WANDELEN: De Geul

Gulden sleutelbloem

De Geul stroomt vanuit België ons land binnen bij Cottessen en mondt bij Itteren uit in de Grensmaas. In de Middeleeuwen mondde de Geul verder noordwaarts uit in de Maas, namelijk bij Geulle! Hoe mooi de Geul nu ook meandert door het Limburgse landschap, zwemmen is verboden omdat het water vaak ernstig vervuild is met zware metalen en ongezuiverd afvalwater. Toch is door natuurherstel de Geul een belangrijke ecologische verbindingsader geworden, die de terugkeer van bijvoorbeeld beekforel en wilde kat mogelijk heeft gemaakt. De Geul wordt gevoed door tientallen zijbeken.

Recentelijk wandelde ik al eens met vriend Roel het traject van Cottessen naar Epen. Op vrijdag, 16 april 2021, wandelen Marita en ik het traject van Schin op Geul stroomafwaarts naar Valkenburg.

De start ligt bij het bijzondere station van Schin op Geul, een zogenaamd vorkstation, gelegen langs twee spoorlijnen die iets verderop bij elkaar komen. De ene lijn is nog steeds een commerciële lijn (Maastricht – Heerlen), de ander is het zogenaamde Miljoenenlijntje, waar tegenwoordig een stoomtrein een toeristische dienst verzorgt. De naam verwijst naar de hoge aanlegkosten van een gedeelte van de voormalige operationele spoorlijn.

Het station uit 1913 is nu een restaurant en is ingericht als een klein spoormuseum. De eigenaar is druk in de weer op het terras, terwijl zijn echtgenote even uitrust in het zonnetje. Zij wenst ons een prettige wandeling, maar wanneer ik het station op de foto wil zetten, verdwijnt ze schielijk naar binnen.

We passeren in Schin op Geul de Sint-Mauritiuskerk, één van de oudste kerkjes van Limburg, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de elfde eeuw.

Buiten het dorp zitten we spoedig op de rechteroever van de Geul. Opvallende plantjes op de oevers en in de bermen zijn gulden boterbloem, aardbeiganzerik en lichtsporig bosviooltje. De weilanden in het dal staan van het ene op het andere moment vol met pinksterbloemen.

Aan de overzijde van de Geul liggen de kastelen Genhoes en Schaloen. Aan onze kant staan ‘De Drie Beeldjes’ van de Calvariegroep uit 1739 bij een bruggetje over de Geul: Jezus aan het kruis geflankeerd door de twee moordenaars, zou je denken, maar het zijn Jozef en Maria. Het verhaal gaat dat de paarden van Schaloen de Geul niet durfden over te steken. De ban werd gebroken dankzij deze beeldengroep, op advies van een kluizenaar.

Langs de Geul staat een gedicht van Hans Andreus (1926–1977) afgedrukt, dat me zeer aanspreekt. De titel is ‘Observaties’:

 

                De waarnemer

                maakt waarneembaar

                wat hij waarneemt.                     

 

                Zonder waarnemer

                vervallen waarneming

                en het waargenomene.

 

                Meer waarnemen

                dan je waarneemt

                is de kunst.

                 

We wandelen een rondje door het centrum van Valkenburg. Herinneringen komen terug aan onze speurtocht door het mooie stadje waarin we in een ‘Amstel Cold Case’ een moord op een bekende wielrenner moesten oplossen, die het parcours van de Amstel Gold Race aan het verkennen was (‘Cold Case Valkenburg’ In: It giet oan!, 2016). Toevallig vindt over twee dagen de Amstel Gold Race plaats in Valkenburg, maar die ‘moord’ is al lang vergeten. In het centrum hangen veel wielrenners en andere dagjesmensen rond en overal is van alles ‘to go’ te verkrijgen. De terrassen zijn dicht, maar bankjes en muurtjes genoeg om de versnaperingen te consumeren.

Bij de Walramstuw in de Geul vertoeft één enkele Carolina-eend tussen de wilde eenden. Omdat ik al enkele malen door gekleurde houten lokeenden op het verkeerde been ben gezet, ben ik op mijn hoede. Maar deze Carolina-eend is echt! Ook scheren enkele witte kwikstaarten, en zelfs een grote gele kwikstaart, over het water.

De terugweg loopt door glooiend heuvelland bij Hoeve Euverem en over de Schaelsberg. Op de Schaelsberg ligt een kruisweg van dertien staties (kleine kapelletjes met een nis met afbeelding) rondom het graf van Jezus (met een houten kist). De kruisweg hoort bij De Kluis, een kluizenaarswoning die onafgebroken bewoond is geweest van 1688 tot 1930. Het was één van de kluizenaars die de ban voor de paarden van kasteel Schaloen wist te breken met ‘De Drie Beeldjes’. De Kluis is momenteel niet te bezichtigen vanwege Corona, maar op de poort hangt een QR-code om een virtueel kaarsje op te steken of een digitaal noodklokje tegen Corona te luiden. Marita scant de QR-code en het klokje van De Kluis galmt uit haar mobiel. Het lukt alleen niet om een kaarsje op te steken. Terwijl wij van het uitzicht genieten, genieten op een boomtak boven de helling twee parende torenvalken van elkaar. Alhoewel! Het vrouwtje krijst nogal en nadat het mannetje is weggevlogen, blijft ze nog een kwartier beduusd achter.

Na de afdaling van de Schaelsberg neemt Marita bij de spoorlijn de kortste weg terug naar station Schin op Geul. Ik plak er nog een lus aan vast, die weer omhoog gaat langs een oude mergelgrot in de Däölkesberg, een kalkwand die we vanaf ons vakantiehuisje heel in de verte kunnen zien liggen. ‘Däölkes’ zijn Limburgse kauwtjes die vroeger nestelden in de gaten in de kalkwand. Op de helling onder de grot een weide die vol staat met gulden sleutelbloem.

Uit beide zijden van een holle weg zijn grote hoeveelheden grond naar buiten gewerkt. Een enorme dassenburcht met wel een tiental openingen in het talud.

Ik krijg een beetje haast als ik in gedachten Marita voor de dichte deur van ons vakantiehuisje zie staan omdat ik de sleutel nog in mijn zak blijk te hebben. Wat zou ik in haar geval doen? Ik zou op het terras van het huisje rustig blijven wachten. Marita natuurlijk niet. Die haalt gewoon de reservesleutel bij de receptie!

 

Op zaterdag, 17 april 2021, struinen we vlak langs de Geul van Schin op Geul naar Wijlre op de linkeroever stroomopwaarts en op de rechteroever weer terug.

De route voert ons onderlangs de Keutenberg. In het hellingbos is een mergelgrot uitgegraven die tijdens de oorlog als schuilkelder dienst heeft gedaan. ‘Keutobergia’ bood tijdens de bombardementen plaats aan een kleine vijfhonderd inwoners.

Vlakbij de schuilkelder was een bron in de Geul, de Gronselenput, de enige drinkwatervoorziening voor de bewoners boven op de Keutenberg. Het was een belangrijke ontmoetingsplaats om nieuwtjes uit te wisselen (zonder koffieautomaat).

Een camping langs de Geul heet ‘De gele anemoon’. En jawel, de gele anemoon bloeit her en der langs het wandelpad (voor Marita de eerste observatie!). Ook bloeit er een mannelijke populatie van bosbingelkruid. ‘Vrouwtjes’ zijn in geen velden of wegen te bekennen.

In een meander van de Geul staan enkele grote populieren met een diameter van meer dan een halve meter. De boom het dichtst bij de oever lijkt onder aan de stam bewerkt te zijn door de familie bever. Hoewel ik me bijna niet kan voorstellen dat een bever zich aan zo’n dikke boom vergrijpt, kan ik me ook moeilijk voorstellen dat ‘Sapiens’ een bever wil nadoen. Het móét wel een bever zijn, maar dan wel één met een vijfjarenplan.

En nu weet ik ook dat Brand Bier uit Wijlre komt, want de lichtreclame boven op de brouwerij is niet te missen. Tussen de Rode Geuzen door wandelen we stroomafwaarts terug naar de achteringang van ons vakantieverblijf.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/449297788]

 

Gepost: 5 Mei 2021  

 

Struinen langs de Geul: Schin op Geul – Valkenburg v.v. (11 km) en Schin op Geul – Wijlre v.v. (6 km).