FIETSEN: Lopikerwaard

De Lopikerwaard hoort in het rijtje van ‘waarden’ in onze rivierdelta (Hoeksche Waard, Tielerwaard, Alblasserwaard, Krimpenerwaard, Bommelerwaard), hoofdzakelijk bestaande uit weidelandschappen, geheel of grotendeels omringd door waterlopen en geaderd met veenriviertjes en weteringen. 

De Lopikerwaard ligt tussen de plaatsen IJsselstein, Haastrecht en Schoonhoven en wordt omgeven door de Hollandse IJssel in het noorden en oosten, de Vlist in het westen en de Lek in het zuiden.

Op vrijdag, 4 december 2020, probeer ik vanaf de fiets wat indrukken op te doen in dit gebied. Op mijn startplaats in IJsselstein heb ik meteen zicht op de Zendmast Lopik, of correcter de Gerbrandytoren IJsselstein, de hoogste constructie in Nederland met zijn 372 meter. Dat de TV-toren beter bekend is als Zendmast Lopik is een erfenis uit het verleden toen voorgangers van de Gerbrandytoren inderdaad in de buurt van Lopik (Jaarsveld en Lopikerkapel) stonden. Ik had gehoopt dat de grootste (rechtopstaande) kerstboom ter wereld al verlicht zou zijn, maar pas op 12 december wordt de verlichting langs de tuien van de Gerbrandytoren ontstoken.  

Ik volg de Hollandse IJssel door IJsselstein, maar neem even een kijkje bij de monumentale St. Nicolaaskerk met een vlag in top met verticale banen in de kleuren geel-rood-blauw-zwart-wit. Lijkt een beetje op de veelkleurige vlag van Terschelling, maar die heeft een iets andere kleurstelling in horizontale banen. Het blijkt kunstobject ‘World Flag’ te zijn, nogal pretentieus want het is een combinatie van de Nederlandse vlag en de IJsselsteinse vlag (geel-zwart), officieel onthuld oftewel gehesen op Open Monumentendag (12 september 2020) op initiatief van Museum IJsselstein.

De IJsselsteinse vlag zelf is al heel oud. In 1551 kwam Baronie IJsselstein in bezit van de Oranje’s. In de achttiende eeuw was IJsselstein binnen de Republiek een vrijstaat onder de Friesche Nassau’s, net als het nabijgelegen Vianen onder de van Brederode’s. Terwijl Vianen asiel verleende aan ‘criminelen’ (vooral failliete ondernemers die schuldeisers moesten ontlopen), was IJsselstein een belastingparadijs voor renteniers.

Er staat een straffe zuiderwind en donkere wolken en opklaringen vechten om voorrang, hetgeen contrastrijke luchten oplevert. Grauwe ganzen vormen de meerderheid langs de waterkant; een koppeltje Nijlganzen vindt het al tijd om te paren (of in elk geval te oefenen). 

Bij Achthoven verhuis ik naar de noordkant van de Hollandse IJssel. Het is het gebied van Polder Rijnenburg, waar momenteel veel over te doen is omdat het een uitbreidingswijk van Utrecht dreigt te worden nu Leidsche Rijn is volgebouwd.

In Montfoort (Mons fortis) is de IJsselpoort een overblijfsel van oude vestingwerken in opdracht van de Bisschop van Utrecht. De zetbazen van de Bisschop, de Heren van Montfoort, kwamen regelmatig in conflict met hun baas. Door hoge schulden was het gedaan met de macht van de Hoge Heren van Montfoort pakweg op het eind van de Tachtigjarige Oorlog. Dat heeft niks te maken met het weggetje dat ‘Dhr. Pakweg’ heet.

Omdat ik al eerder op deze dijken richting Gouda heb gefietst (‘Hollandse IJssel’. In: 1000110, 2019), onthoud ik me van commentaar tot ik via Oudewater en Hekendorp Haastrecht heb bereikt. Overigens fietste ik toen bij Haastrecht in het voorjaar op de hoge winterdijk, maar nu in de herfst op de lage zomerdijk. De Hollandse IJssel is al lang getemd en deze uiterwaarden herinneren aan vervlogen tijden.

Ter hoogte van Hekendorp, maar behorend bij Haastrecht, ligt aan de overkant van de Hollandse IJssel het opvallende kloostercomplex Sint-Gabriël van de paters Passionisten. De gepassioneerde missionarissen van deze orde worden geacht het lijden van mensen te verzachten. Ze zullen wel personeel tekort komen tijdens de pandemie.          

Mijn oog valt in Haastrecht op een bronzen beeldje van een schaatser tegen de muur van het stadhuis. Onderschrift: Dick Aerts, 1985. Ik heb geen weet van een succesvolle schaatser genaamd Dick Aerts, maar hij blijkt dan ook de beeldhouwer te zijn. Hij kreeg als opdracht mee dat het beeldje niet op een bepaalde schaatser mocht lijken. Hein Vergeer was namelijk nog wel wereldkampioen, maar Leo Visser was nadrukkelijk op jacht naar die titel. En zowel Hein Vergeer als Leo Visser waren (en zijn nog steeds) Haastrechtenaar van geboorte!

Bij Haastrecht stroomt zijriviertje de Vlist in de Hollandse IJssel, komende van Schoonhoven. De Vlist vormt de grens tussen de Lopikerwaard en de Krimpenerwaard. Meteen ten zuiden van Haastrecht ligt de Hooge Boezem. Op een laag punt van de Lopikerwaard wordt het overtollig water van de polders opgevangen om overgepompt te worden naar de Vlist en vervolgens bij lage rivierstand naar de Hollandse IJssel (net als de Zouweboezem in de Vijfheerenlanden en de boezem bij Kinderdijk in de Alblasserwaard het overtollig water lozen op de Lek). Oorspronkelijk stonden hiervoor zeven molens tussen de boezem en de Vlist, waarvan er nog één over is. De boezem is een prachtig waterrijk moeras met grote groepen smienten (ze produceren een bijzonder fluitend geluid) en samenscholingen van honderden meerkoeten.

Ik fiets langs de Vlist richting Schoonhoven, waar de prachtige molen Bonrepas nog traditioneel met een waterrad polderwater in de Vlist pompt.

Vanaf Schoonhoven volg ik de Lopikerwetering richting IJsselstein. Vroeger stond dit veenriviertje bij Schoonhoven in verbinding met de Lek, nu heeft het alleen nog een open verbinding met de rivierdelta via een grote omweg naar de Hollandse IJssel bij IJsselstein.

In de dorpen langs de wetering strijden Sint en Kerstman om voorrang. Pakjes hangen aan de lantaarnpalen, maar kerstbomen verlichten de huiskamers. In dorp Cabauw tuft een Fiat 500 voorbij met twee echte zwarte pieten. Een wegwijzer wijst in het dorp de weg naar de Kolfclub en ik zie voor me een aantal zogende en herkauwende oermoeders rond een melkrobot.

Dan staat er in de omgeving van Cabauw ook nog een tweehonderd-meter hoge ‘zendmast’, die geen zendmast blijkt te zijn, maar een KNMI snuffelpaal voor broeikasgassen.

Onderweg langs deze kronkelende wetering kom ik twee polstokverenigingen tegen waar ze de edele sport van het slootje springen beoefenen. ‘Fierljeppen’ doen ze alleen in Friesland.

Het valt me op dat in de Lopikerwaard waterhoentjes talrijker zijn dan meerkoeten. Maar in de tuinen zijn het vooral gemakzuchtige stenen dieren die geen onderhoud vergen, van hele koeien tot lammetjes, van reigers tot ooievaars, van brulkikkers tot padden, van honden (hier waak ik!) tot andere vogelverschrikkers.

De Lopikerwetering gaat over in de korte Enge IJssel, vervolgens in de Kromme IJssel en dan in de lange Hollandse IJssel. Om het waterpeil in de Lopikerwaard te verlagen ten tijde van de vervening is in Buurtschap Klaphek de Hollandse IJssel in 1285 afgedamd van de Lek, waardoor de bijzondere benaming ‘Dam bij het Klaphek’ ontstond. Binnendijks loopt nog als karig overblijfsel een smalle sloot naar de overgang tussen Enge IJssel en Kromme IJssel. Maar ik maak me sterk dat buitendijks in de uiterwaarden niet een duidelijker restant te zien is van de aansluiting op de Lek; althans op Google Earth.

Ik volg de Kromme IJssel, van de oude Looijse Brug – de boerderij ernaast kreeg dezelfde naam – tot aan de Doorslag in Nieuwegein. Om de doorstroming van de Hollandse IJssel veilig te stellen werd in 1285 een vervangend kanaal gegraven, de Doorslag, een verbinding met wat nu het Merwedekanaal heet.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/448718606]

 

Gepost: 19 December 2020

 

Fietsknooppunten: 80, 81, 79, 89, 98, 97, 91, 92, 14, 34, 12, 27, 30, 11, 13, 55, 87, 14, 86, 85, 07, 08, 23, 24, 80 (65 km).