FIETSEN: Nationaal Reduit

Superlatieven schieten tekort om deze klote dag te beschrijven. Er zijn eigenlijk geen woorden voor, dus wordt het een kort fietsverhaal.

Er rust momenteel geen zegen op de tochten die ik samen met vriend Jan uit Breda maak. Vijf uur motregen, zoals op 19 oktober 2021, is nog te overzien (zie: ‘Gelderse Vallei’). Maar zes uur lang echte regen met af en toe een kleine pauze is te veel van het goede. Juist die kleine pauzes in de neerslag geven je steeds het gevoel dat het leed geleden is, maar dan dient de volgende hoosbui zich alweer aan. Toch doen we onze sportieve plicht, hijsen ons in regenpak, maar raken desondanks doorweekt. Geen mogelijkheid om onderweg notities te maken (pennen haperen, papier smelt), nauwelijks gelegenheid om foto’s te schieten (geen onderwatercamera).

Toch valt er in zijn algemeenheid wel wat over het gebied te vertellen. Wat zeg ik, ik ben verbaasd dat ik nog nooit van het ‘Nationaal Reduit’ heb gehoord. 

Nu was ik zelf verantwoordelijk voor de keuze van de datum (dinsdag, 30 november 2021), vriend Jan voor de route bij Brasschaat. België dus! Voor hem een halfuurtje rijden met de auto, voor mij dik anderhalf uur. Maar een route langs een tiental kastelen zou dat goed moeten maken.

Om tien uur arriveren we op de afgesproken startplek in Maria-ter-Heijde, een buurtschap van Brasschaat. Na een kop koffie in de auto klaart het even op, en trekken we eropuit. Maar zelfs de zegen van Maria-ter-Heijde is van korte duur.

Na het terloops passeren van een Antitankgracht uit de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog, fietsen we naar het Gemeentepark van Brasschaat met het Kasteel van Brasschaat. Het is net droog genoeg voor een foto, en via Google leer ik dat het kasteel in 1872 is gebouwd op een groot domein door de adellijke familie Reusens in een bevallige combinatie van bouwstijlen.

Tegen het domein aan ligt het Peerdsbos. Dat heeft niets te maken met paarden, maar met een Middelnederlands woord voor grenspaal. In het bos staat op een kruispunt van paden een obelisk uit 1884 met een aantal teksten in het Latijn. De obelisk is een cadeau van de ene Reusens (Georgius, diplomaat bij de Heilige Stoel) aan de andere Reusens (Armand, burgemeester Brasschaat), waarbij verheerlijking van de familie Reusens het enige doel lijkt te zijn.          

Even later fietsen we om het grote Fort van Merksem heen. Hier word ik voor het eerst geconfronteerd met het besluit uit 1859 om Antwerpen tot ‘Nationaal Reduit van België’ te verklaren, een laatste verschansing van overheid en leger in geval van vijandelijkheden. Aan de westzijde van de Schelde kon men terugvallen op de kustverdediging, maar aan de oostzijde moest een verdedigingslinie worden aangelegd, de Stelling van Antwerpen. De Brialmontomwalling bestond uit een aarden wal met een vestinggracht en een aantal toegangspoorten tot de stad. Op een paar kilometer vóór deze omwalling werden acht forten aangelegd, ongeveer twee kilometer van elkaar, een achttien kilometer lange gordel van Wijnegem tot Hoboken. Noordelijker van Wijnegem kon de stad worden verdedigd door inundaties.

In 1870 (Frans-Duitse Oorlog) bleek het Duitse geschut een reikwijdte te hebben van ongeveer zeven kilometer. De verdedigingsgordel lag dus te dicht bij de stad. Men dacht dit in eerste instantie op te lossen met een aantal extra forten aan beide zijden van de Schelde, waaronder dit grote Fort van Merksem.  

In 1906 werd besloten tot de bouw van een nieuwe Hoofdweerstandstelling op achttien kilometer van de stad, en werd de binnengordel grotendeels ontmanteld. De bijna honderd kilometer lange buitengordel ligt in een cirkel om Antwerpen en bestaat uit zestien forten met kleine schansen ertussen. De linie is nog niet helemaal klaar bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De forten zijn een gemakkelijke prooi voor de zware artillerie van de Duitsers.

In het interbellum worden de forten nog wel aangepast en herbewapend, maar werden vooral gezien als opslagplaatsen in de Stelling van Antwerpen. Ook in de Tweede Wereldoorlog hebben de forten nauwelijks een rol gespeeld door oorlogsvoering vanuit de lucht.

Van Merksem naar Deurne, aan de zuidkant van het Albertkanaal,  zitten we naar mijn gevoel een beetje te veel in de bebouwde kom van Antwerpen. In Deurne ligt in Park Rivierenhof het mooie Kasteel Sterckshof in renaissancestijl, vernoemd naar een zestiende-eeuwse eigenaar. Na een eeuwenlange bewogen geschiedenis dateert de reconstructie uit de jaren dertig van de vorige eeuw.

Een volgend kasteel ligt in Wijnegem, Kasteel Kijckuit ofwel Belvedere. Kasteelheer Leo de Haas (bekend als producent van Blik-op-de-Weg) – of zijn echtgenote – rijdt net in een Porsche de poort binnen, die zich uiteraard automatisch opent en sluit. Vanwege dat bijzondere programma over het rijgedrag van de Nederlandse automobilist, is hier een opmerking over de Belgische automobilist op zijn plaats. Al aan begin van deze barre tocht vertelt vriend Jan, die regelmatig in België fietst, dat de Belgische automobilist zeer voorkomend is ten opzichte van fietsers. Ik denk: ‘Dat zal wel’. Maar na deze tocht van vijftig kilometer ben ik een tiental ervaringen rijker en moet ik hem volledig gelijk geven. Een Belgische automobilist hoeft alleen maar te denken dat je als fietser mogelijkerwijs van plan bent de weg over te steken, of hij stopt en wacht af of je het wel of niet gaat doen. Kom daar maar eens mee bij de agressieve Nederlandse automobilist, die alleen (op het laatste moment) stopt bij zebrapaden, inmiddels alweer ‘vergeten’ is dat we samen een maximum snelheid van honderd kilometer per uur hebben afgesproken, en zich het gevaarlijke bumperkleven heeft eigen gemaakt. Toevallig staat in de Volkskrant op deze fietsdag van 30 november een artikel over de Europese agressiviteitsindex: Nederland scoort twee keer zo hoog als het Europese gemiddelde! Dat gaat uiteraard niet alleen over het verkeer, maar over alle agressie incidenten. Waar in hemelsnaam in Europa worden hulpverleners als ambulance personeel en brandweerlieden tijdens hun levensreddend werk belaagd? We zijn een agressief klote volkje aan het worden.    

De mooie torentjes van het Kasteel van ’s-Gravenwezel, oorspronkelijk uit de late Middeleeuwen, zijn slechts vanachter een hek te fotograferen. Dan bereiken we opnieuw de Antitankgracht. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog besloot men het Eerste Kwartier van de buitengordel (van de Scheldedijk bij Berendrecht tot aan het Albertkanaal bij Oelegem) nog te versterken met een Antitankgracht, drieëndertig kilometer lang, zes meter breed, twee meter diep.

Fort ’s-Gravenwezel is één van de forten van de buitengordel aan de Antitankgracht; ze doen nog voornamelijk dienst als vleermuizenverblijf. Langs de Antitankgracht fietsen we terug naar Maria-ter-Heijde.    

We hebben op het eind een lus naar Schilde en Oelegem met een heleboel kastelen laten schieten. Eerlijk gezegd kunnen die kastelen me gestolen worden. De Stelling van Antwerpen vind ik interessanter en krijgt in de toekomst nog wel eens wat meer aandacht. Daar zorgt vriend Jan wel voor.

Op weg naar huis stook ik de autoverwarming flink op. Ik word weer aan alle kanten voorbijgereden door automobilisten die zich niet aan de afgesproken limieten houden. Want er wordt toch niet gehandhaafd. Klote volkje.

Het is toch nog een lang verhaal geworden.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451303862]

 

Gepost: 13 December 2021

 

Knooppunten ‘Castle Antwerp’: 36, 35, 32, 33, 34, 78, 79, 26, 03, 30, 16, 22, 21, 23, 43, 45, 42, 44, 36 (50 km)