WANDELEN: Roerdal

Vorige week de Roermonding bij Roermond, nu het Roerdal tussen Sint Odiliënberg, Herkenbosch en Vlodrop.

Donderdag, 9 december 2021. De start is op het plein voor de elfde-eeuwse basiliek in Sint Odiliënberg, gewijd aan de heiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus, belangrijke missionarissen uit de tijd van de kerstening van de Lage Landen. Vooral die Plechelmus heeft vele sporen achtergelaten, met name in Twente, omgeving Oldenzaal, waar vele kerken aan hem zijn opgedragen. Ik begrijp dat er nogal gesleept is met zijn stoffelijke resten, van Sint Odiliënberg naar Oldenzaal, toen naar Roermond en vervolgens ‘pro parte’ weer naar Sint Odiliënberg.

De basiliek met tweeling torens ligt prachtig op een heuvel, pal op de linkeroever van de Roer. De heuvel heette eerst de Petrusberg, maar is later vernoemd naar ene Odilia, maar welke Odilia is niet helemaal duidelijk. Overigens is de romaanse basiliek wel tweemaal compleet herbouwd, voor het eerst in 1880–1883 door – het zal ook niet waar zijn – Pierre Cuypers. Naast de basiliek ligt het kleine Roerstreekmuseum, waar druk gesoldeerd wordt tijdens de ‘lockdown’. Verder is het dorp van beperkte allure, al heeft het ook nog een straatkapelletje, waar momenteel een kerststal is uitgestald.

Ik passeer de Roer over een verkeersbrug naar de rechteroever, en loop stroomopwaarts door het brede dal. Een zeer grote groep houtduiven in een veld met maisstoppels wordt opgejaagd door enkele kraaien, die het rijk alleen willen hebben. In een schuilhut kun je even genieten van het weidse uitzicht. Af en toe bosschages met Gelderse roos vol rode bessen en struiken kardinaalsmuts, waarvan de roze mutsjes (vruchtjes) zijn opengesprongen en de oranje zaden (witte zaden omgeven door een oranje zaadrok) naar buiten hangen. Overal op de zandpaden sporen van Sinterklaas, althans van zijn paard. Vol verwachting klopt het hart van een groepje Drentse Heideschapen wanneer ik langs drentel, maar ik heb geen koek en ook geen gard. Ik blijf het een luguber gezicht vinden als een dooie kraai, roek of kauw opgehangen wordt aan een stok om te dienen als afschrikwekkend voorbeeld in een akker met jong gras.

Een mevrouw die stront aan het ruimen is van haar hobby paard – een schimmel – schrikt zich rot van mijn welgemeend “Goede morgen”. Ik beklim de Meuleberg aan de rand van het dorp Melick met de prachtige standerdmolen Prins Bernhard. Geen wonder, want hij is splinternieuw (1999), al vervangt hij wel een veel oudere molen op die plaats. Naast de molen ligt ‘Oetsjpanning Meuleberg’. Ik denk niet dat ze ‘Uitspanning’ zo schrijven in Maastricht. Limburgs bestaat niet, alleen maar plaatselijke dialecten en schrijfwijzen.

Een stukje bos bestaat voornamelijk uit Amerikaanse eik. De hulst zit vol rode bessen die gedoemd zijn te dienen als kerstversiering, tenzij de merels, lijsters, kramsvogels en koperwieken ons voor zijn. Open bloemen zijn logischerwijs momenteel ver te zoeken: enkele bloeiende kleine grasjes, een enkele open bloem van de braam, witte dovenetel, herderstasje, ‘echte’ kamilles en vogelmuur is alles wat ik vandaag tegenkom. O ja, vrij veel bloei nog in de groenbemesters op de akkers, zowel bij de geel-bloeiende mosterd als de wit-bloeiende bladrammenas.

In Herkenbosch kom ik langs Schutterslokaal St. Sebastianus. In een hoekje van het schietterrein met de hoge palen is een klein kerkhofje alias gedenkplaats ingericht, een netjes aangeharkt perkje met een kruis en daarop de namen van enkele Leden van Verdienste. Misschien wel gestorven in het harnas van de Schuttersvereniging. Vele ganzen roeren zich in het Roerdal. Een grote groep kolganzen speelt met vuur, zo dicht bij het schuttersterrein.

Langs de weg een gedenkplaats voor de bemanningen van zes geallieerde vliegtuigen die tussen 1942 en 1944 neergeschoten werden in dit grensgebied. Een verroest propellerblok markeert de plek.

Even verderop kom ik bij Kasteel Daelenbroeck, waar ik een keer eerder van de horeca heb genoten na een wandeling in Nationaal Park De Meinweg ('De Meinweg'. In: Tureluren, 2015). Napoleon zou er ooit hebben overnacht. Hoewel het kasteel aan de rand van het Roerdal ligt en de rivier zelf nog niet in zicht is, heeft het hier op 16 juli 2021 gespookt. De enorme watermassa in het Roerdal zette de hotelboerderij veertig centimeter onder water en de hoofdburcht zelfs een meter. Ik loop om het kasteel heen over drassige gronden en kom dan in een moerassig deel waar bevers helemaal los zijn gegaan. Vlakbij het pad een dikke boom die nog een paar nachten te gaan heeft vóór hij over de sloot heen valt. Verderop liggen over dezelfde sloot al een paar bomen die hem voorgingen.

Ik kom tussen Herkenbosch en Vlodrop steeds dichter bij de rivier. Een informatiebord legt nog even het verschil uit tussen de bever (ongeveer een meter lang), de beverrat (halve meter lang) en de muskusrat (kwart meter lang). Ze komen hier alle drie voor. Ik wist niet dat de muskusrat ook wel ‘waterkonijn’ wordt genoemd vanwege de goede kwaliteit van het vlees. De Roer is een snelstromende rivier, met allemaal draaikolkjes, waar deze knaagdieren zich thuis voelen. De erosie van de oevers is evident na de recente overstromingen. Ik lunch bij een Lounge Bank langs de rivier, een zogenaamde Plek van Geluk (www.hapspots.org). Een klein momentje van zweverigheid: ‘Denk (bij deze meanderende rivier) na over de kleine en grote bochten en kronkels van je leven in het verleden (stroomopwaarts) en kijk vooruit naar de toekomst (stroomafwaarts)’.

Langs de Roer enkele boomgaarden. Hier zie ik weer eens dat om de tien commerciële appelbomen een sierappelboompje is aangeplant, dat nu nog barstensvol rode vruchtjes zit. Wat is de functie van deze oneetbare (behalve voor vogels) sierappeltjes? Zal wel iets met de bestuiving te maken hebben, al is de sierappel een andere botanische soort.

Wandelend langs de Roer bereik ik Vlodrop, waar de rivier ons land binnenkomt. Ik lees ergens dat de naam Vlodrop is ontstaan door ‘metathesis’ (fonetische verplaatsing) uit Vlodorp, net als Geldrop uit Geldorp. Dan woon ik toch liever in Geldorp dan in Vlodorp.

Bij Vlodrop kom ik op de zuidelijke oever van de Roer terecht, en word langs het dorp geleid, vóór ik in Het Vagevuur terechtkom. Een kruisbeeld tussen enkele robinia’s markeert dit voorgeborchte waar vroeger de ongelovigen ter aarde werden besteld omdat ze niet in gewijde grond mochten worden begraven. De barak op dit kruispunt heet ook Het Vagevuur, en is het clubgebouw van de Schuttersvereniging St. Martinus. Geen schietpalen; die zijn waarschijnlijk in onderhoud.

Bij buurtschap Holst opnieuw een kruisbeeld, maar nu omringd door vier zeer oude geknotte bomen. Zonder blad herken ik de boom niet. Een paardenkoets rijdt langs ter illustratie van het landelijke karakter. Dan een flinke visvijver met twee hengelaars en drie aalscholvers van H.V. Posterholt. Bij Paarlo loop ik langs een manege. Een prachtig rank paard op hoge poten begint onbedaarlijk te hinniken. Niet naar mij, maar naar een bereden paard ver achter mij dat over de weg aan komt lopen.

Vanuit de lisdodde langs een boerensloot zie ik een blauwe schicht over het water vliegen: een ijsvogeltje. Zeker vijfhonderd meter blijft het vogeltje voor me uit vliegen, steeds om de vijftig meter even wachtend op een nieuwe tak. Ik kan op gepaste afstand een heel stel foto’s maken, waarvan enkele goed zijn gelukt. Ook langs deze sloot een dikke boom die door een bever onderhanden is genomen.        

Terug in Sint Odiliënberg nog langs een sneeuwbessenpark, en dan ben ik terug bij de basiliek. Een heerlijke wandeling van tweeëntwintig kilometer, met complimenten voor de zeer duidelijke routebeschrijving.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451370543]

 

Gepost: 23 December 2021

 

www.klikprintenwandel.nl: Langs de Roer, Sint Odiliënberg te Limburg  (22 km).