WANDELEN: Hoonhorst

Hét logo van de Overijsselse Vecht is de steenanjer, ook wel de Vechtanjer genoemd. Afgezien van Vecht en Dinkel komt de steenanjer ook voor in Duitsland langs de Eems en is vandaar uitgewaaierd naar de gemeente Westerwolde in Groningen. Ik zag het mooie plantje bij de Vesting Bourtange (‘Bourtange’. In: Siem Sing a Song, 2020). Elders komt hij voor als verwilderde tuinplant.

Het logo indachtig liggen er verspreid over het Vechtdal vijf Anjerpunten, informatiepunten in de dorpen Hoonhorst, Vilsteren, Beerze, Hardenberg en Gramsbergen, ieder met een eigen verhaal. Het verhaal van Hoonhorst, net ten zuiden van Dalfsen, is ‘Duurzaam leven & Noaberschap’, maar dat is niet de reden van mijn komst naar Hoonhorst. En ook niet de vrij onbekende heilige Cyriacus van Rome, patroon van het katholieke dorp en parochie, want die wordt aangeroepen tegen bekoringen op het sterfbed, terwijl ik nog druk bezig ben met de verleidingen op het levenspad.

Midden in het dorp staat een hoge stellingmolen, opgericht in 1862 door de familie Fakkert. De Molen van Fakkert brandde al na een paar jaar af als een fakkel, maar molens hebben meestal vele vrienden en dus vele levens.

De reden voor mijn komst op maandag, 3 januari 2022, is de nabijheid van drie landgoederen, waarbij de naam Mataram mij uiteraard intrigeert als voormalig Indonesië-ganger.   

Overijssel is rijk aan versterkte huizen (havezate in Drenthe,  Overijssel en Gelderland, ridderhofstad in de provincie Utrecht, stins in Friesland, borg in Groningen). Wanneer ene Van Rhijn vermogend terugkeert uit Indië koopt hij rond 1800 in het Vechtdal havezate De Dieze en het naastgelegen landgoed De Horte, en doopt het om tot respectievelijk Mataram en Djokjakarta. De naam Mataram beklijft, maar Djokjakarta kan het uiteindelijk niet winnen van De Horte.

Wat heeft deze Van Rhijn van doen met het Javaanse sultanaat Mataram? In de tweede helft van de achttiende eeuw beproeft de jonge Johannes Matthias van Rhijn (1746–1801) zijn geluk in Nederlands-Indië. Hij schopt het tot opperkoopman van de VOC. In die periode valt het machtige sultanaat Mataram door interne strijd en door de verdeel en heers politiek van de VOC uiteen in drie delen (Jogjakarta, Soerakarta en Mangkoenegara). Van Rhijn was een tijdlang VOC resident aan het Hof van Mataram, ik neem aan het deel dat zetelde in Jogjakarta gezien het feit dat hij De Horte wilde omdopen tot Djokjakarta.   

Ik passeer buiten het dorp de Emmertochtsloot en wandel al snel op de Mataramweg, langs de buitengracht van het landgoed. Hoge Amerikaanse eiken, vervolgens machtige beuken langs de smalle weg. Ze bezorgen een grote bonte specht een overvloedig ontbijt.

Twee kunstwerkjes op een kruising moeten ons herinneren aan het oorlogsverleden van Mataram, niet de ‘oorlog’ die de VOC voerde in Indië, maar de Tweede Wereldoorlog toen de Duitsers V2 lanceerinrichtingen plaatsten op het landgoed. Het ene kunstwerkje – ‘Getuige 1945’ – is een bronzen boomstronk met een jaarring, bestaande uit kleine V2 raketjes. Het andere – ‘Littekens van Geweld’ – is een tekst op een boom: ‘Verhalen vergeten, herinnering aan pijn, eeuwig litteken’. Of het een eeuwig litteken zal blijken is de vraag, want de tekst wordt langzaam opgeslokt in de boom door de secundaire diktegroei.

In de berm groeien plukken van de gewone eikvaren (al staan ze dan onder beuken). Ik passeer de achttiende-eeuwse zuilen die de toegangsweg tot Mataram markeren.

Eerst de terreinen van De Horte. Het bos is voornamelijk op verhoogde bedden (rabatten) geplant. In het hakhoutbosje is een boomstronk, die niet wilde regenereren, helemaal bedekt met lichtgroene korstmossen. In de naaldbossen reikt de douglasspar naar de hemel, en brede stekelvaren en haarmos zijn opvallende bodembedekkers. Een bankje is uitdagend boven het water gebouwd zodat je met je benen boven de beek kunt bungelen. Via een ophaalbruggetje kom ik op het erf van Huize De Horte, het hoofdkwartier van de Stichting Landschap Overijssel. Huis, Franse tuin met druivenkas en enkele andere bijgebouwen zijn Rijksmonument. Op mijn foto van de oude kas – ik zie het pas als ik thuis ben – is een enorme spin zichtbaar achter het glas. In de tuin staat een imposante mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) met zijn iets neerhangende takken die aan het eind opvallend omhoog krullen. Een van de bijgebouwen is ’t Witte Huis, oorspronkelijk de biljartkamer, nu een af te huren vakantiewoning.

Voor me op het pad neemt een boomklever even een kijkje bij een molshoop vóór hij weer besluit te gaan kleven. Een observatietoren kijkt uit over de hooilanden langs de Emmertochtsloot, waar sinds kort een otter zich zou hebben gevestigd. Even verderop dartelt een jonge koolmees om me heen. Als ik voer had gehad zou hij uit mijn hand hebben gegeten.

De bossen van Landgoed Mataram zijn wat chaotischer dan die van De Horte, maar staan ook vol met enorme douglassparren en flinke Taxus bomen. Een uit de hand gelopen beukenlaantje is ooit een ‘berceau’ (tunnelloofgang) geweest. Het huidige landhuis is goed afgeschermd voor de blikken van wandelaars.

Een boomstronk is zo opvallend bedekt met zwammen, dat ik er mijn zwammen app op loslaat: over de spekzwoerdzwam bestaat geen twijfel, de andere is minder duidelijk maar komt het dichtst bij de kurkstrookzwam.

Het is de eerste maandag van de maand, wat zeg ik, van het nieuwe jaar. De sirenes beginnen te loeien om twaalf uur, voor mijn gevoel net iets harder dan op gewone eerste maandagen van de maand.  

Langs buurtschap Emmen bewandel ik de lange Papenallee naar havezate Den Berg. Een blauwe reiger laat zijn driehoeksverhouding niet verstoren, en zit een indringer even venijnig achter de staart. Twee ooievaars doen daar niet aan mee; die hebben elkaar eeuwige trouw beloofd. De naam Papenallee duidt op een oud kerkpad uit de tijd na de reformatie toen katholieken (papen) uit Dalfsen clandestien hun geloof moesten belijden in een schuurkerk in Hoonhorst. Op Landgoed Den Berg is het voormalige kerkpad nu een Allee met aan beide zijden drie rijen beuken.

Havezate Den Berg ligt mooi aan een waterpartij. Een prachtige tuin ligt aan de voorkant. De havezate dankt zijn naam aan een oude rivierduin van de Vecht, die doorgestoken moest worden voor een toegangsweg. In het bos opvallend veel witte klaverzuring op de bodem.

Op de terugweg naar Hoonhorst staan her en der enorme eikenbomen in de weilanden, alleenstaand of soms als onafscheidelijk duo. Ik passeer een ludieke zonnewijzer op een boomstronk: twee in elkaar gedraaide velgen van fietswielen met een rechtopstaand stangetje, eindigend in een handschoen die met de vingers naar de zon wijst, die zich overigens vandaag maar sporadisch heeft laten zien.           

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451543162]

        

Gepost: 16 Januari 2022

 

Mooisteroutes.nl: De Horte op (16 km).