SELFIES: Kerststal

Zus Fien is jarig op 4 januari. Ik ga altijd op visite, natuurlijk op de eerste plaats voor haar… maar ook voor een dierbare jeugdherinnering. Op 4 januari staat bij Fien de kerststal nog, erfstuk uit ons ouderlijk huis. Een unieke kerststal waarvan we nooit een tweede zijn tegengekomen. Ik heb minstens duizend kribben gegoogeld, verschillende exposities van kerststallen bezocht, maar hij zit er gewoon niet tussen, niet bij benadering. Ik heb zelfs contact gezocht met kerststallen verzamelaars en kribbe specialisten, maar tot nu toe tast ik in de duistere heilige nacht.

Toch vonden wij hem vroeger in onze jeugd helemaal niet zo geweldig. Het mos is altijd groener bij de buren. Wij vergaapten ons juist aan de houten stalletjes met losse beeldjes bij vrienden en bekenden. Aan onze kerststal viel niets te variëren, het was een kerststal uit één stuk. Geen miniatuurtje, maar zestig centimeter hoog, veertig centimeter breed en vijfentwintig centimeter diep, van gips, prachtig beschilderd. Een ondiepe grot met de heilige familie, een schildering op de achterwand (hard kartonnen plaatje tegen de rechte achterkant bevestigd), een engel op de voorgevel met het spandoek ‘Gloria in excelsis Deo’, drie herders die om het hoekje komen kijken, de os en de ezel die hun kop naar buiten steken; dit alles uit één stuk. Op de voorgrond de drie koningen en twee schaapjes. Deze kwetsbare uitstekende delen kunnen wel verwijderd worden, maar zonder deze figuranten is de stal zichtbaar gehavend en incompleet. Boven op de stal een kerstster die er ook af kan.

Mijn ouders krijgen deze kerststal cadeau van opa Douwe Ligthart – mijn opa aan moeder’s kant – in 1939, het jaar waarin ze zowel hun nieuwe huis betrekken als ook op 2 december twaalf en een half jaar getrouwd zijn. Moe was het gesjouw met al die losse beeldjes beu. Waarschijnlijk is dit nieuwe kunstwerk gekocht in de Religiosa Winkel aan de Singel in Sneek, tegenover de katholieke kerk.

Ieder jaar wordt half december de zware doos van de vliering getild en de stal op een klein tafeltje in de hoek van de huiskamer geïnstalleerd. In den beginne zonder kerstboom. Katholieken hebben een kribbe, heidenen een kerstboom. Gelukkig zijn de katholieken in de loop der tijden wat heidenser geworden (de heidenen niet katholieker, vrees ik).

’s Avonds, vóór de kinderen naar bed gaan, branden de echte kaarsjes rond de stal en wordt middels een liedje bepaald wie ze deze keer mag uitblazen:

               

                              Wie heeft er de beurt om te blazen vandaag,

                              Dat is onze Vronie, ze doet het zo graag,

                              Fuut, fuut, fuut, fuut, fuut, fuit,

                              En blaas nu de kaarsjes maar uit.

 

Maar de techniek staat niet stil, en oudste broer Adri vindt de kerststal zo allemachtig saai dat hij toestemming krijgt om de kartonnen schildering een klein beetje om te buigen zodat hij de kribbe elektrisch kan bijlichten met een fietslampje omwikkeld met het rode doorschijnende papiertje van een kersenbonbon.

Bijna gaat het een keer goed mis. Een brandend kaarsje valt om in de sneeuw; de watten rond de kerststal vatten vlam. Mijn moeder reageert zeer alert: gordijn opzij, tuindeur open, en het brandende geheel wordt in de sneeuw gekieperd, volgens de één – en hier lopen de herinneringen van broers en zussen uiteen – alleen wat smeulende parafernalia, volgens de ander het hele tafeltje met kerststal en al. Het moet in 1950 zijn geweest, want toen had Nederland een langdurige witte kerstperiode (mogelijkerwijs heb ik onbewust dit spektakel mogen aanschouwen vanuit de kinderbox en broertje Johan vanuit zijn kribbe). Het is dan wel een wonder dat de schade aan de stal zo beperkt is gebleven; alleen de engel mist het puntje van zijn rechtervleugel. Vanaf dan staat er altijd een emmer water op de greep onder het tafeltje van de kerststal.

Na meer dan dertig jaar trouwe dienst (1939–1970) in het ouderlijk huis, valt de kerststal bij de boedelverdeling, na het overlijden van mijn moeder, toe aan zus Fien, waar hij ook alweer vijftig jaar dienst doet (1971–2021).

De tand des tijds begon wel zijn sporen in het gips na te laten, maar een vakkundige restauratie en een beschermende ‘coating’ hebben de stal weer toekomstbestendig gemaakt ten behoeve van een volgende generatie cultuurkatholieken.

 

Zalig Kerstmis 2021!    

 

Gepost: 25 December 2021