WANDELEN: Westerschouwen

Het dorp Westenschouwen in de gemeente Schouwen-Duiveland behoorde ooit tot de gemeente Westerschouwen. Het gebruik van ‘Westen‘ en ‘Wester‘ in de namen is een panklaar recept voor verwarring (zoals dorp en kerncentrale Borssele in de gemeente Borsele).

De boswachterij waar ik ga wandelen op maandag, 19 juli 2021, heet in elk geval Westerschouwen, met het grootste bos van Zeeland en de breedste duinenrij van Nederland. De duinen op de Kop van Schouwen heten de Meeuwenduinen.

Ik start bij de ingang van de boswachterij, waar men heeft gemeend een deel van het bos tot klimbos Zeeuwse Helden te moeten inrichten voor de jeugd. Die jeugd kom ik dan ook in de rest van het bos niet meer tegen. 

Wel in de bosrand een paar opvallende eiken met diep ingesneden blad. Ik denk al snel in de richting van de moeraseik, maar het blad is erg leerachtig en de jonge eikels zitten nog verborgen in een groot napje met uitstekels. Het is waarschijnlijk de moseik.

In de ondergroei een tapijt van jonge planten met hartvormige en niervormige bladeren. De grotere bladeren behoren toe aan look-zonder-look, en de kleinere aan hondsdraf: een volgende generatie van deze vroegbloeiers.  Langs de paden begint de klit te bloeien. Het valt me op dat de meeste brandnetels getopt zijn, waarschijnlijk door vraat van reeën en damherten. 

Bij het Groene Duin een uitkijkplatform over de binnenduinen met veel berkenopslag.  Deze Zeepeduinen zijn slechts beperkt toegankelijk, behorende bij Slot Haamstede. Enkele verspreide planten van de veldhondstong staan in vrucht. Dominant zijn de gele kruiskruiden, deels nog in volle bloei, deels al pluizend. Ik zie zebrarupsen smullen van het blad, dus het is waarschijnlijk gewoon Jacobskruiskruid (mogelijk met zijn variant duinkruiskruid).

Nog meer gele kleur op de bodem komt van geel walstro, maar de walstrobremraap, die op deze plant parasiteert, kom ik niet tegen. Die was zeer prominent aanwezig in de Hollandse Duinen.

Nog een stuk door naaldbos met zeer hoge dennen. Ze mogen dan uit Corsica of Oostenrijk komen, het zijn varianten van de zwarte den. Ze kunnen goed tegen harde wind. De dennennaalden zijn een geschikt bouwmateriaal voor de nesten van de rode bosmier. Ik hoor en zie een paar keer de grote bonte specht hoppen van stam naar stam. Op zandige open plekken in het bos een kruipend plantje met kleine witte tot roze vijftallige bloempjes. Het is de kleverige reigersbek die door zijn kleverigheid meestal helemaal onder de zandkorrels zit.

Ik bereik het toegangshek van de Meeuwenduinen. Toen ik vorige week hier wilde gaan wandelen op donderdag, 15 juli, kreeg ik te horen van de boswachter dat de meeuwen nog niet uitgebroed waren (15 maart – 15 juli), 16 juli wel, vandaag 19 juli al helemaal!                    

De breedste duinenrij van Nederland? Dat betekent eerst onbekommerd wandelen door de zogenaamde ‘vroonlanden’, het zwak golvende overgangsgebied tussen de hoge buitenduinen en het vlakke polderland, vervolgens klimmen, dalen, ploeteren door het rulle zand over de blanke top der duinen. Een zweefvlieger van Vliegclub Haamstede heeft het wat dat betreft maar makkelijk. Nog overvloediger dan de kruiskruiden bloeit hier een kleine gele composiet, waarschijnlijk klein streepzaad (ik ben nog aan het oefenen op de vele paardenbloem-achtigen). Verder duindoorn, kruipwilg, vlasbekje, bezemkruiskruid en een enkele basterdwederik met zijn opvallend lange vruchtbeginsel onder de overige bloemdelen.

Ik zie de zee (‘thalassa’), de vuurtoren Westerlicht en een bunker, maar dan moeten de steilste duinen nog komen. Bij de bunker heeft de wind een ingewikkeld netwerk van de (meestal ondergrondse) uitlopers van zandzegge blootgelegd. In de struiken op een duintop houdt een roodborsttapuit me nauwlettend in de gaten en waarschuwt al piepend zijn gebroed voor deze indringer.

Een enorme kever hangt stil bijna ondersteboven aan een grashalm. Ik verstoor zijn rust en dat laat hij merken met een knarsend geluid. Het blijkt de julikever te zijn, ter onderscheid van de meikever (ken ik) en de junikever (ken ik niet). Deze is ongeveer vier centimeter groot, de dekschilden zijn prachtig wit-zwart gemarmerd. Gezien zijn grote gevederde antennes is het een mannetje. Vrij zeldzaam geworden, maar komt nog voor in het Nederlandse duingebied. De larven leven ondergronds. De volwassen kever rust overdag uit en wordt actief tegen de avond. De julikever en de neushoornkever zijn onze grootste bladsprietkevers.

Ik bereik de strandopgang, waar plots de berm vol staat met slangenkruid (alleen de slang wil nog niet lukken) en een enkele kromhals. De duinhellingen in de zeereep staan vol met bloeiende zeeraket.

De wandeling vervolgt een flink eind over het strand, waar ik me in vol ornaat weinig op mijn gemak voel tussen de blote reetjes van de naturisten. En de Bokito’s die paraderen langs de branding ga ik al helemaal uit de weg.

Het strand is niet erg breed en er is flink wat duinafslag. Er zijn kunstmatige laagtes (kerven) in de zeereep aangebracht om middels zandverstuiving meer dynamiek in de buitenduinen te brengen. In de branding vallen jonge meeuwen hun ouders lastig.

Van het strand leidt de route weer naar het bos. In een duinpan in de Meeuwenduinen eindelijk een grote kolonie mantelmeeuwen. En bij een ven in de bosrand dobbert ook nog eens een grote groep, want wat zijn Meeuwenduinen zonder meeuwen. Harig wilgenroosje kleurt de oevers van het bosven.

In het oude naaldbomenbos worden verwoede pogingen gedaan om inheemse loofbomen (vooral eik) aan de praat te krijgen. Jonge boompjes worden met een flink hekwerk beschermd tegen wildvraat. Het succespercentage is niet erg hoog. De inheemse soorten hebben veel te veel natuurlijke vijanden, de exoten doen het veel beter. Ik zie een kiemplant van de Amerikaanse vogelkers, die spontaan bij een omheind eikenboompje is geïnfiltreerd. Ik vrees dat zelfs binnen de omheining de eik het onderspit gaat delven.

Ik kom nog valse salie tegen, twee soorten basterdwederik (breed blad en smal blad), blauw glidkruid, groot heksenkruid en enkele zeer hoge planten helmkruid. Via inspectie van het staminodium kom ik uit bij geoord helmkruid, waar je in het bos eerder knopig helmkruid zou verwachten.

Twaalf kilometer is niet zo’n grote afstand, maar bij ‘twee stappen maken, één halen’ in het rulle zand, voelt het als achttien kilometer.        

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/450176188]

    

Gepost: 5 Augustus 2021  

 

Boswachterspad Meeuwenduinen (12 km).