WANDELEN: Meijendel

Welkom in Meijendel, dal van de meidoorns, in de Hollandse Duinen bij Wassenaar. Midden in het jonge duingebied – jong betekent in dit geval late Middeleeuwen – ligt Vallei Meijendel (een pleonasme), met bezoekerscentrum Tapuit en een boerderij. Althans een voormalige boerderij, want pogingen in de negentiende eeuw om gewassen te verbouwen in de duinen zoals de duinpieper (aardappel) zijn niet rendabel gebleken. Pannenkoeken bakken wel! 

De Hollandse Duinen leveren drinkwater aan meer dan een miljoen mensen in de kuststrook van Zuid-Holland, en Meijendel is dan ook zeer beperkt toegankelijk om contaminatie te voorkomen.

Op zaterdag, 12 juni 2021, maken Marita en ik een combinatiewandeling van enkele paaltjesroutes. Te beginnen met de gele strandroute naar de zeereep, door het middenduin met de infiltratieplassen en het buitenduin met vochtige duinvalleien. Wij letten vooral op voor ons onbekende plantjes zoals de mannetjes ereprijs, bloeiende rode kornoelje struiken (de rode kleur van de stengels ontwikkelt zich vooral ’s winters), wilde asperge in bloei en  voorjaarshelmkruid met zijn brandnetelachtige bladeren en gele bloemen. Eenmaal eerder zag ik (of beter gezegd: vriend Roel zag ‘m) voorjaarshelmkruid in Voornes Duin, maar dat was in januari, dus een jonge plant met kraak noch smaak (‘Voornes Duin’. In: Siem Sing a Song, 2020). Net als gister tijdens de fietstocht laat de nachtegaal zich regelmatig horen. Verder herkennen we inmiddels gewoon nagelkruid, rood guichelheil, walstrobremraap, kruipend zenegroen, valse salie, bosrank die in de eiken klimt, Sint-Janskruid en Jacobskruiskruid. De laatste vertoont een begin van bloei, hoewel het nog geen 25 juli is, de feestdag van Sint Jacobus. Voorjaarsbloeier witte winterpostelein is inmiddels aan het eind van zijn latijn.

Bij de strandopgang een mooi uitzicht over zee, maar geen strandtent om de inwendige mens te versterken. Op de zeereep wel enkele opvallende kruisbloemigen zoals zeeraket en gewone zandkool, maar ook de Hongaarse raket met zeer lange dunne hauwen.

Op de terugweg langs het schelpenpad een grote populatie van de grote ratelaar, een halfparasiet met een scala aan waardplanten. In het bosgebied een uitkijkpunt, de Abelentop, maar de zee is niet meer zichtbaar en ik kan geen abeel ontdekken.

Na een lunchstop in het pannenkoekenhuis gaan we verder op de blauwe eikenroute in het binnenduin, waar we een mooie bloeiende kardinaalsmuts kunnen fotograferen die ontsnapt is aan de rupsen van de kardinaalsmutsstippelmot. Die maken er een gewoonte van om de hele struik kaal te vreten en in te pakken in hun gemeenschappelijke web, waarin ze zich vervolgens groepsgewijs verpoppen.      

Na de overstap op de rode reeënroute worstelen we ons door een interessante zandverstuiving. In de bosrand langs de zandvlakte zien we tot ons genoegen inderdaad een ree zich voortbewegen. Dat geldt niet voor enkele ‘Wassenaarse’ dames, die niet gekleed zijn op deze Sahara, en er uitgeput bij zijn gaan zitten. Ik vraag of ze genoeg drinkwater uit de waterleidingduinen bij zich hebben.

In deze barre zandvlakte dartelen vele exemplaren van de zeldzame kleine parelmoervlinder. Het duinviooltje handhaaft zich moeiteloos in het zand, evenals de stekelige kromhals en het alom aanwezige bezemkruiskruid. Het is mooi om te zien hoe zandzegge, via ondergrondse uitlopers met op vaste afstand een bovengronds toefje, in een rechte lijn die enorme zandbak ‘inloopt’.

Na de parkeerplaats bij Kievitsduin stappen we weer over op de blauwe eikenroute en zien de bodem volledig bedekt door bloeiend duinroosje, op vele plekken bedekt met oranje sporenhoopjes van een roestschimmel. De plant schijnt er weinig last van te hebben.

Bij de Vogelwand aan een infiltratieplas is weinig leven in de brouwerij: een koppeltje Nijlganzen, enkele meerkoeten, futen en kuifeenden.

We kijken nog eens wat beter naar de kardinaalsmutsen die van top tot teen ingepakt zijn door rupsen van de kardinaalsmutsstippelmot. Het is een onwerkelijk gezicht. Afgezien van het web rond stam en takken lopen er tientallen draden van de takken naar de bodem, waarlangs de rupsen zich kunnen verplaatsen van de ene naar de andere struik. Helemaal eenkennig zijn de rupsen overigens niet, want ook naburige struiken meidoorn of duindoorn worden slachtoffer.

Wij verplaatsen ons met de auto naar een parkeerplaats bij de Waalsdorpervlakte – zeer slecht aangegeven – voor een korte wandeling over deze sacrale plek. We lopen langs het monument met de vier fusilladekruizen bij een duinwand, de Bourdonklok (luidklok) op de achtergrond. De houten fusilladekruizen werden na de oorlog gemaakt  van de executiepalen waaraan de verzetsmensen werden vastgebonden. De originelen zijn aanwezig in Nationaal Monument Oranjehotel in de Scheveningse gevangenis.

Hier was het dus dat helmgrasplanter Pieter Kuijt (1892–1972) de verse graven van de slachtoffers ongemerkt markeerde met helmgras, zodat ze na de oorlog konden worden teruggevonden. Over de Waalsdorpervlakte ligt een roodbruine gloed van bloeiende schapenzuring, metaforisch voor het hier vergoten bloed.  

         

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/449831060]

 

Gepost: 30 Juni 2021  

 

Paaltjesroutes Meijendel (14 km).