FIETSEN: Land van Grave

Op maandag, 22 maart 2021, fiets in het gebied tussen het Land van Ravenstein en het Land van Cuijk. Je zou de streek het Land van Grave kunnen noemen al bestaat die naam niet. En had de naam wel bestaan, dan zou-ie spoedig tot het verleden behoren, want bij de lokale component van de Tweede Kamerverkiezingen van vijf dagen geleden hebben de inwoners van Grave zich in grote meerderheid uitgesproken voor aansluiting bij het Land van Cuijk, een fusiegemeente van Cuijk, Boxmeer, Mill, Sint Hubert en Sint Anthonis, die per 1 januari 2022 werkelijkheid wordt (zonder vuurwerk). Grave moet door het gedraal wel wachten tot 2026 vóór het zich kan aansluiten.

Ik start mijn fietstocht bij de Kraaijenbergse Plassen, een negental plassen ontstaan door zandwinning in de Beerse Maas, of beter: in de Traverse Beerse Maas. Ten zuiden van de Maas lag een groot overstromingsgebied van Cuijk tot Den Bosch, bij hoogwater gevoed via de Beerse Overlaat, een verlaging in de Maasdijk ten noorden van het dorp Beers (tussen Grave en Cuijk). De plassen – De Kraaij in de volksmond – dienen nu voor recreatie, deels voor natuur.

Ik moet helaas constateren dat de tjiftjaf terug in het land is. Prachtig al die vogelgeluiden zoals krassende kraaien, eksters en gaaien, het doffe koeren van de holenduif, lachende groene spechten, roffelende bonte spechten, al die ongrijpbare kwetterende zangvogeltjes, met één uitzondering… de tjiftjaf!

Grote grazers zijn ingezet rond de plassen. Ze worden geholpen door grazende ganzen. Ik zie een troep kolganzen. Bij het wildkijkscherm een aalscholvereiland en eromheen een troep onrustige brandganzen. De sleedoorn staat overal rond de plassen in bloei: kleine doornige bomen en struiken vol witte bloesem voordat het gebladerte verschijnt.

Het dorp Beers is de trotse eigenaar van het Nationaal Veeteeltmuseum, gevestigd in het allereerste Nederlandse K.I.-station. In 1949 – toevallig mijn geboortejaar – werd hier de eerste kunstmatige inseminatie uitgevoerd.

Een informatiebord maakt me attent op de Maaslinie en de Peel-Raamstelling, in 1940 de twee voorste parallelle verdedigingslinies tegen de inval van de Duitsers. De Maas en de ontwateringskanalen tussen Maas en Peel speelden hierin de hoofdrol.

Kippenboer Danen is lid van Coöperatie DEP (Duurzame Energieproductie Pluimveehouderij). Hij levert (vrij droge) kippenmest aan de BMC Moerdijk (BioMassaCentrale). Verbranding van kippenmest schijnt milieuvriendelijker te zijn dan uitrijden of vergisting. De as kan weer worden gebruikt als meststof. Ik neem aan dat boer Danen ook eieren of slachtkippen produceert?

Vlakbij Haps ligt een gigantische verlaten nertsenfarm. Voortijdig uitgekocht om verergering van de Corona zoönose te voorkomen. Het Hapshuis schijnt een begrip te zijn onder archeologen: vindplaats van de eerste IJzertijd boerderij (500 v. Chr.) in Brabant. In het dorpspark staat nu op de contouren een houten skelet, gebouwd volgens prehistorische architectuur. Komend weekend geen voetbalwedstrijd van de Hapse Boys. Een hele grote groep alpaca’s kijkt teleurgesteld naar het lege aankondigingsbord.

Jong fluitenkruid beheerst de bermen; enkele vroegrijpe exemplaren bloeien, al is het heel zuinigjes. Een grote  kwekerij staat vol met kolossale vierkante, langwerpige, kegelvormige of bolle coniferen. Ze worden in z’n geheel uitgegraven en uitgeleverd aan ongeduldige klanten, die niet kunnen wachten op geleidelijke groei en snoei.

De Hapse Mariamolen is een houten beltmolen – op een bult dus – en bijzonder omdat hij zeskantig is in plaats van achtkantig. Bij Wanroij de nog mooiere ‘Hamse Standerdmolen’ langs de Rode Beek. Bij een standerdmolen rust de molenkast op een dikke staak. Deze heeft ook nog eens een molenkast met drie verdiepingen.

Na het dorp Ledeacker volgt het Sint Anthonisbos met Natuurpoort De Heksenboom en de Ullingse Bergen. In het gebied is tijdens de oorlog een V-2 ingeslagen door een mislukte lancering. Elk nadeel heeft zijn voordeel: de krater is lang door de jeugd als zwembad gebruikt. In het bos een prachtige schaapstal met een grote kudde van het Kempisch schaap, met heel veel lammeren die jammeren ondanks de schaduw van de bomen. De heide ligt er slecht bij. Niet eens overwoekerd door het pijpenstrootje, maar vervangen door mostapijten. Op een zijpad in het bos staat een reetje me nieuwsgierig aan te kijken. Een bijna volledig witte roofvogel (buizerd?) verdwijnt tussen de bomen.

Ik passeer het Defensiekanaal met kazematten van de Peel-Raamstelling. Een vennetje is hersteld bij het dorp Venhorst als onderdeel van een netwerk van groene zones rond Uden, maar dit schiet niet op als vlak ernaast een akker met glyfosaat is bespoten. Een prachtige berkenlaan maakt veel goed. De bomen staan zo dicht op elkaar dat het een berkenmuur lijkt op de foto.

Je telt niet meer mee als levend wezen als je geen eigen belangenvereniging hebt. Bij een Udense boerderij heeft de Vogelwacht Uden nu eens geen duiventil geplaatst, maar een zwaluwtil voor de bedreigde huiszwaluw.

Ik kom vlak langs het einde van de start & landingsbaan van Vliegbasis Volkel. Onderweg lieten de straaljagers al een paar maal mijn trommelvliezen trillen. Hadden we deze maar gehad in 1940 om de Duitsers (even) van katoen te geven.

In De Dellen kom ik trouwens een monument tegen voor een bijzondere gebeurtenis tijdens de slag van 10 mei 1940 in de Peel-Raamstelling. Hier stonden twaalf oude kanonnen uit 1880 opgesteld om de Duitsers inderdaad van katoen te geven. Maar de stelling werd door de Duitsers in de rug aangevallen. Het lukte de artillerie bemanning om de kanonnen snel 120° te draaien en de aanval af te slaan. ‘Deze prestatie is uniek in de krijgsgeschiedenis.’ Het heeft niet veel geholpen, maar toch gefeliciteerd.

Winning van groenzand heeft uiteindelijk waterplas De Kuilen opgeleverd. Een kievit staat verdwaasd te kijken op een eilandje. Groenzand had hem wel wat geleken, maar er is alleen maar water. En enkele jonge plantjes van look-zonder-look, maar dan moet je van uien houden.

Nog een natuurgebiedje: Langven en de Maurik. Het was eerst een veenpoel tot 1950. Daarna bedekt met zand van stuifduinen voor gebruik als landbouwgrond. In 1996 is er weer een veenpoel van gemaakt. Hiervoor is zestigduizend kubieke meter grond verzet. Dat heet jojoën. 

Bij dorp Escharen fiets ik nog een stukje langs de Graafse Raam, die bij Grave al het defensiewater aflevert in de Maas.

Het is nu drie uur in de middag. Als vanochtend de reis negatief – dat wil zeggen zonder positieve sneltest op de luchthaven van Lissabon – is verlopen, moeten vrienden Gerard & Betty – hobbywijnboer in Portugal – inmiddels ongeveer thuis aangekomen zijn in hun chaletje op de Camping Bruinsbergen in Escharen. Welkom thuis in het Land van Cuijk!

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/448973443]

 

Gepost: 4 April 2021

 

Fietsknooppunten: 66, 67, 33, 68, 01, 77, 74, 75, 08, 09, 68, 24, 97, 96, 95, 27, 26, 80, 79, 18, 64, 63, 57, 22, 21, 36, 29, 10, 67, 66 (65 km).