FIETSEN: Zuid-Beveland

Kijk vanuit de ruimte naar Zeeland en zoek het kikkervisje: Walcheren is de kop, Zuid-Beveland buik en staart (vast aan Brabant) en dan heb je nog Noord-Beveland als een soort rugzakje. De buik is duidelijk een bierbuikje, en die zuidelijke verzakking heet… Zak van Zuid-Beveland.   

De Zak van Zuid-Beveland valt grotendeels samen met de gemeente Borsele (met één ‘s’ ter onderscheid van het dorp Borssele met de kerncentrale), waarvan Heinkenszand het bestuurscentrum is, en waar Jan Raas vandaan komt. Het is maar even gezegd omdat ik onderweg regelmatig op de ‘Jan Raas’ route zit, maar ik houd me in.

Op donderdag, 4 februari 2021, start ik bij station Kapelle-Biezelinge, maar daal af in de Zak aan de zuidzijde van de A58. Ik wil de Zak doorkruisen van het noordoosten naar het zuidwesten (kerncentrale Borssele) en keer dan terug over de dijken van de Westerschelde.       

Ik zit meteen op de hoge ’s-Gravenpolderse Oudedijk, beplant met essen. Het verlengde van deze Oudedijk bij ’s-Gravenpolder heet, verrassend genoeg, het Essedijkje. Op het waterreservoir van een groot complex kassen glijden enkele bergeenden op een restje ijs. Maar wat vooral opvalt zijn de vele boomgaarden. De Zak is de ‘Betuwe’ van Zeeland. Een informatiepaneel bij een boomgaard vermeldt dat met name het belang van ‘zachtfruit’ door nieuwe teelttechnieken weer is toegenomen: bessen, frambozen en bramen.   

In Langeweegje (weegje = weggetje), een buurtschap van Kwadendamme, kruis ik een spoorlijntje. Het is een overblijfsel van enkele tramlijnen die honderd jaar geleden vanuit Goes werden aangelegd. Je kunt zien dat de spoorlijn niet dagelijks wordt gebruikt. Sinds vijftig jaar rijdt hier in de zomer de toeristische Stoomtrein Goes–Borsele (SGB), tussen Goes en Hoedekenskerke.

Het is bekend dat Zeeland de meeste zonuren van Nederland heeft, maar van de Berkenhof Tropical Zoo in Kwadendamme had ik nog nooit gehoord. Met een vijftigtal tropische dieren, van de witwangtoerako tot de gladvoorhoofdkaaiman en de roodoogmakikikker, lijkt het me een aantrekkelijk uitje voor regenachtige dagen.

Ik kom langs het Zwaakse Weel (weel = wiel), een natuurgebied van Natuurmonumenten. Ziedaar de restanten van een enorme geul – de Zwake – die rond het jaar 1000 Zuid-Beveland in tweeën deelde en een verbinding vormde tussen de Noordzee boven Walcheren en de Westerschelde. Verzanding en inpoldering werden haar deel, zodat het hier wemelt van de kronkelige polderdijken met bijbehorende wielen van dijkdoorbraken. Zoals de Brilletjesdijk met het Grote Weel en het Brilletjesweel (net twee brillenglazen).

Het lijkt wel lente. Lijsters zingen, groene spechten lachen, een holenduif roept en vogelverschrikkers wapperen boven het jonge gras. Grote aanplanten met kale bessenstruiken bereiden zich voor op een nieuw seizoen.

Bij dorp Nisse is een bijzonder heggengebied bewaard gebleven: holle weilanden door vervening tussen meidoornheggen. Het door zeewater overspoelde veen diende tweeërlei doel: brandstof en winning van zout (moernering).

Nisse is een beschermd dorpsgezicht. Het heeft een prachtige Brink aan de voet van de kerk, met een waterpoel (ooit voor het dorstige vee), een waterpomp (ooit voor de dorstige ‘sapiens’) en een muziektent (voor de muzikale ‘sapiens’). Zou mijn meester Nisse(n), tweede klas Lagere School in Sneek, hier oorspronkelijk vandaan komen?

De ‘Bloemdijken van Zuid-Beveland’ schijnen in het voorjaar vol bloemenpracht te staan. Ik kom langs de Schaapskooi van Schaap & Zo, die deze bloemdijken tijdens het seizoen begrazen. Ik zie geen schapen op het terrein, wel enkele alpaca’s.

Ik bereik het verste punt, de kerncentrale Borssele, ten oosten van het industriële havengebied Vlissingen-Oost, op de grens van Walcheren en Zuid-Beveland. Vanaf hier kun je kiezen of je het binnendijkse of buitendijkse fietspad neemt langs de Westerschelde. Ik wissel het af. Binnendijks zijn kleine, natte natuurgebiedjes aangelegd ter compensatie van de verdieping en verbreding van de Westerschelde voor de scheepvaart, waardoor slikken en schorren zijn verdwenen.  In het eerste de beste gebiedje huist een tiental kleine zilverreigers, herkenbaar aan de zwarte snavel en de gele voeten. Buitendijks zicht op de Westerschelde met zijn drukke scheepvaart. De zon zorgt voor een mooie lichtval op het water en de boten. Op de slikken vooral bergeenden, wulpen, scholeksters en enkele rotganzen.

Ik steek ongemerkt de Westerscheldetunnel over en bereik Ellewoutsdijk op het zuidelijkste puntje van de Zak tegenover de rookpluimen van Terneuzen in Zeeuws-Vlaanderen. Fort Ellewoutsdijk werd in 1835 gebouwd, na de afscheiding van België in 1830, en was bedoeld om de scheepvaart op Antwerpen te verhinderen. Er werd al spoedig (1839) vrede gesloten.

Ik wijk even af van de Zeedijk om op de ‘Jan Raas’ route door Oudelande en Baarland te racen. In een kleine plas dobberen enkele bijzondere eenden: kleurige houten lokeenden. Ik ben er alweer ingestonken! Ook Baarland valt op door de aantrekkelijke Brink.

De natte Jacobspolder ligt weer binnendijks (ter compensatie!) en wordt vandaag bevolkt door vele krakeenden.    

In Hoedekenskerke stap ik even af op het antieke stationnetje van de SGB, de Stoomtrein Goes–Borsele, die tot hier opstoomt.

Op het laatste deel van de Zeedijk, ter hoogte van de binnendijkse Hoedekenskerkepolder, zie ik als mooie afsluiting een dertigtal zeehonden liggen op een zandplaat in de Westerschelde.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/448592139

 

Gepost: 28 Februari 2021

 

Knooppunten: 53, 83, 70, 79, 77, 78, 73, 97, 96, 98, 92, 99, 02, 82, 88, 86, 83, 84, 34, 36, 38, 39, 35, 72, 33, 75, 74, 82, 83, 53 (70 km).