WANDELEN: Tjongerdellen

Ik wilde op dinsdag, 21 december 2021, eigenlijk gaan fietsen langs de Tjonger in Friesland, maar ik krijg de verlichting van mijn fietsenrek niet op orde. Snel omboeken naar een wandeltocht. De eerste tocht in 2021 onder nul. Nee, natuurlijk niet, want in het begin van het jaar hadden we volop vorst. Het vriest een paar graden (daar kun je je op kleden), maar tegelijk is het een prachtige zonnige dag, al is die op zijn kortst op de datum van de zonnewende.

De Stellingwerven zijn het deel van Friesland dat grenst aan Overijssel en Drenthe, Weststellingwerf rond Wolvega en Ooststellingwerf rond Oosterwolde. Twee riviertjes, de Tjonger en de Linde, ontspringen er en stromen door het grensgebied naar Kuinre in de Kop van Overijssel, waar ze voorheen uitmondden in de Zuiderzee en zich nu door Flevolandkanalen moeten worstelen naar het IJsselmeer.

De Stellingwerven hebben bijzondere natuurgebieden zoals het Drents-Friese Wold (In: Lustrum, 2017), het Fochteloërveen (In: Tjiftjaffen, 2014), de Lindevallei (In: Lustrum, 2017) en de Rottige Meente (In: 1000110, 2019).

Vandaag een wandeltocht in het oosten van Weststellingwerf, tussen de Tjonger en de Linde, in de omgeving van de oudste dorpjes van de Stellingwerven, waar je nog nooit van hebt gehoord. Zoals het dertiende-eeuwse Oldeholtpade, wat zoiets als ‘pad door het bos’ betekent. Het prefix ‘Olde’ werd aan het ‘pad door het bos’ toegevoegd toen een eindje verderop het dorp Nijeholtpade ontstond.

Bij mijn parkeerplaats staat een manshoge zwerfkei van vijf ton, een Småland Graniet uit Zweden, tijdens de voorlaatste ijstijd in het dorp achtergebleven en pas veel later op een voetstuk geplaatst. Terwijl de zwerfkei vanuit het noorden naar het zuiden is verhuisd, staat op een bedrijfsschuur in het dorp een cryptische spreuk van een ondernemer met een ongewone visie: ‘Ondernemers met visie zoeken het zuiden in het noorden’.

Ten noorden van Oldeholtpade ligt een stukje bos, waar de bomen en planten in de vroege ochtend nog ijzig voor zich uit staren. Hulst en stekelvarens lijken versteend. Rijpnaalden op de takken, bladeren wit geschminkt. Een laagje ijs op de sloten. Een buizerd met sneeuwwitte borst op een paaltje. Twee reeën met witte schortjes tussen de achterpoten huppelen langs de bosrand. Ik maak meer foto’s dan aantekeningen. Het kerkje van Oldeholtpade blinkt in de mistige ochtendzon.

Ik bereik nog zo’n oud dorp, Ter Idzard, waar waarschijnlijk rond 1100 al een kerkje stond. Ik loop een rondje om het huidige Bonifatius kerkje dat samen met het kerkhof helemaal door een haag wordt omringd. Mijn overgrootvader aan moeder’s kant, Jozef Meijer, werd in 1826 geboren in Ter Idzard. Gek te bedenken dat hij hoogstwaarschijnlijk in dit kerkje werd gedoopt.

Via een lange rechte weg door het weidse Friese land bereik ik de Tjongerdellen, het natte beekdal dat deels ten zuiden en deels ten noorden van de gekanaliseerde Tjonger ligt. De oude meanderende Tjonger slingert zich hier om dit kanaal heen. Ik laat me verleiden om de dijk van de oude Tjonger even te verlaten en een eindje langs het kanaal te lopen, waar een flinke schoonmaakboot het grovere werk doet met daarachter een bezembootje dat achtergebleven losse plukken wildgroei opvist. Grote elzenbomen op de oever weerspiegelen glashelder in het rimpelloze water. Ik probeer na een kilometer weer op de dijk te komen, maar ervaar dan wat de Tjongerdellen zijn: zeer drassige hooilanden met rietkragen ertussen en oude lopen van de Tjonger die verhinderen dat je droog de dijk bereikt. Ik moet helemaal terug naar waar ik de dijk verliet.

De Tjongerdellen eindigen bij enkele grote plassen waar Tjongerzand wordt gewonnen. Een grote populatie krakeenden brengt hier de kerstdagen door. In de bosjes reikt af en toe een Jacobsladder tot de bodem.

In dorp Nijeholtpade staat een beeld van de Takkemaeker. Vroeger klusten arbeiders wat bij als zzp’er door in het bos takkenbossen te maken voor diverse doeleinden. Het kerkje van Nijeholtpade heeft een flinke steunbeer om de toren overeind te houden. Niet zonder risico! Ik heb gezien in het Groningse Bierum dat ook de steunbeer kan verzakken en daarmee juist de oorzaak is van een scheve toren (‘Eems’. In: Lustrum, 2017).

Zuidelijk van het dorp ligt in een bosrand de ijsbaan er vooralsnog maagdelijk bij. Geen baldadige jeugd die met stenen of takken wakken in het ijs gooit. Als er eenmaal ijs ligt, dan is het lekker beschut in het bos, maar de beschutting helpt niet om ijs te krijgen. Het is trouwens een luxe ijsbaan met een sprinklerinstallatie, om het ijs dik en glad te houden.     

Ik bereik de Linde. Bij een kleine plas langs de Linde staat Gerrit’s Hutte, een vogelkijkhut met vandaag zicht op een grote zilverreiger, en alle dagen zicht op een tjasker – een typisch Fries poldermolentje – en op een wit ophaalbruggetje over de Linde. Er zijn nog maar een twintigtal tjaskers in Nederland te vinden, waarvan de helft in Friesland. Er blijkt onderscheid te worden gemaakt tussen een paaltjasker en een boktjasker. Ik denk dat we hier met een boktjasker te maken hebben, want de molenas wordt ondersteund door een bok en niet langs een paal geleid.  

De Linde is er momenteel niet mooier op geworden met bulten gedregde wildgroei op de oevers. Wel hard nodig, want eerder zag ik al eens dat de Linde stroomafwaarts bijna dichtgegroeid was met krabbenscheer en aanverwante artikelen (‘Desperado Koloniën’. In: Siem Sing a Song, 2020).        

Langs de stuw in de Noordwoldervaart ofwel IJkenverlaat bereik ik dorp De Hoeve. In de zeventiende eeuw werden op de heide twee hoeves gebouwd. De arbeiders op de boerderijen bouwden kleine woninkjes in de weilanden. Samen vormden de twee buurtschappen dorp De Hoeve. Het protestantse kerkje van De Hoeve staat al meer dan een jaar te koop. De spreuk boven de kerkdeur ‘Komt tot mij, hoort en uw ziel zal leven’ lijkt nog niet tot gegadigden te hebben geleid.

Op weg naar Oldeholtpade kom ik langs een boerderij met een gigantische opslag van hooibalen, gehuld in lichtgroen plastic. Blijkbaar een boer gespecialiseerd in grasmaaien!    

Ik passeer de Linde over de Kontermansbrug, vernoemd naar de beruchte sluiswachter Contermans, die rond 1740 aangeklaagd werd bij de Staten van Friesland omdat hij schippers liever tegenhield dan doorliet. Hij probeerde zo veel mogelijk jenever aan de schippers te verkopen!

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451458640

 

Gepost: 5 Januari 2022

 

Mooisteroutes.nl: Langs de Tjongerdellen (20 km).