WANDELEN: Reusel

Ik fietste al eens in het gebied van de ‘Acht Sel-ligheden’, ofwel de Acht Zaligheden, waar het dorp Reusel er één van is (‘Zaligheid Reusel’. In: Dreamgirls, 2018).

Net ten zuiden van dit dorp ligt het brongebied van riviertje de Reusel op het hogere Massief van Brabant. Het meandert vervolgens prachtig door de bossen van Landgoed De Utrecht (‘De Utrecht’. In: 1000110, 2019) om bij Oisterwijk over te gaan in de Achterste Stroom, die vervolgens met andere stroompjes als Esschestroom uitmondt in de Dommel in de buurt van Vught.

Vandaag, dinsdag 14 december 2021, een wandeling in het beekdal van de Reusel bij Diessen, iets ten noorden van het gebied van de Acht Zaligheden. Op maandag, de dag vóór deze tocht, gebeurt er iets bizars. Studiegenoot Wout woont in Eersel, ook één van de Acht Zaligheden. Hij reageerde een paar jaar geleden op een verhaaltje op mijn Weblog en nodigde me uit om te komen buurten als ik in de omgeving zou fietsen of wandelen. Ik moet tijdens de voorbereiding van deze wandeling denken aan zijn uitnodiging, maar meestal kom ik tijd tekort op zo’n dagtocht. Dezelfde avond krijg ik ‘via via’ bericht dat Wout op 10 december is overleden. Rust in vrede, beste man.

En alsof de duvel ermee speelt gaat er nog een schok door me heen wanneer ik in Diessen een rondje om de kerk loop en op een grafsteen van een man zie staan ‘echtgenoot van Toos Verhoeven’. Tijdens de eerste twee jaar van mijn studie in Wageningen woonde ik met groot plezier in een studentenhuis met drie anderen, waaronder kleuterleidster Toos Verhoeven (‘Dolderstraat 72’. In: It giet oan!, 2016). We zijn elkaar al vijftig jaar uit het oog verloren. Qua leeftijd zou deze Toos kunnen. Het zal toch niet waar zijn dat ik haar op deze manier op het spoor kom? De kans is klein.

De pastoor heeft er hier voor gekozen om slechts een uniform grafkruis op het kerkhof rond de kerk toe te staan, anders wordt het maar een rommeltje. Het ziet er nu enigszins uit als een oorlogsbegraafplaats. Bij de kerk is een levensgrote kerststal opgezet, geen ‘levende’ kerststal overigens, behalve de twee schapen. In het dorp zijn de laanbomen mishandeld. Door extreme vormsnoei zien de zomereiken eruit als Italiaanse populieren.

Ten noorden van Diessen bereik ik de meanderende Reusel en volg het riviertje op de linkeroever door het moerassige Diessensbroek. In de beschutte berm bloeit nog veel witte honingklaver en dagkoekoeksbloem. Bij de houten brug naar de overkant bloeit witte dovenetel en een verdwaalde gele ganzenbloem. Heer Fazant paradeert door de rietkragen. En een ooievaar staat te koukleumen langs een sloot. Een groep grauwe ganzen baddert in de Reusel (ben steeds geneigd ‘reuzel’ te schrijven, maar dat is het gestolde vet van uitgebakken spekjes; vroeger een lekkernij op brood in plaats van boter). Ondertussen ploeter ik door de modder, want de wandelpaden zijn door zwaar materieel geruïneerd.

Ik bereik het Wilhelminakanaal, waar de Reusel onderdoor stroomt. Om dit kanaal op zijn waarde te kunnen schatten moet ik even het koninklijk huis ontleden. Het oudste koninklijke kanaal is de Zuid-Willemsvaart (vernoemd naar koning Willem I) van Maastricht naar ’s-Hertogenbosch als lateraal kanaal van de Maas. Gek genoeg loopt het kanaal voor een groot deel op Belgisch grondgebied. Het is dan ook gegraven in 1826 vóór de Belgische afscheiding. Dat zal niet de aanleiding zijn geweest voor het Julianakanaal. Feit is wel dat begin twintigste eeuw dit laterale kanaal aan de oostkant van de Maas wordt gegraven om de Maas verder te kanaliseren. Het Wilhelminakanaal waar ik nu tegenaan loop, takt af van de Zuid-Willemsvaart ten noorden van Helmond en stroomt naar de Amer bij Geertruidenberg. Het doel was om ook Eindhoven en Tilburg te verbinden met de Maas. Hele oude plannen uit de tijd van koning Willem I, maar pas gerealiseerd begin twintigste eeuw.

Ik wandel nu dus langs het Wilhelminakanaal ten zuidoosten van Tilburg. Geen scheepvaart te bekennen, enkele futen hebben het rijk alleen. Ik wil even naar de uitkijktoren lopen tot ik besef dat die aan de overkant van het kanaal staat. Daar is Natuurmonumenten bezig met natuurontwikkeling stroomafwaarts langs de Reusel.

Bij de duiker van de Reusel onder het kanaal door ligt het kunstwerk ‘Hilverkaveling’, een verzameling van vijftien vierkante houten bodems op wieltjes met verschillende opbouw in een groter vierkant, dat plaats biedt aan zestien van die kavels (vier bij vier). Het zestiende kavel ontbreekt, zodat je de onderdelen kunt verplaatsen (herverkavelen) zoals een ‘schuifspelletje’. Het kunstwerk was er een paar maanden geleden slecht aan toe, maar is hersteld. De kunstenaar zal het een worst wezen. Hij laat weten zich tegenwoordig met andere dingen bezig te houden dan beeldende kunst. 

Ik kom langs een grote Waterzuivering. Het gezuiverde water wordt toegevoegd aan de Reusel. Maar gezuiverd rioolwater is zo dood als een pier. Er zit geen zuurstof-ritme in, dus daar wordt de Reusel niet blij van. Naast de Waterzuivering ligt daarom overloopgebied Watermaat, waar het gezuiverde water eerst mag revitaliseren, langs plantjes mag stromen en naar lucht mag happen, vóór het de Reusel instroomt.

Vervolgens een kijkje in de bossen van de Diessensche Heide, met opvallend hoge struiken van de blauwe bosbes. Ik neem een blad van de overheersende varen mee, maar zelfs met deel 1 van de Nova Flora Neerlandica over de Varens kom ik er niet helemaal uit. Oud-collega Roel, co-auteur van het boek, helpt me op weg: brede stekelvaren.

Dit bos gaat over in de bossen van Landgoed Annanina’s Rust. Dat klinkt niet alleen rustig maar ook een beetje Russisch. De notaris van het dorp Diessen liet dit landgoed – met mooie laantjes van geïmporteerde douglasspar, Amerikaanse eik en veel rododendrons – aanleggen eind negentiende eeuw, maar hij importeerde ook een Russische maîtresse die in een klein huisje in het bos woonde. Een joggende dame komt me tegemoet. “U bent niet toevallig Annanina?”, vraag ik. “Zou je wel willen” is het antwoord.

Aan de bosrand zie ik in de verte de bijzondere kerktoren van Hilvarenbeek, met een appel, een lantaarn en een ui (‘Hilvarenbeek’. In: Siem Sing a Song, 2020).

Ik ben terug aan de rand van Diessen, maar doe de lange versie met een extra lus aan de zuidkant. Enkele soepganzen vermaken zich in een veld met guldenroede. Ik gebruik de lunch aan een bankje onder een fladderiep, op de oever van een leemput, die grondstof leverde voor een steenfabriek. De leemput is nu voorbehouden aan leden van de K.E.H.V. de Ruischvoorn. H.V. is duidelijk, maar wat ik ook bedenk bij de K (Knotsgek, Katholiek) en de E (Eervol, Eerzuchtig), het klinkt niet logisch. Ik heb er een mailtje naar de secretaris van de Ruischvoorn voor over. Dan blijkt tot zijn eigen verbazing dat ze nergens op hun website vermeld hebben staan dat ze ‘Koninklijk Erkend’ zijn.

Enkele Zwartbles schapen kijken me het beleg van mijn brood. Eén keer eerder zag ik Zwartbles schapen, maar wanneer en waar? Het was jaren geleden rond het Sneekermeer (‘Hardzeildag’. In: Lustrum, 2017). Zwartbles is een oud ras, niet met een zwarte bles, maar met een witte bles op een zwart schaap.         

Een gepensioneerde wandelende varkensboer knoopt een gesprekje aan. Achteraf beseft hij dat het voederen van zijn varkens met geïmporteerde soja niet zo duurzaam is geweest. Maar hij maakt het goed door ieder jaar de kerststal bij de kerk op te bouwen en hem de rest van het jaar op te slaan in zijn lege stal. Ik maak van de gelegenheid gebruik om hem te vragen of hij een Toos Verhoeven kent, die van de grafsteen. Hij kent alle inwoners van Diessen, en Verhoeven is een echte Diessense naam, maar het kleine vrouwtje Toos van de grafsteen kan niet ‘mijn’ Toos zijn, want ze heeft nooit een stap buiten het dorp gezet. Helaas, een dood spoor.

Diessen heeft een bijzondere attractie. Bij een mooie langgevelboerderij worden roofvogelshows gegeven. Hier kun je van dichtbij kennis maken met de zeearend, de Europese oehoe of de lelijke kalkoengier.

In het broekbos Turkaa is een oude meander van de Reusel in ere hersteld, en er ligt een grote visvijver van H.V. ’t Turkaa (niet ‘Koninklijk Erkend’). Een dooie naaldboom in het bos wordt gekoloniseerd door ‘mini-tonderzwammetjes’, groen uitgeslagen van de algen en met een paarse buitenrand: de paarse dennenzwam.

Bij het bord ‘Krullenkapper’ moet ik weer in het centrum van Diessen zijn aanbeland. Bij horeca Kerkzicht consumeer ik een mokka ijstaartje, terwijl ik mijmer over Toos. En terugdenk aan de vele lijntjes die mij met overleden Wout verbinden.   

         

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451409851

 

Gepost: 29 December 2021

 

Mooisteroutes.nl: Dal van de Reusel (20 km).