WANDELEN: Kiekberg

Het is lang geleden dat ik met Monsieur Gérard een dagtocht heb gemaakt. Hij is ook zo druk geweest met zijn vuistdikke autobiografie ‘Sjraar oet Bree, uit het leven van een groentefanaat’ (een aanrader, maar helaas nu al een collector’s item!). Enkele vorige tochten met hem speelden zich af in zijn ‘achtertuin’, de Mookerheide en de Sint-Jansberg (Sint-Jansberg. In: It giet oan!, 2016). Maar hij heeft in een informatief boekje van IVN/Natuurmonumenten (2017) voor mij nog een alternatieve wandeling gevonden op de stuwwal, die zich concentreert op de Kiekberg.

Ik tref Monsieur Gérard op donderdag, 6 mei 2021, bij hem thuis, gezeten aan de keukentafel met een wollen muts op zijn kop. Als reactie op de Covid vaccinatie heeft bij hem de alopecia weer eens toegeslagen. Zijn krachtige immuun systeem heeft zich niet alleen tegen het nep-virus van het vaccin gekeerd, maar ook tegen zijn haarzakjes, zoals al eens eerder is gebeurd. Al zijn hoofdhaar, wenkbrauwen, borsthaar en schaamhaar is verdwenen (voor dit laatste moet ik hem op zijn woord geloven). Overigens heeft deze tachtiger er alle vertrouwen in dat zijn haar na enige tijd weer ten tonele zal verschijnen.

We starten onze wandeling langs de doorgaande weg bij Plasmolen. Een tiental bomen langs de parkeerplaats zijn gemarkeerd met een groot wit kruis, een actie van activistische Annemarie, echtgenote van Monsieur Gérard, die hiermee wil protesteren tegen het feit dat de bomen moeten verdwijnen om het fietspad een metertje te verbreden.

Langs onze aanlooproute, de Kiekbergsebaan, meteen een flink aantal lentebloeiers zoals ossentong, witte, gele en paarse dovenetel en grote muur. In de bosrand bloeit de inheemse vogelkers met sneeuwwitte bloemen in trossen; op de bosbodem bloeien salomonszegel en witte klaverzuring. Dalkruid piept omhoog uit de bodem, maar bloeit pas later in het seizoen.

We zien een heerschap bij een bosvak druk in de weer met een dikke informatiemap. Het is Wouter, werknemer van het IKL (Instandhouding Kleine Landschapselementen), die een vegetatieopname moet maken van enkele bosvakken, zogenaamde POVs (Provinciale Onderzoeks Vlakken): staan de mispel en de haagbeuk er nog wel, heeft de blauwe bosbes zich gehandhaafd, en de ruige veldbies? “Hè, de adelaarsvaren wordt niet vermeld, en die staat hier volop.

Het IKL was recentelijk zeer negatief in het nieuws – Wouter bedekt voor de grap met zijn hand snel het IKL vignet op zijn jack – door belangenverstrengeling van de directeur, onder medeweten van het provinciaal bestuur Limburg, dat hierdoor in zijn geheel, inclusief de gouverneur, is afgetreden. Een koekoek kraait drie keer als teken van verloochening van de donateurs.

We lopen langs het Zevendal, ooit een smeltwaterdal, nu een prachtig droogdal tussen het Sint-Jansberg complex en de Mookerheide. Valse salie groeit volop langs het wandelpad. De ‘pockets’ in de graslanden bestaan hoofdzakelijk uit grote muur met zijn lichtgroenige stengels en witte bloempjes. In het bos een overvloed aan kiemplanten van de beuk. De meeste hebben geen schijn van kans onder het dichte bladerdek van de moederbomen. Makkelijk te herkennen zijn wilde zoete kers en haagbeuk, de kers met horizontale strepen op de stam, de haagbeuk met verticale strepen op een glad-groenige stam.

We zien op een boomstronk langs het pad het symbool Pelgrim van de ‘Walk of Wisdom’, een soort pelgrimsroute van zo’n honderdveertig kilometer rond Nijmegen die begint en eindigt bij de Stevenskerk. Misschien niet religieus, maar wel een beetje spiritueel, en van die rituelen wil ik me verre houden.         

Het K-rondje (de ‘K’ van Kiekberg) kan uitgebreid worden met het M-rondje (de ‘M’ van Mookerheide). Monsieur Gérard voelt zich sterk, dus we gaan ervoor. Tot nu toe heeft hij geen afval uit het bos hoeven verzamelen in de vuilniszak, die hij altijd bij zich heeft. Bos en heide zijn opvallend schoon. Ondertussen deelt hij als fanatieke vrijwilliger van Natuurmonumenten wel folders uit aan andere wandelaars, die hij straks weer kan ‘recyclen’ in zijn vuilniszak.

De biodiversiteit op de Mookerheide is beperkt – de brem staat mooi in bloei –, dus op de aanlooproute noteren we toch nog even de bloei van look-zonder-look, gevlekte dovenetel, paarse Judaspenning, stinkende gouwe, gewoon barbarakruid, lichtsporig bosviooltje, witte winterpostelein en robertskruid. In het Startse Dal passeren we een enorme dassenburcht. Ik raak nieuwsgierige Monsieur Gérard – hij is weer wat verder gekrompen sinds de vorige keer – bijna kwijt in het gangenstelsel. Bij de heide aangekomen worden we begroet door een stel Schotse hooglanders.

Een bijzondere illustratie van de relativiteitstheorie is de tijdbalk van een meter of drie op de heide, die wijst in de richting van de kerk van Cuijk met de dubbele torenspits in de verte. De balk geeft de belangrijkste evolutionaire gebeurtenissen weer van de afgelopen vijf miljoen jaar: het komen en gaan van Homo erectus, en het verschijnen van Homo sapiens zo’n 200.000 jaar geleden. Onze jaartelling Anno Domini is een nauwelijks zichtbaar streepje van 1 millimeter aan het ene  uiteinde. Om het ontstaan van de aarde – 4,6 miljard jaar geleden – weer te geven, had de balk doorgetrokken moeten worden tot die verre kerktorens van Cuijk op 2,7 kilometer afstand. En dan laten we de oerknal van 13,8 miljard jaar geleden maar even buiten beschouwing. Het zou ons nederig moeten maken, maar dat doet het niet.      

In de oksel van een zijtak van een zomereik ligt een klein mooi beschilderd zwerfsteentje, een vind-ling afkomstig van Evelyne. Monsieur Gérard laat hem in zijn broekzak glijden met de bedoeling om hem elders weer te laten zwerven. ‘Laat je nog weten op Facebook of ik gevonden ben, of waar ik nu zwerf?’ Monsieur Gérard zal een onbekende schakel blijven want hij doet niet aan Facebook. We gebruiken de lunch op een bankje met uitzicht op de Mookerplas en daarachter de kerk van Cuijk langs de Maas.

We zijn weer terug op de K-route, bij het Zevendal. Een monumentale verzakte wintereik hangt als een poort over het wandelpad, gestut om niet weg te glijden in vergetelheid.

Bij het weidse boerenland – Klein Amerika genoemd vanwege de luchtlandingen in september 1944 – liggen enkele grote, onbeschilderde vind-lingen, sommige met een noordelijke glaciale oorsprong, andere met een zuidelijke fluviale aanvoerroute.

De Kiekberg is met zijn zevenenzeventig meter het hoogste punt van het Sint-Jansberg complex. De top is gemarkeerd met een steen, waarop de letters RD van Rijksdienst of Rijksdriehoekmeting.

We worden gewezen op de aanwezigheid van de smalle stekelvaren (stekeltjes op de toppen van de bladkartels) in de ondergroei van het bos. Tamme kastanje is zich sterk aan het uitbreiden te oordelen aan de vele kiemplanten en jonge bomen.

Uiteindelijk bereiken we het Groene Water en de Molenbeek  die onder aan de helling de Bovenste Plasmolen aandrijft. Kabouters houden hier de zaak in de gaten. Van een grote zomereik is onderaan een stuk van de bast verdwenen en het hout zichtbaar. Er zit een deurkruk aan het hout, de ingang van een echte kabouterboom.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/449396047]

   

Gepost: 15 Mei 2021  

  

Natuurmonumenten: Kiekberg (8 km) en Mookerheide (3 km).