WANDELEN: Groesbeek

Monsieur Gérard is eindelijk bekomen van onze avonturen in Afrika. Een wandelingetje met mij past weer eens in zijn overvolle Nederlandse agenda.

Het is dinsdag, 2 november 2021: Allerzielen. Monsieur Gérard vertelt dat in zijn jeugd in het katholieke Limburg zowel Allerheiligen (1 november) als Allerzielen vrije dagen waren. Maar die moest je dan wel grotendeels in de kerk en op het kerkhof doorbrengen. Graven van familieleden werden voorzien van een witte chrysant.

Zeer toepasselijk daarom om even de ronde te doen op de grote Canadese Oorlogsbegraafplaats in Groesbeek, langs de Zevenheuvelenweg. Wat Margraten is voor de Amerikanen is Groesbeek voor de Canadezen. Op deze ‘Commonwealth War Cemetery’ liggen 2619 militairen begraven, waarvan meer dan 2300 Canadezen, gesneuveld tijdens de geallieerde opmars in Rijnland. Daarnaast staan op de ‘Groesbeek Memorial’ nog eens zo’n duizend namen van gesneuvelde Gemenebest militairen waarvan het graf niet bekend is. Geen enkele gesneuvelde Canadese militair mocht van de Canadese militaire leiding begraven worden in Duitsland. Maar wel op de stuwwal in Nederland met uitzicht op het grondgebied van de verslagen vijand. De vele militaire delegaties die normaliter meedoen aan de Nijmeegse Vierdaagse houden hier altijd even stil voor een herdenking.

Op de begraafplaats veel esdoorns. Het esdoornblad (‘maple leaf’) is immers het nationale symbool van Canada. In dat geval gaat het om de suikeresdoorn (Acer saccharum), waarvan het sap uit de bast kan worden afgetapt voor de productie van esdoornsiroop ofwel ahornsiroop.

De eerste boerderij die we tegenkomen is een pompoenboerderij die het moet hebben van een ander importfeest rond Allerheiligen en Allerzielen, namelijk Halloween op 31 oktober. Hoe raakt deze boerderij in hemelsnaam zijn enorme voorraad pompoenen en kalebassen nog kwijt nu Halloween voorbij is? Blijkbaar blijft er vraag tot ongeveer Kerstmis, althans volgens de boer die net weer met een kruiwagen geoogste pompoenen komt aanzetten. Prachtige exemplaren zitten er trouwens tussen in de uitstalling, zoals mooie fleskalebassen met lange hals als ook de vijgenblad pompoen (Cucurbita ficifolia) met een prachtig mozaïek op de schil. Pompoenen worden wel aangeprezen als een zeer rijke bron van bètacaroteen (provitamine A), maar Monsieur Gérard doceert dat het minder is dan in wortels en alle groene bladgroenten.

Een kudde vleeskoeien van het type Blonde d’Aquitaine is net bijgevoerd en verdringt zich om de hooibalen in de ruif. De grote Hannibal is er niet bij, wel jonge stieren. De heggen langs brekebeen pad ‘Hoge Klef’ (Hoge Klif) bestaan uit Spaanse aak, ook al een esdoorn. ‘Ut bänkske van Siem’ is niet van mij, want deze Siem (1942–2011) is al een tijdje overleden. Ik zing wel even een liedje voor hem en voor de aardige Twentse wandelaarster die vandaag op ‘Ut bänkske’ is neergestreken (‘Siem Sing a Song’. In: Siem Sing a Song, 2020).     

De stuwwal tussen Nijmegen en Kleef bestaat vooral uit rivierafzettingen die tijdens de voorlaatste ijstijd zijn opgestuwd. We bevinden ons op de rand van deze stuwwal bij Groesbeek, bij een landgoed dat Nederrijk heet, langs de Groesbeker Lobus ofwel het Glaciale bekken van Groesbeek. Een prachtig landschap met een afwisseling van heuvels en droogdalen. De droogdalen voerden tijdens de ijstijd smeltwater af van de stuwwal naar het glaciale bekken. Prachtige uitzichten tot ver in Duitsland.

De wandelpaadjes hebben veelzeggende lokale namen zoals het ‘Bonnestakebuske’. Het leidde waarschijnlijk naar een bosje waar staken gesneden konden worden om de klimbonen op te binden. 

In het bos steeds meer tamme kastanje, die we aan de Romeinen te danken zouden hebben. Af en toe krijg je het nog wel eens te eten bij met name wildgerechten: kastanjepuree. Misschien moeten we de tamme kastanje nog veel meer in ere herstellen: een waardevolle component van voedselbossen.

De rivierafzettingen van leem werden al in de Romeinse tijd (Holdeurn) gebruikt voor aardewerk: potten, dakpannen, rioolbuizen. De leemkuilen in het bos getuigen hier nog van.

Enkele zwammen vallen op, en de zwam app determineert ze als kleverig koraalzwammetje, zwarte knoopzwam, eikhaas, schubbige bundelzwam, en Monsieur zwamkous.

Verschillende vliegtuigen, zowel Duitse als geallieerde, zijn hier neergestort tijdens de opmars van de bevrijders. Her en der staan panelen met ooggetuigenverslagen van deze ongelukken.

Adelaarsvarens in overvloed. Ik weet toevallig dat ze hier in Nederland nauwelijks sporen vormen. “Hoe komen ze hier dan?”, merkt Monsieur Gérard op. Nou ja, ondergronds dus, vegetatieve vermeerdering via de wortelstokken.

Bijna terug op ons vertrekpunt staan de Blondes d’Aquitaine ons luid toe te loeien bij de lege ruif: “Wij willen meer!” Pardon, “Nous en voulons plus!” (ze komen tenslotte uit de buurt van Bordeaux). En dat terwijl er gras genoeg is om af te grazen. Waarom moeilijk als het makkelijk kan?

Het pad de ‘Bovve Hel’ (Boven Hel? Is dat het Vagevuur?) is mijn laatste kans om nog even op de plantjes te letten: rode klaver, gele ganzenbloem, knopherik, Canadese fijnstraal (we zijn weer vlakbij de Canadese begraafplaats), duizendblad, St. Janskruid en heel veel bijvoet. Die vind je niet in de Echte Hel.

In het centrum van Groesbeek komen we langs  het beginstation van de draisine (spoorfiets) waarmee je naar Kleef kunt fietsen. Volgens dienstregeling, want anders bots je frontaal op tegenliggers. In het centrum staat ook de mooie ronde stenen Zuidmolen. Na kennis gemaakt te hebben met de bilau-wieken op molen De Hoop in Norg, heeft ook deze molen een afwijkende wiekenvorm, de zogenaamde fokwiek met een Ten Haveklep. Het is maar dat je weet dat het ook mogelijk is je te specialiseren op molens.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451125001]

 

Gepost: 20 November 2021

 

Geopaden op de stuwwal NL-06: Nederrijk – Holdeurn (10 km).