FIETSEN: Midden-Veluwe

Ik noem het gebied van mijn fietstocht op maandag, 5 juli 2021, officieus Midden-Veluwe, net ten noorden van de Nationale Parken Veluwezoom en Hoge Veluwe, maar zuidelijk van de A1 en Apeldoorn.

Start vanaf Loenen meteen over wildroosters de Loenermark in, waar de bosbodem is bedekt met één groot tapijt van blauwe bosbes. Het is een stiltegebied, maar enkele roodborsten zitten luidruchtig met elkaar te keuvelen. Een grafheuvel houdt zich wel aan de regels.

Bij de Ramenberg kom ik op de Groenendaalseweg terecht, eertijds een belangrijke doorgaande weg van Deventer naar Arnhem, getuige ’t Tolhuis uit 1844, een klein witgepleisterd huisje dicht op de rijbaan. Ten noorden van deze weg ligt natuurgebied Hoeve Delle. De Groenendaalseweg kruist de A50 bij buurtschap Woeste Hoeve, aan de noordkant van het Deelerwoud. Restaurant De Woeste Hoeve is een prachtige pleisterplaats. Ertegenover een monument waar op 8 maart 1945 honderdzeventien verzetsmensen en onderduikers werden geëxecuteerd door de Duitse bezetter als vergelding voor de aanslag op de hoge Duitse SS-officier Rauter op dezelfde plek. Minder schokkend, maar desalniettemin ook opvallend, is een omheind stukje grond met het ‘Graf van het argeloze schaap’. Hier zijn werkelijk lang geleden schapen begraven na een epidemie van miltvuur.

                Hier rust het argeloze schaap

                aan het eind van zijn leven

                dat u, o mensch, zijn wol

                tot dekking heeft moeten geven.

                (Willem van Ark)

De Woeste Hoefweg leidt me door de Veluwse bossen naar Hoenderloo en vervolgens door heide en bossen naar Beekbergen. De indrukken van de bosrand die blijven hangen zijn de grote formaties van vingerhoedskruid in allerlei kleuren en Jacobskruiskruid bevolkt door vette zebrarupsen van de Sint-Jacobsvlinder, soms wel vijf op één enkele plant. Aardbeitjes in de ondergroei zijn niet van de witbloemige bosaardbei, maar van de geelbloemige schijnaardbei, weet ik sinds kort. Langs de weg ligt natuurgebied Bruggelen.

In Beekbergen, of eigenlijk in Lieren, passeer ik de thuisbasis van de VSM (Veluwsche Stoomtrein Maatschappij), die een toeristische stoomdienst onderhoudt tussen Apeldoorn en Dieren. Na enkele zondagse proefritten komt de trein pas goed op stoom in de maanden juli en augustus, bijna dagelijks vanaf volgende week, 11 juli!

Het is de eerste maandag van de maand en 12 uur, dus schalt het luchtalarm over de Veluwe. De wilde zwijnen en de edelherten moeten tenslotte ook weten waar ze aan toe zijn.

Ik kruis weer de A50, nu eronderdoor. Onder het viaduct ligt Halte Immenbergweg van de stoomtrein. Vervolgens de onvermijdelijke golfclub (De Scherpenbergh), met ernaast het militair oefenterrein Scherpenberg. Daar weer langs loopt de Veldhuizerspreng, die uitmondt in het Apeldoorns Kanaal.

De route volgt een stuk het kanaal en ik heb nog nooit zoveel hengel bij elkaar gezien. Je kunt vishengels verwachten langs het water, maar hier gaat het om het plantje hengel, een half-parasiet, die grote delen van de oeverbodem bedekt. De oorzaak is waarschijnlijk gelegen in het feit dat het kanaal omzoomd wordt door majestueuze eiken en beuken, met uitgebreide wortelstelsels waar hengel graag op parasiteert.        

De eiken zijn vaak een bron van zorg in verband met de eikenprocessierups, maar ik kom geen enkele boom tegen die dit jaar getooid is met het rood-witte waarschuwingslint.

Ik kom een bordje Beekbergerwoud tegen, maar de kern van het oerbos dat men probeert terug te krijgen ligt aan de andere zijde van de A50. De strook aan deze zijde verdient de naam Beekbergerwoud niet. Langs de bosstrook loopt de Krepelse Beek (alias Beekbergse Beek), vernoemd naar industrieel Krepel die dorp Klarenbeek groot heeft gemaakt, eerst met zijn kopermolen, later met zijn houtfabriek. Heeft hij misschien het oerbos Beekbergerwoud omgehakt voor zijn houten sigarenkistjes?  

In de Krepelse Beek zwemt een groepje pubers van een eend die ik niet herken, negen stuks, allemaal identiek bruingrijs met gevlekte borst en flanken en een lichte oogstreep. Ouders zijn in geen velden of wegen te bekennen. De opgeschoten ‘jongen’ zijn niet schuw, zwemmen niet weg, en terwijl ik foto’s neem happen ze op hun gemak van de oeverplanten. Thuis kom ik al snel uit bij het vrouwtje van de mandarijneend. Maar een nest zonder woerdjes en alleen maar negen eendjes, dat is toch haast onmogelijk? De clou is echter dat de kuikens tot de leeftijd van ongeveer vijf maanden de kleuren van de moeder hebben. Pas daarna ontstaan de felle kleuren bij de woerden. Is er dan geen enkel macro-onderscheid mogelijk? Ja, de woerdjes hebben rozige snavels (voorbode van de rode snavel van de volwassen woerd) en de eendjes grijze snavels. Ik kijk nog eens goed naar mijn foto’s. En ja hoor, een mengsel van roze en grijze snavels, iets meer woerdjes dan eendjes! Er is geen hobbyboerderij in de buurt, dus het lijkt toch wel te gaan om de nakomelingen van een verwilderd stel mandarijneenden.

In de omringende weilanden wordt de Witrik (Witrug), een kleurslag bij rundvee, voor uitsterven behoed. Witrik komt voor bij alle bonte koeien, maar onthoud bij het fokken: ‘Geen witrik zonder witrik’. Er staan een paar witruggen in de wei die voldoen aan het signalement.

Bij een vennetje in de Loenense Hooilanden hangt een waarschuwingsbordje van Natuurmonumenten over de watercrassula, een ontsnapte exotische aquariumplant die steeds meer een verstikkende voet aan de grond en in het water krijgt.

Ik passeer de Voorsterbeek bij Stuw Ganzeboer, blijkbaar bij gebrek aan beter vernoemd naar nabijgelegen Ganzen- en Eendenbroederij De Ganzenmaat.

De weg naar Eerbeek wordt in de berm begeleid door twee-meter hoge zwarte mosterd, met plukken kamille en klaprozen ertussen. De route van knooppunt 74 naar 58 zou afgesloten zijn. Meestal negeer ik dergelijke borden: desnoods neem ik de fiets op de rug en zwem ik het kanaal over. Er blijkt echter helemaal niets aan de hand te zijn, en ik fiets nog een stuk langs het Apeldoorns Kanaal met hengel op eikenhout. De bloeitijd van het wilgenroosje is aangebroken.

Tot slot passeer ik tussen Eerbeek en Loenen een onbewaakte spoorwegovergang: ‘Let op, (stoom)trein’.   

 

[Beeldverhaal:  https://www.jansiemonsma.nl/450060099]

 

Gepost: 24 Juli 2021

 

Knooppunten: 87, 28, 85, 09, 02, 12, 07, 92, 93, 51, 52, 91, 76, 74, 58, 57, 88, 59, 87 (55 km) (Route.nl: 114850)