WANDELEN: Steenwijkerland

In de provincie Overijssel kun je grofweg drie regio’s onderscheiden: Twente, Salland (inclusief Vechtstreek en IJsselvallei) en Steenwijkerland ofwel de Kop van Overijssel. De zuidgrens van de Kop van Overijssel is het Zwarte Meer en het daarin uitmondende Meppelerdiep bij Zwartsluis. De regio propageert de toeristische naam WaterReijk vanwege de natte ‘parels’ Giethoorn en Nationaal Park de Wieden en Weerribben, en de ‘kralen’ Vollenhove, Blokzijl en Kuinre. En dan heb je ook nog de naam Land van Vollenhove die ongeveer synoniem is met Steenwijkerland.

Vandaag, dinsdag 16 maart 2021, lijk ik een wat minder spannend deel van Steenwijkerland te bewandelen, hoewel de spanning lang te snijden was in dit grensgebied van Overijssel en Friesland, of beter: het grensgebied van het Land van Vollenhove en de Stellingwerven in zuidoost-Friesland. De Stellingwervers maakten in de late Middeleeuwen regelmatig ruzie met de Bisschop van Utrecht, die een burcht had laten bouwen in Vollenhove. Uiteindelijk maakten de Stellingwerven zich los van Drenthe (Oversticht) en sloten zich aan bij het rijkere Friesland.

Op weg naar mijn startplaats in Oldemarkt valt er regelmatig een buitje en ik besluit voor het eerst op pad te gaan met een grote opzichtige gele Opel paraplu. Het enorme ding beperkt mijn bewegingsvrijheid bij het maken van notities en foto’s en het turen door mijn verrekijker. Maar hij heeft zijn beschermende werk gedaan, er is onderweg geen druppel regen gevallen.    

Mijn wandeling begint met een korte rondleiding door het dorp Oldemarkt. Het dorp kreeg – samen met het naburige Paasloo – in de late Middeleeuwen kerkrecht en marktrecht van de Bisschop van Utrecht. Met name boter en biggen werden er verhandeld op de markt, vereeuwigd in het kunstwerk ‘De Botterkopers’ bij het hervormde kerkje op het Marktplein. In de Hoofdstraat een bijzonder pand uit 1637 met twee bakstenen trapgevels. Bij de katholieke Willibrordkerk hangen enkele flinke zwerfkeien aan kettingen onder een driepoot. Lang hebben ze boven in de toren gehangen als contragewicht voor het uurwerk van de kerk. Wekelijks moesten deze ‘gewichten’ door de koster worden opgetrokken.

Ik verlaat het dorp richting Blesdijke aan de andere kant van de ‘grens’, aangemoedigd door twee klepperende ooievaars op een paalnest. Mijn overgrootouders aan moeder’s kant kwamen uit het Stellingwerfse Blesdijke, maar ze hebben niet meer hoeven vechten tegen de Bisschop van Utrecht.

Ik loop een heel eind op de provinciegrens en word gewezen op restanten van een landweer tussen Paasloo en Blesdijke. Een landweer werd aangelegd ter bescherming tegen plunderaars en om het weglopen van vee tegen te gaan. Afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden kwamen ze in verschillende gedaanten: een gracht of een begroeide aarden wal. Deze hier bestond uit een dubbele aarden wal, begroeid met doornige struiken, en een gracht ertussen, en was vooral bedoeld om de troepen van de Bisschop van Utrecht buiten de deur te houden.

Op Landgoed Spinnerskaampe (vernoemd naar een armenhuis waar schapenwol werd gesponnen) ligt een stukje bos met enkele mooie vennen, omgeven door heide en bremstruiken. Een levende boom wordt gekoloniseerd door een populatie schelpvormige zwammen: een oorzwammetje.

Ik zoek naar vroegbloeiers in de bermen, maar afgezien van speenkruid, kleine veldkers, paarse dovenetel en vogelmuur kom ik niks tegen. Wel herken ik nu in een vroeg stadium de gedrongen jonge planten van Jacobskruiskruid. Die blijven heel lang ogenschijnlijk ‘slapend’ tot de dagen lengen en opwarmen, waarna de planten zich in juni/juli plots strekken en gaan bloeien (officieel op 25 juli, de kerkelijke feestdag van Sint Jacobus). 

Niet alleen de paraplu hindert, maar ook hoge nood. Dat is altijd mijn grootste zorg vóór ik huis en haard verlaat voor een dagtocht: kom ik de dag door zonder hoge nood, en al helemaal tijdens de ‘lockdown’. Ik dank het toeval voor een heel, heel donker naaldbos, waar ik mijn kans schoon zie op verlichting en verluchting.

In een weiland een paar bijzondere Kerry Hill schapen uit Wales: zwarte oren, zwarte oogkringen, zwarte snuit; de zwarte knieën en zwarte sokken krijg ik niet te zien omdat ze liggen te herkauwen onder een rijtje eikenbomen.

Ik maak nu een kleine lus door Friesland op de Blesdijkerheide, en weer op Overijsselse bodem kom ik langs de kunstbunker van Paasloo. Deze werd gebouwd in 1942, met goedkeuring van de Duitse bezetter, om duizenden kunstschatten van Nederlandse Musea te beschermen tegen bombardementen van de geallieerden. Geen ondergrondse bunker (bouwverbod vanwege de voorrang voor de Atlantikwall), maar – vanuit de lucht bezien – vermomd als kerkje. Wel met metersdikke muren (het dak is negen meter dik aan de top). In het omliggende bos een groepje zeer forse levensbomen (Thuja of Chamaecyparis, er zijn geen kegeltjes om het onderscheid te maken).

Paasloo heeft ook een mooi hervormd kerkje, een boerenschuurkerk, omgeven door een kerkhof. Naast de kerk staat een ‘baarhuisje’, niet om te baren maar om óp te baren. Het zou slechts éénmaal gebruikt zijn, ten tijde van een besmettelijke epidemie. Toch niet afgelopen jaar?

Op het kerkhof ligt dichter J.C. Bloem (1887–1966) begraven, netjes naast, maar gescheiden van zijn ex-vrouw. Op zijn grafsteen de verzuchting: ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’. Zijn geboetseerde hoofd staat op een sokkel bij de ingang van het kerkhof.        

Bij horeca ’t Binnenhof staat een reconstructie van een acht-meter hoge ‘tonmolen’ uit 1899, de enige in zijn soort. Omdat de boer-uitvinder geen ruimte had voor een molen met wieken, verving hij die door een ton met verticale lamellen als windvanger, waardoor de ton ronddraaide.

In een laantje met eiken, blootgesteld aan weer en wind, zie ik stammen begroeid met kleine plukjes van een soort rendiermos: waarschijnlijk melig takmos! Toch nog een tweetal vroegbloeiers in de bermen en houtwallen: kleine maagdenpalm en gevlekt longkruid.

Oldemarkt ligt op de route van het Jabikspaad (Jacobuspad) van Sint Jacobiparochie naar Santiago de Compostella, de vermeende begraafplaats van apostel Sint Jacobus (‘Santiago’) de Meerdere. Aha, vandaar dat ik onderweg Jacobskruiskruid moest tegenkomen.  

 

[Beeldverhaal:  https://www.jansiemonsma.nl/448917202]

 

Gepost: 29 Maart 2021  

 

Mooisteroutes.nl: Verrassend Steenwijkerland (18 km)