FIETSEN: Zuiderwaterlinie

Aardappelknollenveld i.p.v. bloembollenveld

Groot was mijn verbazing toen ik een paar jaar geleden voor het eerst de mij onbekende ‘Zuiderwaterlinie’ tegenkwam (‘Waterlinies’. In: 1000110, 2019). We hebben het wel eens over de Oude en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maar de Zuiderwaterlinie is de oudste, de langste en de meest gebruikte waterlinie uit onze geschiedenis. Hij lag in zijn geheel in Brabant en liep van Bergen op Zoom naar Cuijk, aan de oostkant van de Brabantse Wal en aan de zuidkant van de Maas. Met elf vestingsteden (Bergen op Zoom, Steenbergen, Willemstad, Klundert, Geertruidenberg, Breda, Heusden, Den Bosch, Megen, Ravenstein, Grave) en daartussen kleinere versterkingen zoals forten, schansen en vooral inundatiegebieden. Deze waterlinie was tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) een redelijk effectieve barrière tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Spaanse Nederlanden.

In het oostelijke deel (Heusden–Cuijk) lag de waterlinie vrij dicht tegen de Maas aan, maar tussen Heusden, Breda, Steenbergen en Willemstad verder van de Maas af, gebruikmakend van onder andere Mark/Dintel als waterdrager.   

Breda wisselde tijdens de Tachtigjarige Oorlog een paar keer van eigenaar. In 1590 viel de stad voor het eerst in Staatse handen. Prins Maurits wist de stad te veroveren met de list van het turfschip van Adriaan van Bergen uit (Etten-)Leur.

Tijdens het beleg van 1624–1625 door de Spaanse generaal Spinola werd ten noorden van Breda de Grote of Spinola Schans langs de Mark aangelegd, maar na de inname van Breda door de Spanjaarden ook weer grotendeels afgebroken om niet in Staatse handen te vallen. In 1637 liet prins Frederik Hendrik de schans weer opbouwen voor zijn belegering en definitieve inname van Breda. Pas vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw werd de schans overgedragen aan de natuur.

Op dinsdag, 13 juli 2021, heeft vriend Jan uit ‘Princenhage, dorp in Breda’ zich op de fiets uit de belegering kunnen bevrijden en de Grote Schans van prins Frederik Hendrik bereikt, waar onze fietstocht begint in het Staatse gebied tussen de Zuiderwaterlinie en de Maas.

De parkeerplaats bij de schans wordt omringd door een bloemenzee – slangenkruid, bijvoet, Jacobskruiskruid, wilde peen, duizendblad, hopklaver, akkerdistel, knoopkruid boerenwormkruid, Sint-Janskruid, knopherik, teunisbloem, dagkoekoeksbloem, avondkoekoeksbloem, glad walstro, kaasjeskruid, blaassilene – maar de plek zelf is het toneel geweest van een kinderfeestje met ballonnen, blikjes en bitterballen, terwijl een andere idioot er een Whirlpool afzuigkap heeft gedumpt.

Het wandelingetje over de aarden wallen van de schans, die inmiddels flink is bebost, voegt weinig diversiteit toe aan het plantenlijstje. Het belooft wel een goed bramenjaar te worden.

We passeren  het Markkanaal – een korte verbinding tussen de Mark bij Terheijden en het Wilhelminakanaal bij Oosterhout – en fietsen op de rechteroever van de Mark door Terheijden. Bij het haventje van Terheijden een klein fietspontje naar de andere oever in het buitengebied van Breda. De vrijwillige schipper is niet op zijn post, maar wij zouden ook niet van zijn diensten gebruik hebben gemaakt, dus gelijk heeft-ie.

In Terheijden ligt nog een schans, de Kleine Schans, ook aangelegd in zijn huidige vorm in 1637 door prins Frederik Hendrik, om de scheepvaart op de Mark te beschermen. Het raakte na de Franse inval in Rampjaar 1672 in onbruik.  Eeuwen later werd het verdedigingswerk nog even in ere hersteld tijdens de Belgische Afscheidingsoorlog in 1830. Maar de schans ligt er prachtig bij zonder bomen en is rijker aan bloeiende planten dan de Grote Schans. Een snelle blik ziet de echte kruisdistel, de prachtige paarsrode knikkende distel, en heel veel hazenpootje. Korenmolen de Arend houdt ons over de gracht en de aarden wallen heen nauwlettend in de gaten.

We fietsen via Langeweg naar Zevenbergen. Langs de boerensloten opvallend veel moerasspirea en grote wederik. Af en toe een landweggetje met ouderwetse kinderkopjes en grote laanbomen, de ene keer platanen, de andere keer essen. De akkers staan vol met aardappel, suikerbiet, graan en mais, en een enkel veld met vlas waarin nog een paar blauwe bloempjes zijn te bespeuren. Sommige graanvelden zijn al geoogst en het resterende goudgele stro ligt op het veld te drogen. Sommige aardappelvelden staan zo uitbundig in bloei dat ze weinig onderdoen voor de bloembollenvelden. Hou ze in de gaten: aardappelknollenvelden.

In Zevenbergen kunnen we de verleiding van een koffiepauze niet weerstaan in het mooie heringerichte centrum (deze keer is vriend Jan niet de aanstichter van de onderbreking).

Op weg naar Noordhoek (niet zo ver van vestingstad Klundert) een spandoek op een kruispunt met twee foto’s van precies dezelfde plek, één met achtergelaten picknick afval en de andere groen en schoon. Eronder de tekst ‘Aso of Eco?’ Dit spandoek zou misschien helpen op de parkeerplaats bij de Spinola Schans. Maar of je er het dumpen van een Whirlpool afzuigkap mee kunt vermijden is zeer de vraag want die stond niet op de foto.

In Noordhoek staan we even stil bij een bloemrijke berm met veel wilde cichorei, zwarte toorts en kattendoorn. Ertussen een heel iel anjer-achtig plantje. Thuis kom ik erachter dat het gaat om de zeldzame slanke mantelanjer, voor mij een primeur. Maar de plek doet vermoeden dat-ie misschien wel is ingezaaid. Zo ontstaat goedbedoelde flora vervalsing.  

Vanaf Noordhoek loopt een prachtig fietspad langs riviertje de Keene, onder het gebladerte van grote vruchtdragende lindebomen. Die houden ook mooi de druppels tegen van een miezerbuitje, zodat wij droog onze lunch kunnen genieten.

Bij Standdaarbuiten (en niet Standaardbuiten!) steken we de Mark weer over. Hier gaat de Mark stroomafwaarts over in de Dintel richting Dinteloord. We volgen de linkeroever stroomopwaarts tot de Lamgatse fietsbrug bij Zevenbergen. In de Hoevense Beemden ligt een waterplas die gepacht is door de H.V. Geduld vangt vis (‘Geduld vangt bot’, zou ik zeggen).      

In de polder ten  noorden van Etten-Leur passeren we de A-B Weg, dus we zitten goed. Een oude vangkooi ‘De Bochten’ is in ere hersteld. Polderwachter Huijbregts moest vroeger als een soort ‘koeherder’ voor vele boeren de grazende koeien een beetje in de gaten houden. Losgebroken koeien bracht hij naar deze vangkooi, waar de boer hem kon komen ophalen. Bij haven De Turfvaart van Etten-Leur staat een houten beeld van een Zaaier, uiteraard vrij naar Vincent van Gogh, die enkele voetstappen in Etten(-Leur) heeft gezet. Iedereen probeert een graantje van hem mee te pikken (zeker een Zaaier). Toepasselijker is het standbeeld van Adriaan van Bergen, want tenslotte kwam deze schipper van het beroemde turfschip van Breda uit (Etten-)Leur.

Na de opvallende zwarte Zwartenbergse poldermolen fietsen we over de Haagse Dijk, een prachtige kronkelige dijk, met populieren, door het polderlandschap. Deze dijk komt uit op de Zeedijk. Niet verbazingwekkend zo’n Zeedijk, want in vroege tijden drongen de getijden zeer ver het binnenland in.  

We fietsen weer langs de Mark en enkele overloopgebieden zoals de Weimeren, die ingericht worden als natuur. Daar het eindpunt van de tocht gloort nemen we een afsluitend drankje in Café Elsakker, een eeuwenoud café, maar sinds een jaar of twintig in een nieuw jasje gestoken op steenworp afstand van de oorspronkelijke locatie, die is opgeslokt door de A16 en de HSL.  

Omdat het pontje naar Terheijden niet vaart (nu zouden we er wel gebruik van willen maken) moeten we via het Haagse Beemden Bos in de buitenwijken van Breda de Mark via een brug oversteken, om terug te geraken op ons startpunt bij de Spinola Schans.

Bijna de hele tocht hebben we gefietst op dijken en paden hoger dan het omliggende landschap. Niet verwonderlijk, want bijna heel West-Brabant is vanaf 1250 gedurende zo’n vijfhonderd jaar afgegraven voor de turf. Af en toe langs de weg een informatiebordje, bevestigd aan een soort meetpaal die de hoogte aangeeft van vóór de vervening, meters boven het huidige maaiveld.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/450065990]

 

Gepost: 24 Juli 2021

 

Knooppunten: Spinola Schans, 77, 21, 22, 72, 55, 54, 40, 38, 37, 36, 34, 32, 12, 13, 33, 35, 05, 82, 20, 02, 44, 10, 01, 53, 54, 73, 76, 79, 77, Spinola Schans (72 km)