WANDELEN: De Reest

Ik was van plan te gaan wandelen langs de Zaan, maar kreeg een seintje over stinsenplanten in bloei op een landgoed in het Reestdal. De Zaan kan wel even wachten.

Even recapituleren waar riviertje de Reest ook alweer ligt. Het is een mooi meanderend regenriviertje op de grens van Drenthe en Overijssel. De Reest ontspringt tussen Slagharen en Dedemsvaart en meandert over vijfendertig kilometer richting Meppel om uit te monden in het Meppelerdiep. Weinig riviertjes meanderen zo mooi als de Reest; talloze instanties hadden belang bij het watertje zodat er geen overeenstemming kon worden bereikt over kanalisatie. Godzijdank! De Reest heeft een breed dal, want het treedt als regenriviertje regelmatig buiten zijn oevers. Dit is zelfs vanaf de snelweg vaak waar te nemen in de buurt van knooppunt Lankhorst, waar de Reest zowel de A28 als de A32 kruist.

Ik start op donderdag, 25 maart 2021, in het dorp IJhorst, gelegen aan de zuidkant van het Reestdal. Behalve speenkruid, paarse dovenetel en kleine veldkers zie ik geen ‘nieuwe’ vroegbloeiers, en ik probeer plantjes die nog niet bloeien in jonge staat te herkennen. De bosbodem is natuurlijk bedekt met jonge spruiten van zevenblad, en her en der groeit een pluk gevlekte aronskelk. Een zanglijster zingt met overtuiging eigen repertoire.

Ik bereik het Kerkplein met het ‘Hemelse Uitzicht’ over het Reestdal. Het Kerkplein is heringericht met steun van de Europese Unie. De parochie werd gesticht in 1236 door de Bisschop van Utrecht voor nieuwe ontginningen in het dal. De pastoor, later dominee, had naast de kerk een mooi woonhuis (pastorie), een boerderij om in zijn levensonderhoud te voorzien, en een aalstal (palingfuik) in de Reest voor vrijdag visdag. Het koppeltje ooievaars op het paalnest heeft die aalstal niet nodig; zij komen in dit brede dal zo wel aan hun trekken.  

Er lopen oude kerkenpaden, zoals het deftige ’t Allee, van en naar de kerk om zonder omwegen te voet ter kerke te kunnen gaan. Via dit laantje kom ik weer uit bij de Reest met uitzicht op landgoed Dickninge aan de overkant, waar ik op de terugweg de stinsenplanten hoop te zien. In geloviger tijden lag hier voor de bewoners van het landgoed een loopbrug om het riviertje over te steken.

Ik verlaat het Reestdal en passeer een stukje bos waar bonte spechten op hun borst roffelen, groene spechten zich rot lachen en buizerds hoog in de lucht proberen te miauwen, maar niet verder komen dan “piauw”. Hommel koninginnen zijn ontwaakt uit de winterslaap en zijn op zoek naar een geschikte nestplaats. Een deel van dit gemengde bos is trouwens een uniform hulstbos geworden, iets wat steeds vaker lijkt voor te komen. Kabouter KoMO de Vuil-Nisse heeft een bericht opgehangen waarin hij zijn ongenoegen uitspreekt over de rotzooi die mensen in het bos achterlaten. Overal hangen kleine puntmutsjes met een sik in de struiken om je in de gaten te houden. Soms moet je rotzooi met andere rotzooi bestrijden.

Aan de bosrand uitzicht over de Vledders en Leijer Hooilanden, een zijdal van het Reestdal. Het is een grote kom tussen dekzandruggen, waarin het hoogveen is ontwaterd door de Streitenvaart. Men is druk bezig dit weidegebied terug te geven aan de natuur.

Ik bereik aan de westzijde van deze kom de noordelijke uitlopers van Boswachterij Staphorst. De bossen schijnen aangelegd te zijn in de jaren dertig van de vorige eeuw in het kader van de werkverschaffing. Het is een prachtig gebied, zeer afwisselend, met naaldbos, gemengd bos, heide en vennen.

In de bosrand hangen aan de bomen vogelhuisjes met anti-kraak beveiliging. Om te voorkomen dat rovers de nesten van kleine zangvogels verstoren zijn de hokjes voorzien van een soort muilkorf, een ingewikkeld alternatief voor een opening die met een metalen rand is verstevigd. 

Op drie forse beuken in het bos zijn data en namen gekerfd die lijken te wijzen op de nabijheid van een onderduikershol tijdens de oorlog. Inmiddels uiteraard aangevuld met hartjes en initialen van naoorlogse pubers.

Kleine maagdenpalm bloeit volop, lianen van kamperfoelie vertonen overal toefjes blad, rozetten van vingerhoedskruid duiken hier en daar op.

Ik bereik een stukje heide met een picknickbank voor mijn elfuurtje. Nu nog een wolf! Eén van de allereerste wolven in ons land verbleef een tijdje in Boswachterij Staphorst om op krachten te komen bij een prooidier (onderweg van het dorp Hongerige Wolf in Groningen naar het gehucht Schapenbout in Zeeuw-Vlaanderen).

Ik wandel in de Boswachterij langs de Ganzenplas en de Zwarte Venen, en kom een hoekje tegen met een bodemdek van blauwe bosbes.

Volgens de beschrijving zou ik nu een mooi stukje heide met jeneverbessen en een klein ven moeten bereiken, maar bulldozers hebben de heide recentelijk geplagd en het ven staat droog. De enige twee grote struiken jeneverbes zijn wel met rood-wit lint zorgvuldig afgeschermd van het ‘natuur’geweld. De kale bodem wordt gekoloniseerd door ruig haarmos met felrode bekertjes in top.

Vaak hoor ik tijdens mijn tochten een schril, naargeestig gegil van een vogel. Ik moet het geluid toch een keer opnemen om er achter te komen wie er in het bos Eerste Hulp nodig heeft.

‘Het Vergulde Ros’ is een bekende horeca gelegenheid in buurtschap Halfweg, halfweg tussen Meppel en Balkbrug (oost–west) en tussen Ruinen en Zwolle (noord–zuid). Het ooievaarsnest op het dak lijkt nog onbewoond. De uivers zullen wel denken: ‘Waarom ons uitsloven. Er zit toch niemand op het terras naar ons te kijken’.

De voorjaarshelmbloem bloeit langs de slootkant, nog net in Overijssel vóór ik de Reest oversteek naar de provincie Drenthe. Daar ligt landgoed Dickninge. De toegangsweg over het landgoed naar dorp De Wijk wordt bewaakt door een particulier tolhuisje dat tot 1959 in bedrijf is geweest. Langs de boerensloten op het landgoed al een voorproefje van wat komen gaat: bloeiende populaties van bosanemoon. Bij een dienstwoning een groot tapijt van Maarts viooltje. Dan bereik ik het landhuis (nu appartementen complex), omgeven door de Reest en een gracht. In de bossen rond het landhuis is de bodem volledig bedekt met witte en paarse holwortel (verwant aan de voorjaarshelmbloem), de grootste populatie in Nederland. Een prachtig gezicht, zeker met een mevrouw in Staphorster klederdracht op haar knieën tussen de bloemen om foto’s te maken. Ertussen ook nog veel bosanemoon en sneeuwklokje. Een hoekje daslook bloeit nog niet, maar is herkenbaar aan de verfijnde uiengeur als je het blad kneust.

Via de zomerdijk van de Reest wandel ik richting De Wijk. De uiterwaarden staan regelmatig blank, maar voor de zekerheid is er een ijsbaan aangelegd. Je zult altijd zien dat het hoogwater is, maar niet vriest. Of andersom. Op de ijsbaan paraderen nu een tiental ooievaars in tweetallen. In De Wijk ligt ooievaarsstation ‘De Lokkerij’ dat ervoor heeft gezorgd dat uivers het Reestdal goed weten te vinden.

Van hier heb ik uitzicht op het ‘Hemelse Uitzicht’ aan de overkant rond het kerkje van IJhorst met de losstaande klokkentoren op het kerkhof. Ik steek de Reest weer over van Drenthe naar Overijssel. Het laatste stukje naar horeca Vos is identiek aan de heenweg. De zanglijster van vanochtend is nog niet klaar met zijn repertoire.                       

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/449031232]

 

Gepost: 9 April 2021  

 

Mooisteroutes.nl: Langs holwortel en bosanemoon (16 km)