FIETSEN: Zeesluis IJmuiden

Op dinsdag, 25 mei 2021, fiets ik een ‘mooisteroute’ langs en over het Noordzeekanaal en een stuk door de duinen van Nationaal Park Zuid-Kennemerland.

Ik start bij het Station van Santpoort-Noord. Santpoort ligt iets ten noorden van Haarlem en Bloemendaal en iets ten zuiden van Velsen en IJmuiden, en tegen Velserbroek aan. Aan de buitenrand van Santpoort heerst stellingmolen de Zandhaas uit 1779 over de omgeving, het territorium van de Heren van Brederode in hun kasteel, nu ruïne. Daar kom ik op de terugweg nog langs.

Over de Slaperdijkweg gaat het richting Spaarndam. De eerste gele lissen bloeien langs de slootkant. De Spaarndammerpolder is nu een mooie polder voor weidevogels, maar voorheen voor de Voorstelling. Dat is geen theater, maar een ‘stelling vóór’ de Liniedijk tussen de Forten ‘benoorden Spaarndam’ en ‘bezuiden Spaarndam’, onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Vanwege de nabijheid van de duinen kon men hier maar een smalle strook inunderen, zodat extra versterkingen nodig waren.

Ten noorden van de dam in Spaarndam ligt Het IJ (een klein overblijfsel van het Oer-IJ), dat via de Zijkanalen B en C verbonden is met het Noordzeekanaal. Eerder dit jaar wandelde ik hier (‘Spaarndam’) langs dit meertje, het natte Landje van Gruijters en Zijkanaal B, en vergaapte me aan de vele grutto’s, de kluten, de bergeenden en de koppeltjes wintertaling. Nu zitten de kluten nog te broeden, de bergeenden hebben kuikens, evenals de krakeenden.

Ik steek Zijkanaal B over met al zijn woonboten en kom terecht op Golfbaan Spaarnwoude. Ooit heb ik eens uit de losse pols berekend dat golfbanen ongeveer 0,3 procent van het Nederlandse grondgebied in beslag nemen (‘Achterhoek’. In: Tjiftjaffen, 2014), maar ik denk dat ik de schatting moet verdubbelen. Golfbaan Spaarnwoude is de grootste van Europa met zesenzestig(!) holes. Gevaarlijker om doorheen te fietsen dan de Stelling van Amsterdam.

Via een stukje Zijkanaal C kom ik bij veerpont F21 Spaarndam–Assendelft terecht voor de oversteek van het Noordzeekanaal. De oprit van de brug over Zijkanaal C is trouwens een bloemenzee van witte avondkoekoeksbloem en gele hopklaver, met ertussen paars slangenkruid.

Fietsers betalen geen veergeld. Net als de pont over het IJ is dit een onderdeel van het Gemeentelijk Vervoersbedrijf (GVB). Men is druk in de weer om de veerstoep aan te passen, want er komt een nieuwe veerboot om deze roestbak te vervangen.

Ik volg kilometers lang de mooie Assendelfter Zeedijk door de Westerpolder, net als eerder dit seizoen (‘Zaanstad’). Langs de sloot een solitaire lepelaar. Een blauwe reiger vliegt over enkele bergeenden met kuikens. Pa bergeend stijgt op om de schender van het luchtruim te verjagen. Een kievit doet hetzelfde met een buizerd die zich te dicht bij zijn territorium waagt. Verschillende kleuren akelei vallen op in de bermen en – als je goed kijkt – in de ondergroei de blauwe bloeiwijze van kruipend zenegroen.

Aan de rand van Beverwijk nog een vooruitgeschoven fort van de Stelling van Amsterdam, Fort aan de Sint Aagtendijk. De weg heet toepasselijk ‘Vuurlinie’. Op de afgesloten parkeerplaats bloeit in alle rust een grote opvallende pluk gewone rolklaver.

De Aagtendijk voert me dwars door Beverwijk. In Beverwijk woonden tijdens mijn jeugd Oom Piet en Tante Fien (tweelingzus van mijn moeder), een uitgelezen logeerplek voor uitstapjes naar het strand van Wijk aan Zee. Oom Piet was kolenboer, en overleed als zestiger aan stoflongen door al dat kolengruis (misschien wel een beetje geholpen door Tata Steel). Hoewel ik niets meer herken kan ik achteraf reconstrueren dat ik vandaag vlakbij hun voormalige woning aan de Heemskerkerweg ben gefietst. Een raar idee!

Ik passeer de voormalige Bisschoppelijke Kweekschool en kom langs het Westerhoutpark (‘Waarschuwing! Munitie gevonden’) en door de Groene IJmond, als voorportaal van het enorme industriegebied aan de noordzijde van het Noordzeekanaal. Eerst de energiecentrale van Vattenfall, dan de fabriek van ENCI (Eerste Nederlandse Cement Industrie), die de halve Sint-Pietersberg heeft afgegraven, en dan Tata Steel. Langs de omheining van Tata Steel bloeien de ossentong en de wilde reseda, zich van geen gevaar bewust. Maar ik zie wel een merel met een witte kop!

De sluis van IJmuiden had sinds lang drie doorgangen van verschillende afmetingen: Zuidersluis (1876), Middensluis (1896) en Noordersluis (1929). Maar ook de grote Noordersluis voldoet al niet meer voor de grootste zeeschepen die op Amsterdam varen. Op het terrein tussen de Noordersluis en de Middensluis is inmiddels de grootste zeesluis ter wereld in aanbouw, gereed in 2022. Een prijsvraag werd in 2020 uitgeschreven door de gemeente Velsen voor een passende naam: “En de naam van de nieuwe zeesluis bij IJmuiden wordt… Zeesluis IJmuiden!”.          

Ik passeer eerst de spuisluis en het gemaal – natuurlijk het grootste gemaal van Europa – zeer belangrijk voor de waterhuishouding van de westelijke provincies. Wanneer ik sta te kijken bij de werkzaamheden aan de nieuwe Zeesluis, schuifelt pal ernaast containerschip Soniland voetje voor voetje de Noordersluis binnen. Ik ga verder over de Middensluis (krijgt nieuwe sluisdeuren) en de Zuidersluis, verbaasd over de enorme buizen die langs en onder het water doorlopen.

Nooit geweten dat er in de monding van het Noordzeekanaal een Forteiland ligt van de Stelling van Amsterdam om de sluizen te beschermen. De sluizen waren essentieel voor de inundatie.

Via een stukje IJmuiden (geen mondkapje nodig) zit ik al snel in de duinen tussen de duindoorn en de prachtig bloeiende meidoorn. Tijdens een plaspauze sta ik zo dicht met mijn neus op de meidoornbloem dat ik kan zien dat het de éénstijlige meidoorn is, maar dat is dan ook de meest algemene. Ik passeer de hoge Kennemerduin en het Kennemermeertje. Bij het strand IJmuiderslag veel activiteit (strandzeilen en kitesurfen), want er staat behoorlijk veel wind.

Terwijl ik mijn lunch gebruik op een bankje, vraagt een passerende wandelaarster of ze voor mij mag bidden, want Jezus houdt van mij. Dat wil ik nog wel geloven, maar ik ben niet meer zo van het bidden. Ze dringt gelukkig niet aan, maar wie weet wat ze me ondertussen allemaal heeft toegebeden.

Naast het bleeksporig bosviooltje in de beboste duinen, ben ik me voor het eerst bewust van het duinviooltje, een veelkleurig viooltje met combinaties van paarse, witte en gele kroonbladen. Schotse hooglanders vermaken zich ook prima in de duinen gezien het overvloedige nageslacht.

Ik laat de lus van zeven kilometer naar Strandslag Kattendel en Paviljoen Parnassia aan mij voorbijgaan. De Bergweg aan de westrand van Santpoort staat vol met jonge planten van klein springzaad, met de eerste bloemknoppen op springen. Een sterke uienlucht duidt op tapijten van daslook in volle bloei.

In Santpoort-Zuid zie ik in de verte de kasteelruïne van de Heren van Brederode, uit de dertiende eeuw. Deze adellijke familie speelde een flink deuntje mee in de vaderlandse geschiedenis, zoals tijdens de Hoekse en Kabeljauwse Twisten, en – na verhuizing naar Kasteel Batestein in Vrijstaat Vianen – aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

Een mooie ‘Mooisteroute’, met een leuke afwisseling van polderland met weidevogels, interessante plantjes, werkloze verdedigingswerken, vervuilende industrie, imposante infrastructuur, duinen en strand, en een ruïne uit de feodale periode.  

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/449578388]

 

Gepost: 1 Juni 2021

 

Mooisteroutes.nl: Via de sluizen (52 km).