WANDELEN: Hattem

Er zijn soms van die figuren zoals Herman Willem Daendels (1762–1818), die je meermalen ‘tegenkomt’ in de meest uiteenlopende delen van de wereld: Indonesië, Ghana, Alkmaar (‘Alkmaar en Daendels’. In: Tureluren, 2015). En nu dan Hattem waar Daendels geboren is. Zijn geboortehuis staat in de Kerkstraat. Een gevelsteen herinnert daar nog aan, maar het pand is inmiddels ‘Zusjes Lingerie’ geworden. In de Kerkhofstraat staat het Daendelshuis, waar de weduwe en kinderen van Daendels hebben gewoond. Daendels was als verbannen patriot in 1795 betrokken bij de oprichting van de Bataafse Republiek en werd door Lodewijk Napoleon van 1807–1810 benoemd tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië. Ik heb me vaak over ‘zijn’ Grote Postweg verplaatst, een belangrijke verbindingsweg over de gehele lengte van Java, die in korte tijd en met veel bloedvergieten is aangelegd. Iets minder bekend is dat hij na de val van zijn broodheer Napoleon in 1814 door Koning Willem I van 1815–1818 benoemd werd tot Gouverneur-Generaal van de Nederlandse bezittingen aan de Goudkust, waar slavenfort Elmina zijn hoofdkwartier was. Daar overlijdt hij in 1818 aan malaria en wordt begraven op het Nederlandse kerkhof aldaar. Ik heb Elmina meermaals bezocht, maar wist niet dat Daendels daar begraven lag.

Hattem is een mooi vestingstadje op de noordelijke punt van de Veluwe, waar tijdens de voorlaatste ijstijd de ijsmassa zich splitste in de IJsselvallei en de Gelderse Vallei. Een strategische plek tussen Hertogdom Gelre (Hattem) en het Oversticht (Zwolle) van de Bisschop van Utrecht, met de IJssel ertussen als natuurlijke grens.

Mijn wandeling op vrijdag, 2 juli 2021, verkent de omgeving van Hattem. Ik verlaat het stadje via de ophaalbrug over het Apeldoorns Kanaal dat hier uitstroomt op de IJssel, samen met de vele evenwijdige weteringen in de IJsselvallei. Ik volg het jaagpad langs het water, maar neem eerst het spandoek op het toegangshek ter harte: ‘Kuikens in het land, poes in de mand’. Er liggen drie kleine natuurgebiedjes, de Hoenwaard, de Wiessenbergse Kolk en het Algemene Veen.

De oevers van het Apeldoorns Kanaal en de sloten van de Hoenwaard worden opgesierd door bloeiende kattenstaart, moerasspirea, zwarte mosterd, witte honingklaver, gele veldlathyrus, grote wederik en een enkele imposante reuzenberenklauw. Een grote pluk koolzaad is het speelterrein van een aantal koolwitjes. Zwaluwen scheren over het water en langs me heen. Een jonge fuut heeft alle reden om onder te duiken, want een schoolklas heeft in kano’s bezit genomen van het kanaal, dat geen scheepvaart meer kent, alleen recreatief gebruik. Bij Vadesto huur je een kano, een klompboot of een bier(water)fiets voor de hele familie.

Ik bereik het Bastion met de keersluis tussen het Apeldoorns Kanaal en de open verbinding met de IJssel. Het beginpunt van het Apeldoorns Kanaal bij Dieren is al lang afgesloten van de IJssel. Om bij hoogwater in de IJssel terugstroom en stuwing in het doodlopende kanaal te voorkomen, kan deze keersluis gesloten worden. In dat geval zullen de Wiessenbergse Kolk, de Hoenwaard en de overige uiterwaarden één grote watermassa zijn geworden. Op het Bastion staan twee betonnen koningszetels met inscripties en een mooi uitzicht.

Het Algemene Veen is deels bebost. Klein springzaad bedekt de bodem met salomonszegel als versiering ertussen. Waar het terrein meer open is – zoals onder de elektriciteitsmasten – heerst de Amerikaanse vogelkers. En waar het terrein helemaal open is probeert ‘Sapiens’ een balletje in een ‘hole’ te slaan, liefst in één keer.

Het kaarsrechte fietspad in zuidelijke richting is een restant van het Baronnenlijntje, een spoorlijn van Apeldoorn naar Zwolle, aangelegd eind negentiende eeuw (met medewerking van burgemeester-baronnen) en opgeheven medio twintigste eeuw. Langs het pad opvallend veel reuzenbalsemien, maar nog niet in bloei. De Amerikaanse eik zou zo dominant zijn geworden omdat er geen natuurlijke vijanden zijn meegekomen uit Amerika. Toch zie ik ook hier weer bomen waarvan het blad zwaar is aangevreten door een bladroller.

Ik bereik het bedrijventerrein waar ooit de Berghuizer Papier Fabriek (1839–2008) heeft gestaan, één van de bekendste fabrieken langs het Apeldoorns Kanaal en belangrijkste werkgever van Wapenveld.

Van hier gaat het westwaards naar enkele landgoederen op de noordelijke punt van de Veluwe. Allereerst langs het grotendeels omheinde Landgoed Flip Hul. Zo’n naam vraagt om uitleg. Wie of wat was in hemelsnaam Flip Hul? Ik kan er niets over vinden.

Ik hoor het gegil van een zwarte specht in het beukenbos. Hij heeft wel een zeer holle beuk gevonden om op te roffelen, want dit is hoorbaar tot in Drogeham. Vele wroetsporen van wilde zwijnen. Mooie villa’s in de bossen. Eentje heeft aan de buitenkant van de omheining nog een barrière van schrikdraad aangebracht. Bang voor wolven misschien? Hoewel, ik denk dat dit hoekje van de Veluwe ten oosten van de A50 te klein is voor de grote boze wolf.

Een volgend landgoed is Petrea. De blauwe bosbes groeit in overvloed en hangt momenteel al vol bessen. Ik blijf onder de indruk van de imposante douglasspar.

Landgoed Molecaten is het meest noordelijke landgoed op de Veluwe. Het herbergt de veertig-meter hoge Trijselenberg. Aan de voet van de Trijselenberg liggen een zestal sprengkoppen die samen de Molecatense Beek opleveren, de meest noordelijke van de talrijke beken die van het Veluwe massief naar beneden stromen. Eén van de sprengkoppen is vierhonderd jaar geleden gemarkeerd met een beuk, de Mariabeuk, inmiddels één van de oudste beuken van Nederland met een imposante gestalte. De Molecatense Beek dreef vroeger enkele papiermolens aan – er staat nog een watermolen in de beek bij Herberg Molecaten – en stroomt nu via de gracht van Landhuis Molecaten naar de stadsgracht van Hattem.        

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vond in 1629 het Beleg van Hattem plaats, maar de stad wist de Spaanse belegeraar te weerstaan. Een aarden wal omringt de schans ‘Spaanse Graven’. Er waren geen Spaanse graven betrokken bij de belegering, er liggen ook geen Spaanse belegeraars begraven, maar de naam geeft aan dat de Spanjaarden flink hebben moeten graven om de schans te bouwen.

Spijker (of spieker) Watervliet op het landgoed is een van de weinige goed bewaarde opslagplaatsen van graan, helemaal van baksteen opgetrokken, en gedateerd op 1640.

Ik ben terug in de buitenwijken van Hattem. Een jonge zanglijster zingt uit volle borst op de nok van villa Bella Vista. Het oude centrum van Hattem met vele zeventiende- en achttiende-eeuwse gevels en panden is omgeven door de Zuidwal en de Noordwal met de Grote Gracht aan de buitenkant. Ik betreed het centrum via de Dijkpoort met ernaast het Vroedvrouwenhuisje, en pik – nu het weer probleemloos kan – een terrasje op het plein voor het Stadhuis (1770) en de Andreaskerk (oudste delen, waaronder de doopvont, uit de dertiende eeuw).

Tegen de Andreaskerk aangeplakt ligt de voormalige Waag uit 1621. Terwijl ik geniet van een drankje valt mijn oog op een spreuk in de muur van de Waag, een zogenaamd ‘tijdvers’:

                           't geen D’oorLogh hIer WIerp neer

                           herMaaCkte 't Vree=Jaar Weer

Rangschik de hoofdletters, alias Romeinse cijfers, in aflopende waarde (DLIWIMCVJW wordt dan MDCLWWVJII) en het jaartal 1678 verschijnt (W=X en J=I). In 1678 werd de Vrede van Nijmegen gesloten als afsluiting van de Frans-Nederlandse oorlog die begon in Rampjaar 1672 met de inval van Lodewijk XIV. In 1672 stond ook nog eens Bommen Berend (bisschop van Münster) voor de poorten van Hattem.

Om even terug te komen op Daendels. Hij ligt dus begraven op het Nederlandse kerkhof bij het slavenfort Elmina, in het tegenwoordige Ghana. Er is wel eens over gedacht om deze illustere zoon van Hattem op te halen en te herbegraven. Misschien toch even wachten tot de discussie over slavernij en koloniale uitbuiting in rustiger vaarwater is gekomen.                  

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/450027768]

    

Gepost: 20 Juli 2021  

 

Mooisteroutes.nl: Rondom Hattem (16 km).