WANDELEN: Spaarndam

Toen het Haarlemmermeer nog niet ingepolderd was vormden de rivieren Spaarne en Liede een verbinding van dit meer met het destijds veel grotere IJ, het Oer-IJ. Nu stromen deze wateren van de noordelijke ringvaart van de Haarlemmermeerpolder naar het Noordzeekanaal.

Ten oosten van het Spaarne en de Liede (en Haarlem!) ligt een veenweidegebied met de dorpen Haarlemmerliede, Spaarnwoude en Spaarndam. De A9 van Schiphol naar Alkmaar loopt er dwars doorheen, maar op gepaste afstand van mijn wandelgebied.

De startplaats op woensdag, 3 maart 2021, is Station Haarlem-Spaarnwoude, een modern geheel bij het industriegebied De Veerpolder tussen het Spaarne en de Liede in Haarlem-Oost. Van huis vertrokken bij helder weer blijft helaas de noordelijke helft van het land bedekt onder een deken van mist, die de temperatuur laag houdt.

Na een paar honderd meter langs de spoorbaan zit ik in natuurgebied De Liede met uitgebreide rietvelden. Groepjes grauwe ganzen en Canadese ganzen begrazen de weilandjes langs de Veerplas. De boswilg geeft zijn katjes ruim baan. Fris groen fluitenkruid schiet overal in de bermen uit de grond. Ik ruik koffie en gezien de noordoostelijke wind moet het haast wel de Simon Lévelt Koffiebranderij zijn in Haarlem-Oost.

Bij molen De Veer in buurtschap Penningsveer steek ik de Liede over. In de Middeleeuwen een veerpont, sinds de zestiende eeuw een vaste verbinding. Ooit was deze weg de enige verbinding tussen Haarlem en Amsterdam te midden van alle waterpartijen. Het ‘Fort bij Penningsveer’ van de Stelling van Amsterdam bewaakte deze strategische doorgang.

De Liede verbreedt zich tot Mooie Nel vóór het samenvloeit met het Spaarne vlakbij Spaarndam. In de boerensloten grote  groepen smienten en krakeenden. Die twee verdragen elkaars aanwezigheid prima. Speenkruid begint overal te bloeien, al openen de gele bloemen zich met gepaste tegenzin omdat de zon niet schijnt. Ook paarse dovenetel en matjes van vogelmuur bloeien volop. Een ekster fileert een dooie vis op het droge. Kieviten maken baltsvluchten in de mist boven de uitgestrekte weilanden.

Ik bereik Spaarndam, een dam met kolken (sluizen) tussen het Spaarne en het voormalige IJ, aangelegd op last van Floris V in 1285 om overstromingen door het Oer-IJ tegen te gaan. Je zou je bijna in de prehistorie wanen, met dino’s die oer-eieren leggen op de oevers van het Oer-IJ, maar dat is iets te ver terug in de tijd. Ten noorden van de dam ligt nog wel een kleine plas, Het IJ genaamd, een overblijfsel van weleer, inmiddels via kanalen (Zijkanalen B en C) verbonden met het Noordzeekanaal en het havengebied van Amsterdam.

Het dorp Spaarndam strekt zich uit aan beide zijden van de dam, maar ook de dam zelf is volledig bebouwd. Midden op de Woerdersluis staat het beeld uit 1950 van Hansje Brinker met zijn vinger in de lekkende dijk. Amerikaanse toeristen waren vaak teleurgesteld omdat niemand in Nederland kon vertellen waar precies Hansje Brinker uit het verzonnen Amerikaanse verhaal Nederland had gered van de zondvloed. Vandaar dit beeld in Spaarndam. En ook eentje in Harlingen. En op de boulevard van Scheveningen. En in Madurodam. Op dit verhaal kun je natuurlijk weer modern voortborduren. In 2018 verscheen het kinderboek: ‘De avonturen van Hansje en het gaatje in de tijd’.

Aan de Taanplaats hangt bij de toegang tot een steiger een spreuk die verwijst naar drie molens in Zaandam: Het Leven, De Strijd en De Bleeke Dood. ‘Eerst komt het Leven, dan de Strijd, daarna de Dood, en men is alles kwijt.’ Ik weet niet of de palingroker zijn eigen eindigheid in gedachten had of dat van al die palingen die onder zijn handen aan hun einde kwamen.

In het water ligt een heel klein zeilbootje met de Indonesische naam ‘Tidak apapa’ wat wil zeggen: geeft niet, hindert niet. Ook het kleine schrijffoutje hindert niet, want als je ‘Tidak apa-apa’ snel uitspreekt, wordt het al snel ‘Tidak apapa’. Misschien is het een subtiele verwijzing naar papa die dit bootje cadeau heeft gedaan: ‘Hindert niet, papa, dat-ie zo klein is’.

De westelijke toegang tot de dam moest door de Stelling van Amsterdam goed verdedigd worden. Ik passeer langs Het IJ het verwaarloosde ‘Fort benoorden Spaarndam’. In het ondiepe water van Het IJ veel foeragerende water- en  weidevogels: een groepje grutto’s staat midden in de plas, aan de overzijde een groep kluten en enkele bergeenden, en op de voorgrond vele koppeltjes van de wintertaling.

Vrijwillige knotters van de Stichting Ecologisch Beheer (staat op de projectauto) zijn de wilgen bij het fort aan het knotten. Kanaal B (afgedamd vlakbij het Noordzeekanaal) ligt vol met woonboten en de weilanden vol met kazematten.

Ik heb het meest noordelijke punt van de wandeling bereikt, vlakbij de A9 en dorp Velserbroek. Als overgang naar de natuurgebieden langs het Spaarne is hier de recreatieve Westbroekplas gegraven, met horeca Villa Westend en Bambu Beach. En met een fontein à la Meer van Genève, alleen iets minder hoog.

Vervolgens een lang, prachtig onverhard pad door de Hekslootpolder, met vele ganzen, zilvermeeuwen en kieviten. Bij een klein ven staat vogelkijkhut De Steltkluut, zo genoemd omdat hier ooit enkele steltkluten zijn gesignaleerd.

Ik bereik het Buiten-Spaarne bij ‘Fort bezuiden Spaarndam’, waar een aantal parasols (wel in ‘lockdown’) getuigen van iets meer vertier dan bij het noordelijke fort. In het water een sierlijke balts van twee futen, waarbij rietstengels in de bek worden genomen als bewijs van nesteldrang (‘Mijn man is klusser’). Ook koppeltjes dodaars zoeken elkaar op.

Ik steek de dam weer over en doorkruis het veenweidegebied aan de oostzijde richting Spaarnwoude, een lintdorp met verspreide bebouwing, maar met een karakteristiek kerkje met een dertiende-eeuwse ‘Stompe Toren’ op een terp. Het hele dorp ligt trouwens op een stroomrug, en de reeds genoemde enige verbinding tussen Haarlem en Amsterdam liep via Spaarnwoude. Een woning heet de ‘Sparrewouwer Reus’, een verwijzing naar Klaas van Kieten, een dertiende-eeuwse gigant met een spanwijdte van zijn uitgestrekte armen van twee meter zeventig. Twee stenen in de muur van het kerkje geven de afstand weer tussen de vingertoppen van zijn handen. Een zeearend met gespreide vleugels past er ook net tussen. Er liggen slechts enkele graven rond het kerkje. Ook dat van oud-burgemeester van Amsterdam d’Ailly, maar dat zegt me niks want hij was burgemeester vóór mijn jaren van verstand (1946–1956).

Van Spaarnwoude loopt een klinkerkerkepad met een zestal klaphekjes dwars door de weilanden naar Haarlemmerliede. Jammer dat het pad – een cultuurhistorisch juweeltje – niet wordt onderhouden, en wordt stuk gereden door zware landbouwmachines. In dorp Haarlemmerliede ligt een Paardenstraat, een muur waar boeren hun paardenkoets  konden parkeren tijdens de kerkgang.

Vlakbij de spoorbaan – ook een zwak punt in de verdediging – nog een fort van de Stelling: ‘Fort bij de Liebrug’. Langs de vlonderbrug over de Liede zit een witte soepeend nu al rustig te broeden in het riet.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/448768498]

   

Gepost: 17 Maart 2021  

 

Mooisteroutes.nl: Mooie Nel (18 km)