FIETSEN: Twenterand

‘Twenterand’ vind ik een rare naam voor een gemeente. Dan ben je al bij voorbaat gemarginaliseerd. Maar de start in Vriezenveen maakt veel goed. Ergens in de veertiende eeuw gaf de Heer van Almelo een groep Friese kolonisten, ‘den vrijen Vriezen’, het recht een veengebied in Twente te ontginnen, het ontstaan van Vriezenveen.

Ik start op donderdag, 24 juni 2021, bij Station Vriezenveen, aan een onrendabel spoorlijntje tussen Mariënberg en Almelo. De spoorlijn loopt langs het enige nog operationele deel van de drie onderling verbonden Overijsselse Kanalen, namelijk het traject Almelo–Vroomshoop–De Haandrik (bij Coevorden). Deze kanalen werden medio negentiende eeuw gegraven om de veengebieden rond de Sallandse Heuvelrug te ontginnen. Het Twentekanaal uit 1930 maakte ze grotendeels overbodig.

De Dorpsstraat van Vriezenveen (Hammerweg, Westeinde, Oosteinde) is meer dan zes kilometer lang. Onderweg kom ik over het Kerkplein met de Grote (Hervormde) Kerk en Museum Vriezenveen, en even verderop de katholieke kerk met een forse Lourdesgrot met opschrift: ‘Ik ben de onbevlekte ontvangenis.’ En Jozef maar op een houtje bijten in zijn werkplaats.

In de gemeente liggen de Engbertsdijksvenen (kan geen verklaring voor deze ingewikkelde naam vinden), een hoogveencomplex voor twee derde bestaande uit levend hoogveen en een derde rustend hoogveen, dus ongeveer zoals onze huidige samenleving is samengesteld. Zoals dit veengebied, zo moet de hele omgeving er in de tijd van het ontstaan van Vriezenveen uitgezien hebben. Binnenkort nog eens een wandeling waard, als er wat minder muggen zijn.

Aan de zuidkant ligt dorp De Pollen. Langs de weg maken weer andere planten dan vorige week hun bloeiperiode door: teunisbloem, Sint-Janskruid, grote wederik (en in de tuinen de puntwederik), moerasspirea (en een echte Spiraea, het theeboompje), haagwinde en reuzenplanten van zwarte mosterd. Op de akkers staan de aardappelen in bloei.

Tussen de grote kanalen lopen weer allerlei verbindingen zoals de Verbindingsleiding, het Geesterens Stroomkanaal en het Veenkanaal om de veengebieden van weleer te ontwateren en de turf af te voeren.

Langs de rand van het veengebied fiets ik door een bosrand van vooral zachte berk. Ik word verzocht adders en de zeldzame slangenwortel met rust te laten. Uitgebloeid lelietje-van-dalen bedekt de bodem.    

Via het dorp Westerhaar-Vriezenveensewijk fiets ik langs het Veenkanaal naar Daarlerveen. Ik denk een dode snoek te zien liggen op de oever, maar het blijkt een spatbord te zijn met opengesperde bek.

Vanaf Daarlerveen volg ik een vijftiental kilometers het Kanaal Almelo–De Haandrik tot voorbij Bergentheim (Banthum).

Ondanks grote binnenvaartschepen is er nog wel wat plantengroei in het kanaal van waterlelie, veenwortel en een iel fonteinkruid waar jonge eendjes heerlijk van smullen. Ik fiets een eindje op met Marie-Sophie uit Hengelo. Wat een zuigkracht heeft zo’n binnenvaartschip. De plantjes en de jonge eendjes worden met grote vaart over tientallen meters verplaatst.

Zie je op de oever een groot aantal auto’s geparkeerd op gepaste afstand van elkaar met de achterklep open, dan weet je meteen dat er een viswedstrijd wordt gehouden.

Ik bereik buurtschap De Gouden Ploeg, in dit geval niet vernoemd naar een verguld landbouwwerktuig, maar naar een ploegje mensen dat tijdens de ontginningen als kruidenier, fietsenmaker of cafébaas service verleende aan de turfstekers. Daardoor had het gouden ploegje altijd wat meer centen te makken dan de rest.

Ik verlaat het Overijssels Kanaal en fiets langs watergang de Dooze. De bermen staan vol met gele composieten, waarschijnlijk uit de groep van streepzaad. Ik neem een paar foto’s en fiets dan door naar Kloosterhaar (‘haar’ is een zandrug in het veen), aan de noordkant van de Engbertsdijksvenen. Het wordt steeds stiller op de wegen hoe dichter ik bij de Duitse grens kom. Verrek, toch ben ik hier al eens eerder geweest. Onderweg herken ik het B&B Hongerdyck op de Hongerdijk in Bruchterveld (‘Vechte’. In: Siem Sing a Song, 2020). Dat vergeet je niet gauw, een ontbijt op de Hongerdijk.

Er loopt net buiten Kloosterhaar een wandelpad het veengebied in met een duidelijke waarschuwing: ‘Gebruik maken van dit wandelpad is verboden indien zich binnen vijfhonderd meter van het pad foeragerende kraanvogels bevinden. U dient zich (sic) in voorkomend geval om te keren en het pad terug te wandelen!’

Ik wil een foto maken van het bordje en het uitzicht over het open veengebied. Gevloek! Mijn fotocamera is foetsie. Het enige dat ik kan bedenken is dat ik hem ongemerkt na de laatste foto niet IN, maar NAAST mijn fietstas heb laten glijden. Waar heb ik de laatste foto gemaakt? Ja, van die gele composieten, in de buurt van B&B De Hongerdyck, zo’n zeven kilometer terug. Toch maar terugfietsen. Grote kans dat in deze afgelegen contreien het tasje nog in de berm ligt onder het gele streepzaad. Helaas, alle moeite tevergeefs! Ik geef de moed op en maak chagrijnig de fietstocht af via buurtschap Bruine Haar en dorp Langeveen: tachtig kilometer in plaats van zestig, en geen foto’s. Ik kom niet eens op het idee om van het laatste deel dan maar foto’s met mijn mobiele telefoon te maken. Mijn enige bewijs is de route tracker, maar te zien aan de volgorde van de kilometrage snapt die er ook niks meer van.

Maar ik heb wel adders, kraanvogels, taigarietganzen, geoorde futen en blauwborsten gezien. En lavendelhei, wollegras en slangenwortel. Ik kan het deze keer alleen niet met foto’s bewijzen!

 

Gepost: 10 Juli 2021

 

Knooppunten: 43, 44, 06, 07, 03, 33, 37, 36, 32, 28, 27, 68, 45, 48, 49, 01, [49, 48, 45, 48, 49, 01], 02, 04, 09, 10, 06, 44, 43 (60 km) [80 km].