FIETSEN: Noordwest Drenthe

Donderdag, 28 oktober 2021. Ik heb een goede lange nacht gemaakt in Café Langelo. De koorts is weg, de lamme armen zullen nog wel even blijven. De reanimatie poppen zijn opgeruimd, de cursisten geslaagd, het dorp kan opgelucht geanimeerd ademhalen. “Heeft er vannacht een fluitist overnacht in uw etablissement, die moeilijke stukken van Bach probeert te spelen?”, vraag ik de uitbater tijdens het ontbijt. “Jazeker, dat is Jacques, een 75-jarige Belg uit Brussel. Die woont hier al anderhalf jaar doordeweeks. Hij doet iets bij een farmaceutisch bedrijf in Groningen. De meeste gasten willen dat hij onmiddellijk stopt met het gefluit.” Dus geen Langelo’s jongmens dat nog een heel leven voor zich heeft om de fluit onder de knie te krijgen. Zelf thuis spelend op een valse piano (kan niet meer gereanimeerd worden), kan ik toch wel enige waardering voor de pogingen van Jacques opbrengen.

Noordwest Drenthe, grenzend aan Groningen en Friesland, bestaat naast het Norger esdorpenlandschap vooral uit laaggelegen beekdalen en moerassen van het Peizerdiep systeem. Zo veel water dat de stad Groningen gevaar loopt onder te lopen. Vandaar dat men op de grens met Groningen een groot waterretentiegebied heeft ingericht, de Onlanden.

Het is prachtig weer, blauwe lucht en de zon schijnt laag over het esdorpenlandschap. Mijn fiets heeft de hele nacht buiten gestaan en is kletsnat van de dauw. De tocht begint in oostelijke richting naar brinkdorp Peest. De essen worden prachtig belicht door de ochtendzon. In de bossen een oorlogsmonument. Enkele verzetsstrijders werden hier in april 1945 omgebracht zonder vorm van proces na de opheffing van de militaire rechtbanken door het ‘Niedermachungsbefehl’ van Hitler in de nadagen van de oorlog.

In Peest is het een drukte van jewelste op de brink. Een gigantische spreeuwenwolk is neergedaald in het pas gemaaide gras: een ballet van duizend spreeuwen. Door de lage zon moet je bij het fotograferen oppassen dat je eigen lange schaduw de foto niet bederft. De verleiding is overigens groot om een paar ‘schaduw selfies’ te maken (en dat doe ik dan ook!).

Ik passeer de dorpen waar ik gister gewandeld heb – Zuidvelde en Westervelde – en kruis het beekdal van De Slokkert op weg naar het dorp Een. Het moerassige beekdal was lang een onoverkomelijke barrière voor de vroege bewoners aan deze en gene zijde. Toch heeft men hier een vierduizend jaar oud pad van boomstammetjes gevonden van de ene naar de andere kant. Ook weer in onbruik geraakt en duizenden jaren in het veen geconserveerd.

Onderweg landelijke tafereeltjes van koeien en schapen, grote groepen kolganzen in de maisstoppels, grote bulten fabrieksaardappelen opgeslagen onder dekzeil, velden met verdorde leliestengels die machinaal worden geoogst voor de ondergrondse bollen. Afgevallen blad van de zomereik is aan de onderkant grotendeels bedekt met kleine galletjes van de lensgalwesp.

In het dorp Een maak ik even een zijsprong naar het dorp Een-West, bijna op de grens met Friesland en Groningen. Hier ligt namelijk de meest oostelijke schans van de Friese Waterlinie uit de Tachtigjarige Oorlog, tevens ongeveer de overgang naar de Groninger Schansenkrijg. De Friese Waterlinie liep van Kuinre tot Frieschepalen, en maakte vooral gebruik van het water van twee riviertjes in het grensgebied met Drenthe en Overijssel, de Linde en de Tjonger (Kuinder). Deze Zwartendijksterschans lag aan een weg op een zandrug door de veenmoerassen, een verbindingsweg tussen Friesland en Drenthe. De Friese stadhouder Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (1560–1620) – Us heit – liet de schans aanleggen in de strijd tegen de Spanjaarden en hun bondgenoot Bommen Berend.

Ik maak een wandelrondje op de hoogste omwalling van de gerestaureerde schans. In de omringende gracht een bijzondere familie van vier Canadese ganzen en één geadopteerde witte soepgans. Op het talud van de aarden wal groeien theeboompjes, bremstruiken, rozetten van toortsen, en het grasklokje staat volop te bloeien.

Bij het dorp Steenbergen ligt hunebed D1, mooi op een heuvel en veel completer dan D2 gister bij Westervelde. Naast ‘hunebed’ werden de steenhopen ook wel gewoon ‘steenbarg’ genoemd, ongetwijfeld de oorsprong van de dorpsnaam Steenbergen. Maar dan moet bij Steenbergen in West-Brabant iets anders gelegen hebben.

Via Roderesch, Roden en Nietap bereik ik Leek, net over de provinciegrens met Groningen. In Leek fiets ik een rondje op landgoed Nienoord. Op de plek van de oude borg uit 1525 staat nu een imposant landhuis uit 1884 (Rijtuigmuseum Nienoord). Uit vroegere glorietijden resteert nog een oude toegangspoort met een ophaalbruggetje uit begin achttiende eeuw.

De eerste eigenaren van de borg, de jonkers Van Ewsum, speelden een rol in de strijd van de Ommelanden tegen de Spanjaarden (en tegen de stad Groningen) tijdens de Tachtigjarige Oorlog, totdat Groningen zich aansloot bij de Staatse Unie in 1594 (Reductie van Groningen).     

Ook lag Leek bij de waterlinie – de Groninger Schansenkrijg – die aansloot op de Friese Waterlinie. Zo ontstond er een linie van Kuinre aan de Zuiderzee tot aan Zoutkamp aan de Lauwerszee. Er lagen in deze contreien dan ook een aantal schansen, waar weinig van over is.

Onder het Leekstermeer door fiets ik vervolgens door de Onlanden, het waterretentie- en natuurgebied in Drenthe op de grens met Groningen. De Onlanden waren van oudsher een ontoegankelijk veengebied. In de Middeleeuwen begon een geleidelijke ontginning. Pas in de twintigste eeuw werd het gebied intensief gebruikt als hooiland. En nu mogen grote delen weer gecontroleerd Onland worden, een combinatie van verschillende soorten grasland, moeras, beken en open water. Het Peizerdiep en het Eelderdiep stromen erdoorheen en de waterberging moet er voor zorgen dat de inwoners van de stad Groningen droge voeten houden (‘De Onlanden’. In: Siem Sing a Song, 2020).

Via Sanderburen en Roderwolde – met de prachtige molen Woldzigt – fiets ik door Peize en Lieveren weer terug naar Langelo. Bij Lieveren wordt nog druk gewerkt aan de herinrichting van het Oostervoortsche Diep, nog een zijarm van het Peizerdiep.

Het wordt tijd om eens wat uitgebreider aandacht te besteden aan de Friese Waterlinie en de Groninger Schansenkrijg. Maar voor nu de fiets op de auto en terug naar huis.          

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/451072898]

 

Gepost: 14 November 2021

 

Knooppunten: Langelo, 15, 48, 47, 43, 84, 80, 93, 88, 86, 65, 70, 71, 74, 51, 79, 77, 14, 81, 83, 39, 11, 02, 35, 29, 37, 24, 73, 72, Langelo (60 km)