FIETSEN: Hollandse Plassen

Het Groene Hart ligt vol met plassen die een gevolg zijn van de veenderij, die vooral vanaf de Middeleeuwen heeft plaatsgevonden. Deze afgravingen begonnen vaak als een regelmatige afwisseling van petgaten en legakkers, maar door watererosie werden de legakkers ondergraven en bij storm vaak weggevaagd, waardoor ‘wijden’ of ‘wieden’ ontstonden. Vele veenplassen zijn later weer ingepolderd, maar natuur en recreatie varen wel bij de overgebleven Hollandse meren, zoals de Loosdrechtse, Reeuwijkse, Vinkeveense, Langeraarse en Nieuwkoopse plassen en het Braassemermeer. 

Dinsdag, 1 juni 2021, maak ik met vriend Jan een fietstocht rond enkele van deze plassen in het noordwesten van het Groene Hart. We starten in Alphen aan de Rijn langs het  Aarkanaal, fietsen langs de Sunset Beachbar aan de Zegerplas (ook een kleine veenplas), vervolgens langs een onvermijdelijke golfbaan waar de Kromme Aar doorheen stroomt, en dan aan de noordkant van Alphen nog het Weteringpark met krijsende halsbandparkieten. Vanuit het park mooi zicht op de Vrouwgeestmolen aan de overkant van de Woudwetering. De molen is een grondzeiler zoals de meeste poldermolens. Grondzeilers hebben het gemak dat ze vanaf de grond kunnen worden bediend, maar de draaiende wieken over het erf vormen een gevaar voor mens en dier.  

We fietsen langs de Woudwetering die de Oude Rijn verbindt  met het Braassemermeer, en zelfs Zeeland met het IJsselmeer zonder dat je de dertig-meter hoge mast van je zeilboot hoeft te strijken, de zogenaamde Staande Mastroute. Langs de Woudwetering ligt het lintdorp Woubrugge, met een opvallend monumentaal kerkje uit 1653, gelegen bij de brug. Het kleine kerkje is gebouwd op 537 heipalen in de venige grond, maar staat nu op 601 palen, want in 2014 zijn er 64 bijgeplaatst om verzakking te voorkomen. 

De Woudwetering staat via het Paddegat in verbinding met het Braassemermeer en de Wijde Aa.

Langs de Wijde Aa is gelukkig niet alles volgebouwd en hebben we vrij zicht op het water. De kleine karekiet en de rietzanger laten zich horen en bewonderen.

In Hoogmade kunnen we een terrasje langs het water niet weerstaan. Duidelijk de ‘slechte’ invloed van vriend Jan; normaal gesproken heb ik daar en neem ik daar onderweg de tijd niet voor (in m’n eentje!).

Weer op weg aan de overzijde van de Wijde Aa richting het Braassemermeer worden we even herinnerd aan de huidige politieke crisis door een bord op een weilandhek: ‘Pieter Omtzigt for President!’. In het weiland een niet-broedende zwaan. Broedende zwanen zijn in deze tijd geen bijzonderheid, maar wel een zwaan die even van het nest is om de benen te strekken en zo de wereld een blik gunt op haar vijf knoeperts van eieren.

De Veenderpolder ten zuiden van Roelofarendsveen is een tuinbouwgebied (onder andere een kwart van de tulpenproductie; niet de bollen, maar de bloemen), maar daar merken we niet zoveel van, afgezien van een grote kwekerij van hemelsleutel. Logisch dat daar veel vraag naar is.

Midden in Roelofarendsveen ligt een klein houten sluisje uit 1897. Ik zie een jongeman met een trekhaak de houten puntdeuren openen en sluiten. Aan beide sluishoofden zit een hendel om onder in de deur een waterdoorlaat te openen en te sluiten. Ik vraag de ‘sluiswachter’ hoe vaak hij dit handwerk per dag moet doen? “Dat valt nogal mee”, is zijn antwoord, “ik doe het alleen voor mijn eigen bootje.”  Echte zelfbediening dus!

Ik moet even een foto maken bij een bouwterrein, waar de bodem volledig in beslag is genomen door de blaartrekkende boterbloem. Iets verderop in dorp Oude Wetering staat tussen de appartementsgebouwen Luchtwachttoren 5D1 uit de tijd van de Koude Oorlog. Het maakte deel uit van een netwerk van 276 wachttorens verspreid over heel Nederland en was bedoeld om met het blote oog laagvliegende vijandelijke vliegtuigen te spotten. De helft van de torens maakte gebruik van bestaande gebouwen, de andere helft was speciaal gebouwd middels betonnen raatbouw. 5D1 is in zoverre bijzonder dat het een dichte toren is, uitgevoerd in baksteen. Ik lees toevallig dat er door dit gigantische netwerk in twintig jaar (1945–1965) éénmaal(!) een vijandelijk Russisch vliegtuig is waargenomen. Er zijn een twintigtal van deze torens bewaard gebleven. Eerder zag ik er eentje bij de Sint Andriessluis in Rossum. Deze mooie vierkante bakstenen toren lijkt bewoond te worden, ondanks het kleine raamoppervlak. Het heeft waarschijnlijk een mooi dakterras, waar je nu om de vijf minuten een vliegtuig kunt spotten rondom Schiphol.

Met het pontje m.p. Desteree, met een capaciteit van twee auto’s, wagen we de oversteek van de Oude Wetering, die het Braassemermeer verbindt met de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Waar komt trouwens de naam Braassem vandaan? Zit het meer soms vol brasem?

Aan de oostzijde van het meer een dorp met een intrigerende naam: Rijnsaterwoude. Dan denk je toch onwillekeurig aan een bos bij de (Oude) Rijn, waar een wellustige sater de scepter zwaaide. Ik vraag het aan een dorpsbewoner, maar de ‘sater’ blijkt meer een ‘settler’ dan een wellustige halfgod te zijn geweest.

In Rijnsaterwoude staat de Woudse Dom, die qua toren lijkt op een kleine uitvoering (zesentwintig meter hoog!) van de Utrechtse Dom. Naast de kerk een levensgroot beeld van priester Hendrik uit deze omgeving die als eerste de Hollandse waterbouwkunde exporteerde naar Duitsland. Op uitnodiging van de bisschop van Bremen begon hij met enkele streekgenoten in 1113 A.D. inpolderingen langs de zuidoever van de Elbe. De streek ‘Altes Land’ (verbastering van Olland) kent een aantal ‘Holländerdorfe’, lintdorpen zoals Steinkirchen, waar priester Hendrik met hetzelfde beeld wordt geëerd.

We steken langs de Leidse Vaart door naar Langeraar. Onderweg lunchen we bij een bankje op de bloemrijke oever, blijkbaar ingezaaid met een bloemenmengsel. Beemdkroon en inkarnaatklaver bloeien, knoopkruid bijna.

Veenplassen zoals de Langeraarse plassen zijn ideaal om te schaatsen. Langeraar heeft dan ook enkele winnaars van de Elfstedentocht opgeleverd. Een prachtig beeld – eerst denk ik dat het enkele schipperskinderen voorstelt die een (onzichtbare) boot langs het jaagpad trekken – verbeeldt het samen schaatsen middels een koppelstuk, ‘rijden aan de stok’.

Het fietspad door de Langeraarse plassen van Langeraar naar Papenveer komt langs een kunstmatig ‘ecologisch’ oevereiland, het Papeneiland: speeltuin, uitkijktoren (vanwege een stenen uil al ‘uilkijktoren’ gedoopt), maar het meest revolutionair is het ‘revolving toilet’. Interessanter is het onbereikbare eilandje op honderd meter afstand, met een grote broedkolonie kokmeeuwen, en aalscholvers op kraamvisite. In het dorp Papenveer nog zo’n mooi houten zelfbedieningssluisje, identiek aan dat in Roelofarendsveen.

We trekken verder naar Nieuwkoop voor een vergelijkbaar fietspad door de Nieuwkoopse plassen, over boogbruggetje De Kwakel, en recht op de grijze watertoren van het dorp De Meije af, bijgenaamd Pietje Potlood (‘Land van Woerden’. In: Siem Sing a Song, 2020).

Dorp De Meije is vernoemd naar veenriviertje de Meije dat rustiek van de Nieuwkoopse plassen naar de Oude Rijn bij Zwammerdam stroomt.

De Oude Rijn van Zwammerdam naar Alphen was het enige nog onbekende stuk van de Oude Rijn voor mij. Deze noordoever heeft nauwelijks bebouwing (hoera!), laat staan een terrasje aan het water (jammer!). We moeten toch echt even een stukje Alphen in fietsen om deze tocht op gepaste wijze af te sluiten met een 0.0 Desperados. 

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/449694019]

 

Gepost: 13 Juni 2021

 

Knooppunten: 04, 84, 20, 17, 16, 15, 14, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 32, 29, 14, 21, 19, 34, 79, 35, 36, 97, 98, 85, 84, 52, 28, 53, 55, 40, 88, 03, 10, 04 (65 km).