FIETSEN: Rondom Heerde

De buienradar voor dinsdag, 12 oktober 2021, doet me op het laatste moment besluiten mijn fietsgebied verder naar het noorden te verplaatsen. Mijn startplaats ligt langs de Dellenweg in de gemeente Epe, nabij Fletcher Hotel Epe-Zwolle en een groot hertenkamp met saaie damherten. Toch moet ik ook daar eerst een half uur in de auto wachten tot de ergste regen voorbij is. En eenmaal van start krijg ik onderweg nog enkele buitjes te verduren. Ik ben nat en heb het koud: ‘’T is weer voorbij die mooie zomer’.

Door de late aanpassing ontbreekt de zorgvuldigheid om duplicatie te voorkomen. Onderweg kom ik regelmatig bekende punten tegen van eerdere tochten (‘Weteringen’. In: 1000110, 2019; ‘Renderklippen’. In: Eigen land laatst!, 2021), en daar zal ik het dan ook niet (of bijna niet) over hebben.

Door mooie Veluwse bossen bereik ik Landgoed De Dellen, het allereerste natuurgebied aangekocht door het Geldersch Landschap in 1929. Een ‘del’ is een laagte in het terrein waar makkelijk water blijft staan. Rond 1800 kwam dit terrein in eigendom van ene Daendels. Jawel, onze Hattemse patriot Herman Willem Daendels (1762–1818), gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (1807–1810) en gouverneur-generaal van de Nederlandse bezittingen aan de Goudkust (1815–1818). Hij probeerde hier te boeren en schapen te fokken, maar dat werd geen succes op de onvruchtbare grond. Ik bekijk Erf Daendels, waar ooit zijn landhuis heeft gestaan, en waar door een verre nazaat in 2004 twee paardenkastanjes zijn geplant om de vijfenzeventigste verjaardag te vieren van de eerste aankoop van het Geldersch Landschap. Ik doe de Daendels wandeling van twee en een halve kilometer, en bewonder eeuwenoude bomen (vooral aangeplant door een latere eigenaar) en zie dat de bossen rond het Erf vol staan met een ondergroei van kraaiheide. De schaapskooi ligt er verlaten bij, maar de omheining is wel aan de buitenkant gewapend met schrikdraad om de wolf buiten de deur te houden.

Ik vervolg de route door bos en heide. Er wordt flink geknald in de verte op de Oldebroekse Heide door onze dappere militairen. Langs het bospad groeien blauwe en rode bosbes door mekaar. Op een oude boomstronk vind ik een mooi beschilderd zwerfsteentje, weer een ‘Kei-tof’ vind-ling, nummer 1261. Hij lijkt tot dezelfde serie te behoren als nummer 3335, die ik vond op een recente wandeling bij Woudenberg (zie ‘Wombaarg’). ‘Keep or rehide’, staat erop. Deze houd ik voorlopig even bij me.

Ik kom langs de enorme parkeerplaats van het Heerderstrand, een recreatieplas die Heerde te danken heeft aan de aanleg van de A50. Dan een stuk bos dat tot de ‘vrije wildbaan’ behoort, maar geen overstekend wild voor mij.

Na mijn oversteek van de A50, fiets ik door de zuidkant van het Zwolse Bos en passeer een vakantiepark op de Koerberg. Geleidelijk daal ik af in de IJsselvallei. Ik passeer een groot bloeiend veld groenbemester met bijna rijpe vruchten. Karakteristiek zijn de behaarde hauwen en de snavel die langer is dan het zaadgedeelte, en dan weet je zeker dat het gele mosterd is. De zaden worden tot mosterd verwerkt, maar gezien de ‘timing’ van het gewas zal deze aanplant in de grond worden ondergewerkt.

Bij Heerde ligt Landgoed Vosbergen met een bijzonder zestiende-eeuws huis met een dubbele trapgevel, nog grotendeels in originele staat. Langs het Apeldoorns Kanaal, inmiddels verenigd met de Grift, ligt het dorp Hoorn, met een dominante fabriekshal van Antiek & Vatenhandel G.J. Stijf. Er was ooit veel bedrijvigheid langs het Apeldoorns Kanaal, maar het kanaal voldoet al lang niet meer aan de eisen van de moderne tijd. Even schuilen onder een tentzeil in de tuin van Café De Brug tot de bui over is.

Ik passeer de Grote Wetering en rijd dan op de nieuwe dijk van de hoogwatergeul tussen Wapenveld en Heerde, die de IJssel bij hoogwater moet ontlasten. De geul is acht kilometer lang is en een halve tot anderhalve kilometer breed. De dorpjes op de oude IJsseldijk zoals Vorchten en Veessen komen in voorkomend geval op een eiland te liggen tussen de IJssel en deze hoogwatergeul. Ik steek de hoogwatergeul over naar het mooie hervormde kerkje van Vorchten, de toren uit de tiende eeuw, een schip uit de dertiende eeuw, en een verhoogd koor uit de negentiende eeuw.

Het is mijn bedoeling om met de veerboot Vorchten–Wijhe de IJssel over te steken, maar ik twijfel. Ik vraag de veerman of iets zuidelijker het Kozakkenveer bij Veessen nog in de vaart is. Nee dus! Na de Slag bij Leipzig in de herfst van 1813 konden de kozakken – in achtervolging van Napoleon – daar wel de IJssel oversteken op hun paardjes, maar ik zou nu moeten zwemmen, want het Kozakkenveer vaart niet in herfst en winter.

Ik blijf dus op de linkeroever van de IJssel en geniet – het is eindelijk zonnig en droog – van de wilde eenden en krakeenden in de geulen in de uiterwaarden. Heeft Vorchten het oude middeleeuwse kerkje, Veessen heeft de Mölle van Bats, een stellingmolen uit 1779.          

Bij Veessen ligt de zeer lange Tolbrug, het begin van de hoogwatergeul ofwel ‘Groene Rivier’. Onder het wegdek zitten schuiven die de hoogwatergeul normaliter gesloten houden. Bij normaal waterpeil stroomt er alleen water door de zomerbedding van de IJssel. Bij verhoogd waterpeil stroomt het water door de winterbedding (rivier en uiterwaarden). Alleen bij extreme waterstanden worden de kleppen geopend en helpt de hoogwatergeul mee om het waterpeil van de IJssel te verlagen. Overigens hoef je geen tol te betalen op de Tolbrug, vernoemd naar een afgebroken tolhuisje.

Langs de schuiven van de Tolbrug groeit veel opslag van luzerne, met zijn opgerolde peulen. De draaiing van de peulen lijkt op de Griekse letter ‘alpha’, maar dan twee boven elkaar. Je zou een verband verwachten met luzerne’s alternatieve naam ‘alfalfa’, maar die schijnt een andere oorsprong te hebben. Eenmaal buiten de ‘Groene Rivier’ passeer ik achtereenvolgens de Grote Wetering, de Nieuwe Wetering, het Apeldoorns Kanaal en de Grift, de laatste op Landgoed Bonenburg. Ik fietste al eens langs de Grift achter het landhuis langs, me niet bewust van de schoonheid van de voorkant. Nu dus wel, een prachtig herenhuis met bijgebouwen waaronder een koetshuis en een theekoepel. Wijze les: altijd ook naar de voorkant kijken!

Het lange rechte fietspad tussen Heerde en Epe herinnert aan het Baronnenlijntje tussen Apeldoorn en Zwolle, een treinverbinding aangelegd eind negentiende eeuw, maar medio twintigste eeuw alweer opgeheven. Opvallend zijn de kerstboomkwekerijen langs dit fietspad. De bomen zijn alweer geëtiketteerd voor de komende Kerst, van eenvoudige fijnsparren tot luxe Koreaanse zilversparren.

Ik passeer het bijzondere heidegebied Renderklippen, en beklim even één van de stuifduinen. Aan de warmere zuidkant alleen maar struikheide, met dopheide op de nattere plekken. Aan de koudere noordkant voegt zich daarbij kraaiheide met zijn glanzend zwarte bessen.

Ik ben weer terug bij de auto. Maar waarom ze hier midden in de Veluwse bossen zo’n groot hertenkamp hebben aangelegd is me een raadsel. Worden de wolven misschien toch heimelijk bijgevoerd? Het is voor mij in elk geval een zeer schrale troost voor het feit dat ik geen overstekend wild heb gezien.      

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/450904597]

 

Gepost: 26 Oktober 2021

 

Route.nl: 115682 (aangepast). Knooppunten: 96, 87, 88, 30, 89, 90, 80, 91, 23, 92, 66, 31, 27, 31, 51, 58, 97, 28, 93, 04, 94, 14, 95, 19, 61, 56, 96 (40 km)