heel veel beversporen en zelfs een beverburcht.

Om recreatiegebied Heelderpeel heen raken we aan de Tuspeel, een klein overgebleven stukje levend hoogveen. Vervolgens langs de grote grindplas De Lange Vlieter terug door de bossen en heide van de Beegderheide. In de grasstroken langs De Lange Vlieter een grote open beker van een stuifzwam, de ruitjesbovist, zo’n tien centimeter in doorsnee. Uitgestrekte matten van witte winterpostelein langs de paden. Het Kempisch heideschaap helpt de vergrassing van de heidevelden tegen te gaan. Ik zie weinig verschil tussen dit schaap en het Drents heideschaap. Blijkbaar moet je ze aaien, want de wol van het Kempisch heideschaap zou veel zachter zijn.

Er zitten heel veel tunnelgravende mestkevers in de bodem (zoals de driehoornmestkever), want overal worden de schapenkeutels begeleid door een hoopje opgeworpen zand waar de kever omhoog is gekropen om de keutels zijn ondergrondse provisiekast in te slepen.        

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451676174

       

Gepost: 2 Februari 2022

 

www.klikprintenwandel.nl: Beegderheide, Grathem (16 km).