WANDELEN: Ockenburgh

Tijdens een fietstocht in het hoekje van Holland raakte ik al eens aan het zuidelijke deel van de Haagse Parkenroute, het Landgoed Ockenburgh (‘Het Hoekje van Holland’. In: It giet oan!, 2016). Het Zuid-Hollandsch Landschap heeft een aantrekkelijke wandelroute uitgezet in en om dit landgoed aan de stadsrand van Den Haag.

De wandeling is van beperkte lengte, zo’n tien kilometer, en dat is maar goed ook, want de buienradar voorspelt niet veel goeds op vrijdag, 26 november 2021. Maar ik ben alweer op weg naar huis wanneer de regen echt losbarst.

Op de parkeerplaats van Landgoed Ockenburgh word ik hartelijk begroet door het halsbandparkietenkoor. De route brengt me eerst naar stadsboerderij Pluk!, waar ik een korte wandeling maak door de heemtuin met verschillende miniatuur landschapjes: duintjes, moerasjes, watertjes, bosjes. Heel veel kardinaalsmuts en een flinke bosschage van de bosrank. Bij binnenkomst in de tuin staat een paneel met de zin die als het oudste gezegde in de Nederlandse taal wordt beschouwd: ‘Hebban olla vogala nestas bigunnan hinase hic enda thu’, oftewel ‘Alle vogels zijn nesten begonnen behalve ik en jij’. Wanneer Marita de foto ziet herinnert ze me eraan dat ze mij bijna dertig jaar geleden een kaart heeft gestuurd met deze tekst, toen ik erg aan het twijfelen was of ik wel aan een tweede leg moest beginnen.

Op weg naar recreatieterrein Madestein blijft een blauwe reiger rustig zitten langs de sloot terwijl ik dichtbij langs wandel en huppelt op het fietspad langs de vrij drukke Lozerlaan zomaar een vos een vijftigtal meters voor me uit. Het dier houdt even stil om mij te observeren om vervolgens de bosjes van park Madestein in te duiken. Geen vlinders in de Vlindertuin van Madestein, wel koppeltjes Nijlganzen. Houtduiven zoeken weer steun bij elkaar tijdens de barre wintermaanden.

Via de mooie woonwijk Vroondaal kom ik bij de ‘Stenen Kamer’, fundamenten van een Middeleeuwse boerderij met een voor die tijd bijzonder stenen gedeelte. In de bermen rondom de ruïne veel Italiaanse aronskelk. Jonge plantjes fluitenkruid alom, sommige zelfs met iele bloeiwijzen.

Via de Abe Lenstraweg kom ik bij de gebouwen van een psychiatrisch ziekenhuis van de ggz-instelling Parnassia, dat in de plaats kwam van het gesticht uit 1891 van de Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders. Toen noemde men de ongelukkigen nog onverbloemd bij de naam. De  Franciscuskerk is het enige bouwwerk dat nog dateert uit die tijd. De meeste gebouwen werden afgebroken door de Duitsers of raakten beschadigd door de V2-raketten die vanaf het terrein op Londen werden afgevuurd.

Bij het boswachtershuisje langs de Monsterseweg kom ik in de mooie Van Leydenhof in het binnenduin. Zo ongerept mogelijk, maar wel met veel rododendrons en gigantisch veel hulst. En om de heidevelden in stand te houden is de hulp ingeroepen van de kudde Grazend Populair uit Monster, bestaande uit Drentse en Schoonebeeker Heideschapen. Een deel van de Van Leydenhof is het Hyacintenbos, maar om van dit paarse tapijt en andere vroegbloeiers te genieten moet je terugkomen in het voorjaar. Enkele planten slangenkruid en dagkoekoeksbloem staan nog wel te bloeien, en dichter bij de zeereep volop bloeiend bezemkruiskruid. Ik heb nog nooit zo veel struiken kardinaalsmuts gezien, die nu extra opvallen omdat ze bladerloos zijn en vol hangen met roze... kardinaalsmutsjes.   

Ik passeer het Golfterrein Ockenburgh en de ingang van een vakantiepark, om dan via een duinovergang op het strand te belanden, vlakbij de zogenaamde Zandmotor bij Ter Heijde. Veel zand is hier een tiental jaren geleden voor de kust gestort, met de bedoeling dat de natuurlijke stroming het zand verder verspreidt langs de Zuid-Hollandse kust. De Argusmast – vernoemd naar de mythologische reus Argus met honderd ogen over zijn hele lijf – is uitgerust met een aantal camera’s om de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden, evenals de talloze kite-surfers die in de luwte van de Zandmotor hun spectaculaire sport beoefenen. De strandtenten zijn inmiddels helemaal dichtgetimmerd in de strijd tegen de winterse elementen.

Na een stuk kust tot Kijkduin volgt landinwaarts een beklimming van de zogenaamde puinduinen. Puin van huizen gesloopt door de Duitsers voor de aanleg van de Atlantikwall is hier in de jaren zestig opgehoopt. De ‘duinen’ zijn inmiddels aardig begroeid. Op de top ligt het kunstwerk ‘Hemels Gewelf’ van de Amerikaanse kunstenaar James Turrell. Het is een soort vulkaankrater, waarin je liggend op je rug het hemels gewelf ziet rusten op de randen van de kom. Ik moet meteen denken aan de Blauwe Dromer bij het Lovink Gemaal in Oostelijk Flevoland, nog zo’n vulkaankrater, maar dan omringd door water (‘Veluwemeer’. In: Dreamgirls, 2018).

Aan de lijzijde van deze ‘duinen’ nog een kunstwerk zonder uitleg: een grote bal met een doorsnee van zo’n drie meter, helemaal opgebouwd uit puin van de puinduinen.           

Via de achterzijde van het golfterrein Ockenburgh bereik ik Villa Ockenburgh, tegenwoordig met een horeca functie. Vóór de villa ligt een grote omheinde Koeweide. Vanwege de lichtmasten denk ik in winterse termen aan een ijsbaan. Een bordje geeft inderdaad aan dat je er in de zomer je hond mag laten schijten en in de winter mag laten schaatsen.    

Ockenburgh heeft zijn voortbestaan te danken aan de Stichting tot Behoud van de Historische Buitenplaats Ockenburgh. Mooi werk, donateurs! 

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451269275]

 

Gepost: 8 December 2021

 

Zuid-Hollands Landschap: Landgoed Ockenburgh (11 km).